4.1 Rentabiliteitswaarde
winstcapaciteit
kapitaliseren
Met de rentabiliteitswaarde zet je de toekomstige winstcapaciteit om in een indicatieve waarde. Je start met genormaliseerde nettowinst (de winst na belasting, opgeschoond en met een marktconform ondernemersloon) en kapitaliseert die door te delen door een vereist rendement dat past bij het risico en de branche.
Formule: rentabiliteitswaarde = genormaliseerde nettowinst / vereist rendement.
4.1.1 Zo bereken je het
rendementseis
Om de rentabiliteitswaarde te bepalen, neem je de genormaliseerde nettowinst over een representatieve periode, meestal drie tot vijf jaar. Kies vervolgens een rendementseis die het risicobeeld weerspiegelt. Stabiele omzet, brede klantspreiding en beperkte afhankelijkheid van één persoon of enkele contracten, passen bij een lagere eis. Gaat het om grote onzekerheid of concentratierisico, dan hoort bij die punten een hogere eis. Reken de waarde uit door de winst te delen door de eis. Werk met een bandbreedte en beoordeel welk scenario het beste past bij jouw realiteit.
4.1.2 Praktijkvoorbeeld
voorspelbare resultaten
Sanne Meijer runt Bakkerij De Zon. Na normalisatie komt haar genormaliseerde nettowinst uit op € 250.000. De bakkerij draait stabiel maar is gevoelig voor energieprijzen. Met een rendementseis van 12% komt de rentabiliteitswaarde uit op ongeveer € 2,08 miljoen. Sanne gebruikt dit als indicatie en controleert de uitkomst met een tweede benadering om te zien of dit in de markt herkenbaar is.
4.1.3 Wanneer past deze methode?
De methode is effectief bij voorspelbare resultaten en als er snel een indicatie nodig is, zoals voor een gesprek met de koper, de bank of de medeaandeelhouder. Is de onderneming kapitaalintensief of staat een investeringsgolf voor de deur, spiegel de uitkomst dan aan een kasstroommethode en aan een intrinsieke waarde, voor een evenwichtig totaalbeeld.
4.1.4 Hoe kijkt de Belastingdienst hiernaar?
marktprijs
Voor de Belastingdienst is het uitgangspunt: de waarde in het economisch verkeer. Als er geen duidelijke marktprijs is, vraagt de Belastingdienst om een schatting met onderbouwing. In de praktijk worden meerdere methoden naast elkaar gebruikt. De rentabiliteitswaarde is een prima startpunt, als je haar toetst met een tweede invalshoek.