U bent hier

Onderneming & Fiscus
Succesvol onderneming overnemen/overdragen8. Overdracht aan familie8.3 Overdrachtsbelasting

8.3 Overdrachtsbelasting

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Fiscaal Rendement
Publicatiedatum: juni 2026

strikte ­vrijstelling

Bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie kan overdrachtsbelasting aan de orde zijn als er onroerend goed in de onderneming aanwezig is. De wet kent hiervoor een gerichte vrijstelling, maar die is vrij strikt. Je kunt alleen een beroep op deze vrijstelling doen als de overdracht volledig binnen de familie plaatsvindt en de onderneming daadwerkelijk wordt voortgezet.

8.3.1 Kring van verkrijgers

uitsluitend

De vrijstelling geldt uitsluitend bij overdracht aan een beperkte groep familieleden: kinderen, kleinkinderen, broers en zusters, pleeg- en halfbroers en -zusters en hun echtgenoten. Ook pleegkinderen en hun afstammelingen vallen hieronder. Overdracht aan anderen valt buiten de regeling.

8.3.2 Objectieve onderneming

beleggingsvastgoed

Daarnaast moet sprake zijn van een objectieve onderneming. Het vastgoed moet behoren tot en dienstbaar zijn aan die onderneming. Beleggingsvastgoed valt niet onder deze vrijstelling. Ook buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen kan onder de vrijstelling vallen, zolang het een functioneel onderdeel is van de onderneming.

8.3.3 Voortzetten

in het geheel

Een kernvoorwaarde van deze vrijstelling is dat het familielid de onderneming in haar geheel voortzet. Dat mag gefaseerd, als de onderneming uiteindelijk volledig bij één opvolger terechtkomt. Versnippering over meerdere familieleden of deelname van derden leidt tot verlies van de vrijstelling. De wet kent geen minimale voortzettingstermijn, maar het voornemen tot daadwerkelijke voortzetting moet wel uit de feiten blijken.

Derde

Komt een deel van de onderneming tijdens dit traject van bedrijfsoverdracht binnen familie al in een bv terecht, dan ziet de Belastingdienst dit als voortzetting door een derde. In dat geval vervalt de vrijstelling voor het deel dat nog niet volledig is overgedragen.

Alleen als de hele onderneming al bij het familielid ligt vóór de inbreng in de bv, kan de vrijstelling blijven gelden (zie het besluit van 17 oktober 2024 en KG:052:2026:1).

8.3.4 Natuurlijk persoon

rechtstreekse verkrijging

De vrijstelling geldt in principe alleen bij rechtstreekse verkrijging door een natuurlijk persoon. Verkrijging via een bv, STAK of andere rechtspersoon is uitgesloten, ook als deze door familieleden wordt gehouden. Een uitzondering geldt als het familielid de onderneming eerst zelf verkrijgt en daarna inbrengt in een bv waarvan hij alle aandelen houdt, als hij aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Ook inbreng in een personenvennootschap met een ander kwalificerend familielid of echtgenoot (behoort dus tot de eerdergenoemde beperkte familiekring) kan mogelijk zijn, maar alleen onder strikte voorwaarden.

8.3.5 Procedure en uitsluitingen

een beroep doen op

Wil je gebruikmaken van deze vrijstelling voor de overdrachtsbelasting, dan moet je daar bij de aangifte overdrachtsbelasting een beroep op doen. Doe je dat niet, dan kan de Belastingdienst overdrachtsbelasting heffen, ook al voldoe je materieel aan de voorwaarden. Correcte vastlegging voorkomt discussie.

De vrijstelling werkt niet bij overdracht aan rechtspersonen (behoudens uitzonderingen), bij het niet volledig voortzetten of bij deelname van derden buiten de familiekring. De fiscus toetst deze voorwaarden streng, vooral bij samenhangende rechtshandelingen.