4.4 Discounted Cash Flow (DCF)
De berekening van de DCF bepaalt wat een onderneming vandaag waard is door te kijken naar het geld dat zij in de toekomst kan uitkeren. De toekomstige vrije kasstromen worden omgerekend naar hun waarde van nu (contant maken of disconteren). Je gebruikt daarbij een risicovoet die past bij het profiel van de onderneming. In waarderingsrapporten wordt dit vaak de weighted average cost of capital (WACC) genoemd.
Formule: waarde onderneming = contante waarde van de toekomstige vrije kasstromen + contante waarde van de restperiode.
4.4.1 Zo bereken je het
prognose
Voor de berekening van de DCF begin je met realistische cijfers die een goed beeld geven van de onderneming. Haal eenmalige en privé-achtige kosten uit de administratie en zet alle kosten op een niveau dat gebruikelijk is in de markt. Maak vervolgens een prognose voor drie tot vijf jaar van de omzet, marges, kosten, investeringen en de veranderingen in het werkkapitaal. Zet deze verwachtingen daarna om in vrije kasstromen na belasting.
Risicovoet
factoren
Vervolgens kies je een passende risicovoet. Die keuze hangt af van factoren zoals de mate van contractzekerheid, de spreiding van klanten, de gevoeligheid voor economische schommelingen en andere afhankelijkheden. Reken daarna de toekomstige kasstromen en de restwaarde terug naar de waarde van vandaag. Dat geeft de ondernemingswaarde.
Aandelenwaarde
overtollig
Tot slot bepaal je de aandelenwaarde. Tel daarvoor de overtollige liquide middelen bij de ondernemingswaarde op en trek de netto schuld ervan af. Neem hierbij ook verplichtingen mee die feitelijk als schuld werken, zoals vooruitbetaalde omzet en nog te betalen belastingen.
4.4.2 Praktijkvoorbeeld
Khan & Martínez Services bv, geleid door Aisha Khan en José Martínez, levert onderhoud en IT-ondersteuning aan regionale klanten. Na het opschonen van de cijfers verwachten zij vrije kasstromen van ongeveer € 350.000, oplopend naar € 550.000 in vijf jaar.
Risicovoet
contant maken
Gezien de contractbasis en spreiding in klanten wordt de risicovoet op 12% gezet. Voor de restperiode wordt uitgegaan van een duurzame groei van 2%. Contant maken van de kasstromen levert een ondernemingswaarde op van circa € 4,8 miljoen. Met € 300.000 overtollige kasmiddelen, € 1,0 miljoen bankschuld en € 200.000 aan posten die als schuld zijn aan te merken, komt de aandelenwaarde uit op ongeveer € 3,9 miljoen.
4.4.3 Voordelen en beperkingen
gevoeligheid
Deze methode koppelt de waarde van de onderneming aan het vermogen om liquiditeiten te genereren en is goed uitlegbaar richting koper, bank en fiscus. Keerzijde van deze methode is de gevoeligheid voor aannames. Toon daarom altijd een gevoeligheidsanalyse en werk met een bandbreedte.
4.4.4 Hoe kijkt de Belastingdienst hiernaar?
peildatum
De Belastingdienst accepteert de DCF-methode als de gebruikte aannames realistisch zijn en de onderbouwing goed controleerbaar is. Zij letten daarbij op de juiste peildatum, op het feit dat de onderneming ‘stand alone’ wordt gewaardeerd, op het aansluiten van de aannames bij bestaande contracten en historische cijfers, en op een duidelijk onderbouwde restwaarde.
Bij familie en opvolgingssituaties vindt de Belastingdienst het extra belangrijk dat alles zakelijk is opgezet. Vooroverleg kan daarom verstandig zijn.