4.3 Inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
twee varianten
in te houden
De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) is er in twee varianten: een werkgeversheffing van 6,10% (2026), verschuldigd door je onderneming, en een werknemersbijdrage van 4,85% (2026), verschuldigd door de werknemer en door jou in te houden op zijn nettoloon.
Methode
voor elk loontijdvak
Je berekent de verschuldigde werkgeversheffing of werknemersbijdrage via de methode van het voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR), net als de premies werknemersverzekeringen (zie paragraaf 4.2). Voor elk loontijdvak van het betreffende kalenderjaar pas je dus het betreffende percentage aan inkomensafhankelijke bijdrage ZVW toe over de berekende aanwas van de bijdragegrondslag voor dat tijdvak. Hierbij moet je de bijdrage afronden op twee decimalen, in het voordeel van je onderneming.
Bijdragegrondslag
cumulatieve
Voor berekening van de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW bepaal je eerst de bijdragegrondslag tot en met het betreffende tijdvak. Hiervoor bereken je het cumulatieve bijdrageloon tot en met dat tijdvak. Als het cumulatieve maximumbijdrageloon lager is dan het (berekende) cumulatieve bijdrageloon, reken je verder met dat maximum als cumulatieve grondslag. Van de cumulatieve bijdragegrondslag trek je de grondslag af waarover je het vorige tijdvak de bijdrage hebt berekend. De uitkomst is de aanwas van de bijdragegrondslag voor het betreffende tijdvak.
op jaarbasis maximaal
Het maximumbijdrageloon is gelijk aan het maximumpremieloon (zie paragraaf 4.2). Dat betekent dat je onderneming op jaarbasis over een bijdrageloon van maximaal € 79.409 (bedrag 2026) werkgeversheffing ZVW verschuldigd is of werknemersbijdrage ZVW hoeft te berekenen.
Voor berekening van de aanwas van de bijdragegrondslag voor heffing van de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW maakt het niet uit of de bijdrage in de vorm van een werkgeversheffing wordt geheven of de werknemer de bijdrage ZVW is verschuldigd.
Om inzichtelijk te maken hoe berekening van de grondslagaanwas via VCR werkt bij wijziging van de omstandigheden, vind je in het kader hierna een eenvoudig rekenvoorbeeld. Dit voorbeeld geldt overigens net zo goed voor de (grondslagaanwas voor de) premies werknemersverzekeringen, net zoals dat het voorbeeld in paragraaf 4.2 ook voor de (grondslagaanwas voor de) inkomensafhankelijke bijdrage ZVW geldt.
Rekenvoorbeeld VCR met salarisverhoging
periode van vijf maanden
begrenzing
Stel dat de werknemer uit het vorige voorbeeld door een salarisverhoging vanaf maand 3 € 6.900 gaat verdienen. Hoe dit zich vertaalt over een periode van vijf maanden qua aanwas van de bijdragegrondslag, zie je hieronder.
| Premieloon | Maximumbijdrageloon | Grondslag cumulatief* | Aanwas grondslag | |
| Maand 1 | € 6.500 | € 6.617,41 | € 6.500 | |
| Cumulatief | € 6.500 | € 6.617,41 | € 6.500 | |
| Maand 2 | € 6.500 | € 6.617,41 | € 6.500 | |
| Cumulatief | € 13.000 | € 13.234,82 | € 13.000 | |
| Maand 3 | € 6.900 | € 6.617,41 | € 6.852,23 | |
| Cumulatief | € 19.900 | € 19.852,23 | € 19.852,23 | |
| Maand 4 | € 6.900 | € 6.617,41 | € 6.617,41 | |
| Cumulatief | € 26.800 | € 26.469,64 | € 26.469,64 | |
| Maand 5 | € 6.900 | € 6.617,41 | € 6.617,41 | |
| Cumulatief | € 33.700 | € 33.087,05 | € 33.087,05 |
* De cumulatieve grondslag is het cumulatieve bijdrageloon met als begrenzing het cumulatieve maximumbijdrageloon.