U bent hier

Onderneming & Administratie
Aan tafel met de advocaat7. Wat staat er precies in mijn ­contract?7.1 Veelvoorkomende termen

7.1 Veelvoorkomende termen

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier FA Rendement
Publicatiedatum: februari 2026

overeenkomst

considerans

prevaleren

opschortend

ontbindend

beëindigen

opzegging

ontbinding

vernietiging

SPA

garantie

escrow

bezwaringen

Hieronder wordt van enkele veelvoorkomende termen de betekenis uitgelegd.

  • Een contract is precies hetzelfde als een overeenkomst. Je kunt het document ook ‘memorandum’ of ‘understanding’ noemen of ‘term sheet’, of iets chics als ‘convenant’, maar dat verandert niets aan de status of de betekenis.
  • In de ‘considerans’ van een contract wordt de achtergrond en de ontstaansgeschiedenis kort beschreven. Dat is nuttig om te begrijpen wat de bedoeling is geweest.
  • Als een overeenkomst ‘prevaleert’, betekent dat dat die overeenkomst voorgaat op andere stukken. Vaak wordt bijvoorbeeld afgesproken dat specifieke orders prevaleren boven de raamovereenkomst en de raamovereenkomst weer boven de algemene voorwaarden.
  • ‘Opschortende voorwaarden’ zijn eisen die vervuld moeten worden voordat de overeenkomst begint te lopen. Bijvoorbeeld het verkrijgen van de toestemming van de ondernemingsraad. Gebeurt dat niet, dan wordt de overeenkomst niet van kracht. ‘Ontbindende voorwaarden’ zorgen er juist voor dat de overeenkomst, die al begonnen was te lopen, weer wordt teruggedraaid. Bijvoorbeeld als er niet op tijd financiering wordt verkregen.
  • Het beëindigen, opzeggen, ontbinden en vernietigen van een contract is niet hetzelfde en heeft ook niet hetzelfde effect:
    • Beëindigen heeft geen specifieke juridische betekenis. Je kunt bijvoorbeeld in goed overleg een overeenkomst beëindigen.
    • Opzegging is vanzelfsprekend beëindiging op initiatief van een van de partijen. Opzeggen kan altijd, als je je maar aan de afgesproken termijn houdt.
    • Voor ontbinding is nodig dat de andere partij tekortschiet. Je kunt de overeenkomst dan beëindigen, maar dat heeft geen terugwerkende kracht. Die terugwerkende kracht is er wel bij vernietiging.
    • Vernietiging is mogelijk als een partij bij het sluiten van het contract onder invloed was van dwaling, dwang of bedrog. Het gevolg van vernietiging is dat alles moet worden teruggedraaid alsof de overeenkomst nooit bestaan heeft, dat geldt ook als er over en weer al van alles gedaan is. De wettelijke mogelijkheden voor ontbinding en vernietiging worden in zakelijke contracten vaak uitgesloten. Het voordeel daarvan is dat niemand meer kan terugkomen op de afspraken, maar het nadeel is dat dat dus ook niet kan als de ander niet levert of als je bedrogen bent. Je moet wel weten wat je weggeeft.
  • Overnameovereenkomsten kennen een heel eigen jargon: Een ‘SPA’ (share purchase agreement) is een overeenkomst waarmee de aandelen in een onderneming worden verkocht en dus niet alleen de assets (activa). Contractenmakers zijn, zeker in de overnamepraktijk, gek op Engels. Soms wordt om onverklaarbare redenen de hele overeenkomst (tussen Nederlandse partijen) in het Engels geschreven en anders worden er ten minste een paar Engelse termen in gestopt. Dat kan verwarrend zijn. ‘Guarantee’ bijvoorbeeld kan de gebruikelijke Nederlandse betekenis van ‘garantie’ hebben, maar naar Engels recht is een guarantee een verplichting van een derde, een borgtocht. Als garanties bedoeld zijn, worden de begrippen guarantee en warranty in contracten nogal eens door elkaar gebruikt. In die context is een ‘warranty’ de belofte dat een bepaald feit klopt, terwijl guarantee een meer algemene toezegging over de kwaliteit is (van het geleverde product of bijvoorbeeld van de eigen administratie). Als partijen het eens zijn over de inhoud van de overeenkomst, wordt het tijd voor signing en closing. Signing is simpel, dat is gewoon het ondertekenen van het contract. Maar daarmee ben je er nog niet. Aandelen moeten bijvoorbeeld geleverd worden bij de notaris, de bestuurder moet vervangen worden of IT-systemen moeten worden overgezet. Het moment waarop dat gebeurt, is de closing.
  • ‘Escrow’ komt van het Middeleeuwse Franse woord ‘escroe’ (in Middeleeuws Nederlands: ‘schroode’). Het staat voor een ‘snipper’, een ‘afgesneden stuk’ en dat is ook hoe het in die tijd werd gebruikt: een deel van een contract dat in bewaring werd gegeven aan een onafhankelijke derde. Tegenwoordig wordt een escrow bijvoorbeeld gebruikt om een deel van de koopprijs in bewaring te geven aan een notaris. Pas als aan bepaalde voorwaarden voldaan is, wordt het bedrag doorbetaald. Ook software wordt in escrow gegeven aan een derde, zodat de gebruiker van de software ervan verzekerd is dat hij de software kan blijven gebruiken als de leverancier failliet gaat.
  • Bij ‘bezwaringen’ gaat het om pand- en hypotheekrechten op zaken. Partijen garanderen soms in contracten dat vorderingen op de ander niet bezwaard (lees: verpand) worden. Pas daarmee op, want in veel kredietarrangementen met de bank is opgenomen dat je vorderingen op debiteuren automatisch verpand worden.