U bent hier

Onderneming & Fiscus
Succesvol onderneming overnemen/overdragen9. De financiering van een overdracht9.1 Bankfinanciering

9.1 Bankfinanciering

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Fiscaal Rendement
Publicatiedatum: juni 2026

Een banklening is in het midden- en kleinbedrijf (mkb) vaak de belangrijkste bron van financiering. De bank kijkt of de onderneming na de overdracht voldoende verdient om de rente en aflossing te kunnen betalen. Daarbij rekent de bank niet met het beste jaar, maar met genormaliseerde resultaten die laten zien wat de onderneming normaal gesproken verdient. Werk daarom met genormaliseerde cijfers en kies voor een voorzichtig scenario voor de eerste twaalf tot vierentwintig maanden na de overdracht.

Scenario’s

kasstroom

Een goede voorbereiding vraagt om meerdere scenario’s: een worst case (WC), een most likely case (MC) en een best case (BC). Zo laat je zien hoe de onderneming presteert onder verschillende omstandigheden en of de kasstroom voldoende is om de verplichtingen na te komen. Heeft de onderneming duidelijke seizoenen of pieken door grote opdrachten? Leg dat vooraf goed uit en zorg dat de aflossingsstructuur daarop aansluit, zodat je niet direct na de overname krap in je liquiditeit komt te zitten. Naast rente en aflossingen moeten ook toekomstige investeringen en vervangingsinvesteringen uit de kasstroom kunnen worden betaald.

Maatwerk

realistisch

In de praktijk biedt de bank niet altijd maatwerk aan je onderneming. Steeds vaker wordt lineair afgelost, zonder rekening te houden met seizoenspatronen of fluctuaties in de kasstroom. Ook een onvoorwaardelijke borgtocht is in het mkb vrijwel standaard geworden. Juist daarom is het belangrijk om realistische scenario’s door te rekenen en te zorgen dat de onderneming ook in mindere jaren aan alle verplichtingen kan voldoen.

Overleg met de bank over de juiste verdeling

Goed overleggen met de bank kan problemen voorkomen. Stel dat Sanne een groothandel overneemt met een druk vierde kwartaal en een rustig eerste kwartaal.

Patronen

aflossing

In overleg met de bank kiest zij voor een lagere aflossing in het eerste kwartaal en hogere aflossingen in het vierde kwartaal. Omdat zij vooraf de patronen in voorraad, debiteuren en marges heeft laten zien, accepteert de bank deze verdeling. Dit is praktischer dan een strak, gelijk maandbedrag dat elke winter weer tot druk leidt.

Zekerheden

Banken vragen bijna altijd om zekerheden. Denk aan een pandrecht op debiteuren, voorraden en inventaris, of een hypotheek op het bedrijfspand. In dienstverlenende ondernemingen kijkt de bank vooral naar de kasstroom; in handel en productie spelen debiteuren en voorraden ook mee.

Controleer ook of leveranciers of leasemaatschappijen al rechten hebben op bepaalde activa. De bank wil precies weten welke zekerheden vrij beschikbaar zijn en wat de rangorde is.

Borgstelling

Naast zekerheden vraagt de bank vaak om een borgstelling in privé van de eigenaar. Leg dan duidelijk vast welk maximumbedrag je garandeert, de einddatum en de momenten waarop de borgstelling vervalt. Vermijd onbeperkte borgstellingen; zorg voor een zakelijke, begrensde afspraak die past bij het risico van de overname.

Afspraken

hersteltermijn

Na de overdracht moet je voldoen aan de afspraken die de bank stelt. Die afspraken gaan meestal over het tijdig aanleveren van cijfers, het uitkeren van dividend en het gebruik van financiële maatstaven zoals solvabiliteit of kasstroomratio’s. Spreek ook een hersteltermijn af: als je één kwartaal net onder een norm uitkomt, wil je eerst kunnen bijsturen zonder dat de bank direct de financiering kan beëindigen.