U bent hier

Onderneming & Arbo
Nachtwerk4. Wet- en regelgeving4.1 Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit

4.1 Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Arbo Rendement
Publicatiedatum: mei 2026

regels

bescherming

De kern van de Nederlandse regelgeving rond nachtwerk staat in artikel 5.8 van de Arbeidstijdenwet (ATW) en in het Arbeidstijdenbesluit (ATB). In de ATW staan de regels voor alle werkenden. Het ATB bevat aanvullingen en uitzonderingen op de ATW, zie paragraaf 4.2. De wetgever beschouwt nachtarbeid als een verzwaarde arbeidsvorm met verhoogde gezondheids- en veiligheidsrisico’s. Dat zie je terug in duidelijke grenzen en voorwaarden die gericht zijn op bescherming en herstel. Zo stelt de wet grenzen aan:

  • het maximaal aantal nachtdiensten binnen een bepaalde periode;
  • de maximale duur van een nachtdienst;
  • het aantal opeenvolgende nachtdiensten;
  • de minimale rusttijd na een nachtdienst.

verstoring

Deze bepalingen zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over slaaptekort, verstoring van de biologische klok en opgebouwde vermoeidheid. Ze zijn dus bedoeld om structurele overbelasting te voorkomen.

Normen

aantal

noodzakelijk

Voor nachtwerk gelden strengere normen dan voor dagwerk. Zo is het aantal nachtdiensten begrensd. Als uitgangspunt mag je maximaal 36 nachtdiensten per 16 weken draaien, met beperkte mogelijkheden tot verruiming. Ook de duur van een nachtdienst is begrensd: maximaal 10 uur, met uitzonderingen onder strikte voorwaarden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is om nachtwerk zo veel mogelijk te beperken en te minimaliseren. De wet gaat ervan uit dat een organisatie nachtarbeid alleen inzet als het werk dat noodzakelijk maakt. Dit principe is van belang bij beleidsdiscussies: de vraag is niet alleen of nachtwerk juridisch is toegestaan, maar ook of het organisatorisch onvermijdelijk is.

Meer over de arbeidstijden rondom nachtarbeid kun je lezen op arboportaal.nl/onderwerpen/arbowet--en--regelgeving/werk--en-rusttijden-arbeidstijdenwet/nachtdienst/wat-zegt-de-wet-over-nachtdiensten.

4.1.1 Oproepdiensten

spoedgeval

arbeidstijd

Bij een oproepdienst is een werknemer buiten werktijd bereikbaar voor oproepen. Dit is vrije tijd: in het weekend, tussen twee diensten in of tijdens de pauze. De werknemer gaat bij een oproep zo snel mogelijk aan het werk bij onvoorziene spoedgevallen. Bijvoorbeeld een oproepdienst van een servicemonteur die in het weekend storingen aan cv’s direct verhelpt. De regels voor oproepdiensten staan ook in de ATW. Met name de combinatie van nachtdiensten en oproepdiensten is een risico voor voldoende herstel- en rusttijden. Direct voor en na een nachtdienst mag de werknemer niet opgeroepen zijn. De werknemer is oproepbaar tot 11 uur voor een nachtdienst en vanaf 14 uur na een nachtdienst. De arbeidstijd gaat in op het moment dat een werknemer een oproep krijgt om aan het werk te gaan. Een werknemer kan tijdens een oproepdienst meerdere keren per nacht worden opgeroepen. Een oproep tijdens de nacht geldt niet als nachtdienst.

4.1.2 Aanwezigheidsdienst

slaapdienst

Een aanwezigheidsdienst betekent dat de werknemer op de werkplek wacht op een oproep om aan het werk te gaan. Een aanwezigheidsdienst heet ook wel een slaapdienst. In het ATB staan regels voor werktijden en rusttijden tijdens deze dienst. Zo mag een aanwezigheidsdienst maximaal 24 uur duren en alle uren tellen binnen de dienst als werktijd.

Aanwezigheidsdiensten zijn alleen toegestaan als dit nodig is voor het werk. Bijvoorbeeld in de zorg of bij de brandweer. In de cao moeten afspraken staan over aanwezigheidsdiensten.

4.1.3 Kwetsbare groepen

advies

De ATW besteedt extra aandacht aan kwetsbare groepen, zoals zwangere werkneemsters en jonge werknemers, met aanvullende beschermingsbepalingen. Voor werknemers met gezondheidsaandoeningen (bijvoorbeeld diabetes, hartklachten) in relatie tot het werken in de nacht is er advies van de bedrijfsarts noodzakelijk en is het altijd maatwerk.

