4.2 Intrinsieke waarde
verder dan boekwaarden
De intrinsieke waarde geeft aan wat een onderneming vandaag waard is op basis van de balans: de actuele waarde van alle bezittingen minus de actuele waarde van alle schulden. Je kijkt verder dan boekwaarden, neemt stille reserves mee en rekent latente belasting over die reserves.
Formule: intrinsieke waarde = actuele waarde bezittingen – actuele waarde schulden.
4.2.1 Zo bereken je het
corrigeren
Inventariseer de activa van de onderneming en herwaardeer ze waar nodig naar de marktwaarde, bijvoorbeeld met taxaties of referenties. Breng alle passiva in kaart, inclusief de fiscale en contractuele verplichtingen. Trek daarna de schulden af van de geactualiseerde bezittingen en corrigeer voor latente belasting op stille reserves. Het verschil is de intrinsieke waarde.
4.2.2 Wanneer is deze methode zinvol?
toekomst
Het bepalen van de intrinsieke waarde werkt sterk als ondergrens en bij kapitaalintensieve bedrijven. Je krijgt een heldere momentopname van de vermogenspositie van de onderneming. Deze methode zegt weinig over het toekomstig verdienvermogen en de immateriële waarde. Voor dienstverleners en groeibedrijven is dit meestal slechts een deel van het verhaal. Bij dienstverleners zit de waarde vaak niet zozeer in bezittingen op de balans, maar in mensen, kennis en klantrelaties.
eenvoud en transparantie
Bij groeibedrijven speelt juist de verwachting van toekomstige groei en opbrengsten een grote rol, terwijl die nog nauwelijks in de balans zichtbaar zijn. In dit soort situaties is het daarom logisch om de intrinsieke waarde te gebruiken naast methoden die wél kijken naar verdienvermogen, zoals de rentabiliteitswaarde, de DCF-methode of een multiple benadering.
4.2.3 Voordelen en beperkingen
Een voordeel van deze methode is de eenvoud en transparantie: je rekent met herkenbare balansposten die je kunt onderbouwen. Het ontbreken van een toekomstbeeld en overzicht van de cashflow geldt als een beperking. Gebruik deze methode daarom naast een inkomens- of kasstroombenadering.
4.2.4 Hoe kijkt de Belastingdienst hiernaar?
onderbouwing
De Belastingdienst wil dat de waardering van de onderneming aansluit op de waarde in het economisch verkeer en dat je die deugdelijk onderbouwt. Voor ondernemingen met veel tastbare activa is een intrinsieke waardering vaak bruikbaar, als je de actuele marktwaarden hanteert, de stille reserves herkent en daar een latente belasting over berekent.
Als de immateriële waarde of het verdienvermogen een rol speelt voor jouw onderneming, voeg dan ook een tweede invalshoek toe.
4.2.5 Praktijkvoorbeeld
Jan de Vries wil zijn zoon laten toetreden tot zijn onderneming. De boekwaarde van het pand is € 900.000. De waardering op intrinsieke waarde staat in de tabel hierna. Jan gebruikt dit bedrag als ondergrens en toetst met een tweede methode voor een compleet beeld.
| Bedrijfspand (marktwaarde) | € 1.050.000 | |
| Overige bezittingen | € 620.000 | |
| € 1.670.000 | ||
| Hypotheek | € 500.000 | |
| Overige schulden | € 280.000 | |
| -/- € 780.000 | ||
| Latente VPB (19%) over stille reserves | -/- € 28.500 | |
| Intrinsieke waarde | € 861.500 |