4.1 Loonheffing
niet via VCR
Van de loonheffingen is de loonbelasting/premie volksverzekeringen het enige onderdeel dat niet wordt berekend via de methode van voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR, zie paragraaf 4.2).
Tabellen
verschillende soorten
Berekening van de in te houden loonheffing moet via de loonbelastingtabellen gebeuren. Van deze tabellen zijn verschillende soorten beschikbaar. Zo zijn er witte en groene loonbelastingtabellen:
- De witte tabellen gelden voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (en daarmee gelijkgesteld loon).
- De groene tabellen gelden voor loon uit vroegere dienstbetrekking (en daarmee gelijkgesteld loon).
bepaalde groepen
bijzondere beloningen
Ook het woonland kan bepalend zijn bij welke loonbelastingtabel van toepassing is. Verder bestaan er aparte tabellen voor bepaalde groepen werknemers, te weten voor artiesten en buitenlandse beroepssporters en voor aannemers van werk, thuiswerkers, sekswerkers en gelijkgestelden. En voor eenmalige beloningen of beloningen die werknemers normaal gesproken slechts eenmaal per jaar ontvangen – denk bijvoorbeeld aan een bonus, overwerkloon of vakantiebijslag – gebruik je aparte loonbelastingtabellen. Er zijn witte en groene tabellen voor zulke bijzondere beloningen. Voor gebruik van deze bijzondere tabellen heb je het jaarloon van de werknemer nodig.
De loonbelastingtabellen voor 2026, 2025, 2024, 2023, 2022 en 2021 kun je via belastingdienst.nl/tabellen downloaden. Je vindt hier de standaardtabellen, en die voor herleidingssituaties en voor bijzondere beloningen.
Tijdvak
bepalend
Het loontijdvak – de periode waarover werknemers hun loon genieten – is bepalend voor welke loonbelastingtabel je moet gebruiken. Er zijn witte en groene tabellen beschikbaar voor de loontijdvakken van een dag, een week, vier weken, een maand en een kwartaal.
samengesteld
minder dan vijf dagen
In principe gebruik je de tijdvaktabel die overeenkomt met het loontijdvak van de werknemer. Soms is dat echter anders, bijvoorbeeld bij in- of uitdiensttreding in de loop van het loontijdvak. Het loontijdvak is dan samengesteld uit weken en/of dagen voor de dagen waarover je de werknemer loon betaalt. Je moet de weektabel toepassen voor elke volle werkweek en de dagtabel voor de resterende dagen. En bij bijvoorbeeld parttimewerknemers moet je de tijdvaktabel toepassen die overeenkomt met de periode waarover zij hun loon uitbetaald krijgen: het uitbetalingstijdvak. Parttimers zijn werknemers die normaal gesproken op minder dan vijf dagen per week werken.
Kolommen
leeftijd werknemer
loonheffingskorting
De witte en groene loonbelastingtabellen zijn ingedeeld in diverse kolommen. Welke kolom je moet aanhouden, hangt onder andere af van de leeftijd van de werknemer: jonger dan de AOW-leeftijd of met de AOW-leeftijd en ouder. In dat laatste geval is er een verdere onderverdeling tussen werknemers geboren in 1946 of later en werknemers geboren in 1945 of eerder. Je past de kolom voor werknemers met de AOW-leeftijd toe vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin ze die leeftijd bereiken.
Ook het feit of je de loonheffingskorting voor de werknemer moet toepassen, is bepalend voor welke kolom je moet gebruiken. Bij werknemers met de AOW-leeftijd zijn er twee kolommen ‘met loonheffingskorting’ om uit te kiezen: inclusief de alleenstaande-ouderenkorting of exclusief de alleenstaande-ouderenkorting.
Bepaling in te houden bedrag aan loonheffing
tijdvakloon bepaalt
Om de in te houden loonheffing te bepalen via de loonbelastingtabel, kijk je in de kolom die van toepassing is op de regel van het betreffende tabelloon. Het tijdvakloon van de werknemer bepaalt van welk tabelloon je hierbij moet uitgaan. Als het tijdvakloon tussen twee bedragen aan tabelloon zit, moet je de regel aanhouden van het lagere bedrag.
geen bedrag
twee situaties
Bij gebruik van de tabel voor bijzondere beloningen geldt hetzelfde voor het (berekende) jaarloon van de werknemer. Op de betreffende regel vind je echter geen bedrag aan in te houden loonheffing, maar een heffingspercentage dat je moet toepassen over de heffingsgrondslag.
Afdrachtvermindering
speur- en ontwikkelingswerk
zeevaart
In twee situaties mag je onderneming minder aan ingehouden loonheffing (en verschuldigde eindheffing) afdragen aan de Belastingdienst dan is aangegeven:
- bij gebruik van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O): het afdrachtvoordeel bedraagt 36% – 50% voor starters – over een bedrag van maximaal € 391.020 aan loonkosten en overige kosten en uitgaven voor S&O-werk, en 16% over het meerdere (percentages en bedrag 2026).
- bij gebruik van de afdrachtvermindering zeevaart: het afdrachtvoordeel bedraagt 40% over het loon van zeevarenden die in Nederland of een ander EER-land wonen en 10% over het loon van zeevarenden die in een ander land wonen maar wel loonbelasting of premie volksverzekeringen betalen.
Voor toepassing van de afdrachtvermindering S&O moet je onderneming over een S&O-verklaring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beschikken.