U bent hier

Onderneming & Fiscus
Contact met de Belastingdienst9. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur9.1 Materiële en formele beginselen

9.1 Materiële en formele beginselen

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Salaris Rendement
Publicatiedatum: mei 2025

specialisatiebeginsel

gelijke gevallen

verbod van willekeur

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen formele en materiële beginselen van behoorlijk bestuur. Materiële beginselen hebben betrekking op de inhoud van overheidsbesluiten. Hierbij moet je denken aan:

  • het specialisatiebeginsel: het bestuursorgaan mag slechts belangen behartigen waarvoor de wet of regeling een grondslag biedt;
  • het vertrouwensbeginsel: een bestuursorgaan moet het opgewekte vertrouwen honoreren;
  • het gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden;
  • het evenredigheidsbeginsel (of proportionaliteitsbeginsel): de nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zwaar zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen;
  • verbod van willekeur: een bestuursorgaan mag bevoegdheden niet willekeurig gebruiken.

zorgvuldig onderzoek

Het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel zijn ongeschreven regels. Maar bijvoorbeeld het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van ‘détournement de pouvoir’ en het motiveringsbeginsel (zie hierna) zijn wel opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (AWB).

Formele beginselen

deugdelijke motivering

De formele beginselen hebben betrekking op de bevoegdheid van de overheid om besluiten te mogen maken en uitvoeren. Hieronder vallen:

  • het zorgvuldigheidsbeginsel: een bestuursorgaan moet bij het nemen van een besluit alle relevante feiten zorgvuldig onderzoeken en de belangen van alle partijen afwegen;
  • het motiveringsbeginsel: een besluit moet berusten op een deugdelijke motivering;
  • fairplaybeginsel: een bestuursorgaan moet een besluit onpartijdig en eerlijk nemen;
  • het legaliteitsbeginsel: de bevoegdheden die het bestuursorgaan heeft, moeten een grondslag in de wet hebben;
  • rechtszekerheidsbeginsel: een belastingplichtige moet weten waar hij aan toe is;
  • verbod op ‘détournement de pouvoir’: een bestuursorgaan mag zijn bevoegdheid niet gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is verleend.

Bij vernietiging op grond van een schending van een formeel beginsel zal de fiscus een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van de juiste procedure.