6.3 Bodemrecht
fiscus gaat voor
Eén gevaar is nog verraderlijker dan het vergeten te registreren bij de Belastingdienst: de Belastingdienst zelf. De pandhouder heeft heel sterke rechten, maar als het erop aankomt, gaat de fiscus toch voor. De fiscus heeft namelijk een zogenoemd bodemrecht.
6.3.1 Sterke rechten Belastingdienst
op de bodem bevinden
Het bodemrecht wil zeggen dat de fiscus zich kan verhalen op de zaken die zich letterlijk op de bodem van een belastingbetaler bevinden (bijvoorbeeld inventaris, machines en computers).
Het maakt daarbij niet uit of een derde misschien een pandrecht op die zaken heeft. Het maakt zelfs niet uit wie de formele eigenaar van de zaken is. De Belastingdienst trekt zich daar niets van aan.
6.3.2 Bodemrecht dwarsbomen
spullen op tijd weghalen
Tot voor kort pasten pandhouders allerlei trucs toe om het bodemrecht van de Belastingdienst te dwarsbomen. De eenvoudigste manier om dat te doen was door de spullen gewoon net op tijd weg te halen. Dat gaat niet altijd. Machines en computers moeten blijven staan om de onderneming draaiende te houden.
Wetswijziging
bodemzaken
In die gevallen sprak de pandhouder (meestal de bank) met de onderneming in kwestie af dat de stukjes grond waarop de machines stonden, door de bank gehuurd werden. Daardoor stonden de machines ineens niet meer op de bodem van de onderneming, maar op de bodem van de bank. De fiscus kon dan geen gebruik maken van zijn bodemrecht. Deze truc gaat niet meer op. Door een wetswijziging moet de pandhouder die van plan is zijn rechten uit te oefenen op de bodemzaken dit vooraf melden aan de Belastingdienst. De Belastingdienst krijgt vervolgens maar liefst vier weken de tijd om zelf zijn bodemrecht uit te oefenen.