U bent hier

Onderneming & Administratie
Aan tafel met de advocaat6. Zekerheden: pandrecht en hypotheekrecht

6. Zekerheden: pandrecht en hypotheekrecht

Dit hoofdstuk is eerder verschenen in Themadossier FA Rendement
Publicatiedatum: februari 2026

Het begint met een factuur die onbetaald blijft of een aflossingstermijn die gemist wordt. Daar zul je in eerste instantie zelf achteraan gaan. Vervolgens schakel je een advocaat of incassobureau in. Uiteindelijk gaat je debiteur failliet. De bank eigent zich het grootste deel van de boedel toe en de resterende euro’s moeten tussen alle schuldeisers verdeeld worden. Door zekerheidsrechten (pand of hypotheek) te vestigen, sta je net als de bank vooraan bij een faillissement.

naar rato

In principe zijn alle schuldeisers gelijk. Als het vermogen van de schuldenaar verdeeld moet worden, krijgt iedere schuldeiser uitgekeerd naar rato van zijn vordering. Alleen schuldeisers met een wettelijk voorrangsrecht hoeven zich niets aan te trekken van andere schuldeisers. Pand en hypotheek zijn zulke voorrangsrechten.

Zekerheidsrecht

onderpand

De schuldeiser mag zich daarbij verhalen op het object waar hij een zekerheidsrecht op gevestigd heeft, zonder zich iets aan te trekken van andere schuldeisers. Bij hypotheek is het onderpand een zogenoemd registergoed (onroerend goed, een schip of een vliegtuig). Bij alle andere zaken die in onderpand worden gegeven, is sprake van een pandrecht.

Het grote voordeel van pand- en hypotheekrechten is uiteraard dat de financiering daarmee gemakkelijker wordt gemaakt. De bank is bereid een pand te financieren omdat zij zich daarop gemakkelijk kan verhalen als er niet meer afgelost wordt. Je onderneming bezit nog meer zaken waarop een pandrecht gevestigd kan worden. Vorderingen op debiteuren...
Er bestaan twee varianten van het pandrecht: het vuistpand en het stille pandrecht. Vuistpand Bij een vuistpand wordt de verpande zaak in de macht van de pandhouder gebracht. Een auto wordt bijvoorbeeld gestald in de garage van de schuldeiser. Dan is voor de buitenwereld weliswaar duidelijk dat er een pandrecht gevestigd is, maar voor de eigenaar...
Eén gevaar is nog verraderlijker dan het vergeten te registreren bij de Belastingdienst: de Belastingdienst zelf. De pandhouder heeft heel sterke rechten, maar als het erop aankomt, gaat de fiscus toch voor. De fiscus heeft namelijk een zogenoemd bodemrecht. 6.3.1 Sterke rechten Belastingdienst Het bodemrecht wil zeggen dat de fiscus zich kan...