6. Zekerheden: pandrecht en hypotheekrecht
Het begint met een factuur die onbetaald blijft of een aflossingstermijn die gemist wordt. Daar zul je in eerste instantie zelf achteraan gaan. Vervolgens schakel je een advocaat of incassobureau in. Uiteindelijk gaat je debiteur failliet. De bank eigent zich het grootste deel van de boedel toe en de resterende euro’s moeten tussen alle schuldeisers verdeeld worden. Door zekerheidsrechten (pand of hypotheek) te vestigen, sta je net als de bank vooraan bij een faillissement.
naar rato
In principe zijn alle schuldeisers gelijk. Als het vermogen van de schuldenaar verdeeld moet worden, krijgt iedere schuldeiser uitgekeerd naar rato van zijn vordering. Alleen schuldeisers met een wettelijk voorrangsrecht hoeven zich niets aan te trekken van andere schuldeisers. Pand en hypotheek zijn zulke voorrangsrechten.
Zekerheidsrecht
onderpand
De schuldeiser mag zich daarbij verhalen op het object waar hij een zekerheidsrecht op gevestigd heeft, zonder zich iets aan te trekken van andere schuldeisers. Bij hypotheek is het onderpand een zogenoemd registergoed (onroerend goed, een schip of een vliegtuig). Bij alle andere zaken die in onderpand worden gegeven, is sprake van een pandrecht.