Zwangerschap

extra risico’s

signalering

Zwangere werkneemsters vormen een beschermde groep binnen de ATW. De wet gaat ervan uit dat nachtarbeid tijdens de zwangerschap extra risico’s met zich meebrengt voor zowel de werkneemster als het ongeboren kind. Zodra een zwangere werkneemster aangeeft dat nachtarbeid belastend is of gezondheidsrisico’s oplevert, heeft zij het wettelijke recht om nachtarbeid te weigeren. Dit recht is niet afhankelijk van medische keuringen of een formeel oordeel vooraf; de signalering van de werkneemster zelf is leidend. De werkgever is in dat geval verplicht om passend dagwerk aan te bieden, of de werktijden aan te passen om nachtarbeid te vermijden.

In de periode na de bevalling kan nachtarbeid, in combinatie met herstel en zorgtaken, extra belastend zijn. Een werkneemster is tot zes maanden na de bevalling niet verplicht om nachtdiensten te draaien.

Jongeren

verboden

aanpassing

Voor jonge werknemers gelden striktere regels. Nachtarbeid is voor werknemers onder de 18 jaar in principe verboden, met zeer beperkte uitzonderingen. Deze bescherming is gebaseerd op de verhoogde kwetsbaarheid van jongeren voor slaaptekort en vermoeidheid. Dit vraagt om aandacht van HR en planners in sectoren waar veel jonge werknemers werken. Werknemers met aantoonbare gezondheidsproblemen kunnen onder omstandigheden aanspraak maken op aanpassing van werktijden. Hier speelt de bedrijfsarts een belangrijke rol in de beoordeling.

4.1.4 Uitzonderingen

afwijken

Voor bepaalde beroepen en sectoren staan er aanvullende regels voor werk- en rusttijden in het Arbeidstijdenbesluit. Bijvoorbeeld in de zorg (artsen en arts-assistenten), het werken op windparken op zee, in transport en bij defensie. Deze regels wijken af van de algemene regels in de Arbeidstijdenwet en staan in het Arbeidstijdenbesluit. Een brandweerman moet bijvoorbeeld maximaal 24 uur op zijn werkplek blijven om bij een oproep snel in actie te komen. Zonder aanvullende regels zou hij de algemene regels voor pauzes en rusttijden overtreden. De regels in het Arbeidstijdenbesluit gelden in bijna alle gevallen alleen als dat is afgesproken in de cao.

4.1.5 Cao en ATW

afspraken

rusttijden

In een cao kunnen sociale partners specifieke en toepasbare afspraken maken om de bescherming van de nachtwerkers te versterken. Deze cao-afspraken mogen nooit in strijd zijn met de ATW. De afspraken kunnen bijvoorbeeld gaan over:

  • het maximumaantal nachtdiensten per periode (strenger dan de wet);
  • het maximumaantal opeenvolgende nachtdiensten;
  • minimale rusttijden na nachtdiensten die ruimer zijn dan wettelijk vereist;
  • regels voor overgang van nacht- naar dagdiensten;
  • voorkeuren voor voorwaarts roteren van diensten.

begrenzen

Deze afspraken kunnen de belasting van nachtwerk aanzienlijk verminderen. Veel cao’s kiezen ervoor om nachtwerk verder te begrenzen dan wettelijk noodzakelijk, juist vanuit het oogpunt van duurzame inzetbaarheid. Belangrijk is dat een cao ook duidelijkheid kan geven over wat níét mag. Heldere roosterregels voorkomen druk op individuele werknemers om toch extra nachtdiensten te draaien.

Toeslagen

financiële
 compensatie

Hoewel de Arbeidstijdenwet niets voorschrijft over toeslagen voor nachtwerk en oproepdiensten, is dit een vast onderwerp voor cao-afspraken. Financiële compensatie kun je vaak zien als erkenning van de extra belasting van nachtwerk. In cao’s kunnen afspraken staan over:

  • nachttoeslagen (percentage of vast bedrag);
  • differentiatie naar tijdstip (bijvoorbeeld hogere toeslag na 2.00 uur);
  • combinatie van toeslagen voor nacht-, weekend- en feestdagen;
  • compensatie in tijd in plaats van geld.

Financiële compensatie is geen vervanging voor bescherming. Een hogere toeslag rechtvaardigt geen structurele overschrijding van wettelijke grenzen. De Arbeidstijdenwet blijft leidend als het gaat om gezond en veilig werken.

Bescherming

belastbaarheid

uitstroom

Cao’s kunnen extra bescherming bieden aan kwetsbare groepen, bovenop wat de wet al regelt. Je kunt de cao gebruiken om preventieve maatregelen te nemen die aansluiten bij de praktijk en bij het uitgangspunt dat belastbaarheid verschilt tussen werknemers en in de loop van het leven kan veranderen. Voorbeelden van cao-afspraken zijn:

  • aanvullende rechten voor zwangere werkneemsters, zoals automatische vrijstelling van nachtdiensten;
  • leeftijdsafhankelijke regelingen, bijvoorbeeld vermindering van nachtdiensten vanaf een bepaalde leeftijd;
  • afspraken over geleidelijke uitstroom uit nachtwerk;
  • maatwerk voor werknemers met gezondheidsklachten.