4.2 Moment van loonaangifte
tijdvak
Je doet aangifte loonheffingen over een aangiftetijdvak. Al het loon dat in dat tijdvak fiscaal is genoten, moet je in de betreffende aangifte verantwoorden.
4.2.1 Aangiftetijdvak
registratie
kalenderjaar
meewerkende kinderen
In de eerder genoemde ‘Aangiftebrief loonheffingen’ staat welk aangiftetijdvak de Belastingdienst voor jouw onderneming heeft geregistreerd. Meestal is dat een periode van een kalendermaand of van vier weken. Slechts in de volgende gevallen is het aangiftetijdvak een andere periode:
- Er geldt een aangiftetijdvak van een kalenderhalfjaar voor werknemers van zelfstandige binnenschippers die aan boord van het schip wonen.
- Er geldt een aangiftetijdvak van één kalenderjaar voor:
- personeel aan huis;
- personeel in het kader van een persoonsgebonden budget voor zorg;
- meewerkende kinderen.
wijzigen
Als je van aangiftetijdvak wilt veranderen, gebruik je het formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen’. Wil je dat de wijziging vanaf het nieuwe jaar ingaat, zorg er dan voor dat het formulier uiterlijk 14 december bij de Belastingdienst binnen is!
Verschil tussen een nihil- of nulaangifte
tijdig
na afloop
Ook als de onderneming geen loonheffingen verschuldigd is, moet je toch tijdig loonaangifte doen. Het hangt van de situatie af of je dan een nihil- of nulaangifte doet:
- Je doet alleen een nihilaangifte als jouw onderneming in het aangiftetijdvak geen werknemers in dienst had. Het collectieve deel van de aangifte laat je leeg of je vult 0 in en het nominatieve deel vul je niet in.
- Je doet alleen een nulaangifte als jouw onderneming in het aangiftetijdvak wel werknemers in dienst had, maar geen loon heeft uitbetaald. Je vult de loonaangifte helemaal in, maar bij het loon, de loonheffingen en de verloonde uren in het nominatieve deel vermeld je 0.
Na afloop
De loonaangifte doe je altijd na afloop van het betreffende aangiftetijdvak. Alleen als je weet dat de gegevens van de loonaangifte toch niet meer gaan wijzigen, kun je de aangifte ook al tijdens het aangiftetijdvak doen. Het doen van aangifte voordat het betreffende aangiftetijdvak is begonnen, is niet mogelijk; de ficus zal de aangifte dan afwijzen.
Je kunt voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) die niet zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen en voor pensioen- en stamrecht-bv’s eerder aangifte doen.
4.2.2 Loontijdvak
keuze
Een aangiftetijdvak is iets anders dan een loontijdvak. Het aangiftetijdvak is het tijdvak waarover je loonaangifte doet. Het loontijdvak is het tijdvak waarover de werknemers het loon hebben genoten. Jouw onderneming bepaalt welk loontijdvak je aanhoudt en heeft hierbij de keuze uit een tijdvak van een jaar, maand, vier weken, een week, een dag, maar bijvoorbeeld ook zes dagen.
Aansluiting
praktisch
Spreek je met de werknemers af dat de onderneming per maand uitbetaalt, dan is het loontijdvak een maand. Het is in ieder geval het meest praktisch als jouw aangiftetijdvak aansluit bij het gehanteerde loontijdvak. Als dit niet het geval is, kun je dit mogelijk laten aansluiten door het aangiftetijdvak te wijzigen.
Aandachtspunten
nabetaling
Als je het aangiftetijdvak niet kunt wijzigen, moet je rekening houden met de volgende zaken:
- Je doet per aangiftetijdvak aangifte van het in dat tijdvak uitbetaalde loon. Bij toepassing van de loon-oversystematiek (zie paragraaf 4.3) reken je nabetalingen over tijdvakken van hetzelfde kalenderjaar toe aan die tijdvakken.
- Je mag bij de rubriek ‘Datum aanvang inkomstenperiode’ geen datum invullen die buiten het aangiftetijdvak ligt. Als de datum buiten het aangiftetijdvak ligt, moet je de eerste datum van het aangiftetijdvak opnemen.