4.5 Winst en cashflow
De multiples methode vermenigvuldigt een genormaliseerde prestatie met een factor uit de markt. Meestal geldt als maatstaf de earnings before interest, taxes, depreciation and amortization (EBITDA), earnings before interest and taxes (EBIT) of omzet.
Formule: ondernemingswaarde = de genormaliseerde EBITDA of EBIT (of soms omzet) × multiple.
4.5.1 Zo bereken je het
aandelenwaarde
Voor deze berekening normaliseer je de cijfers en zet je het eigenaarssalaris op een marktconform niveau. Kies daarbij de maatstaf die het beste past. Bij dienstverleners met weinig investeringen gebruik je vaak EBITDA (winst vóór rente, belasting en afschrijvingen). Bij kapitaalintensieve ondernemingen kies je liever EBIT (dezelfde winst, maar ná afschrijvingen), omdat de afschrijvingen daar het kapitaalbeslag en de vervangingsinvesteringen laten zien. Bepaal vervolgens de multiple als marktprijs per euro winst, op basis van recente transacties en vergelijkbare ondernemingen in dezelfde sector, met vergelijkbare schaal, groei, regio en risico. Onderbouw je plek in de bandbreedte met kenmerken zoals contractduur, klantspreiding en margestabiliteit. Bereken daarna de ondernemingswaarde en maak de stap naar de aandelenwaarde door de overtollige kasmiddelen erbij te tellen en alle terug te betalen posten af te trekken, inclusief verplichtingen die feitelijk als schuld functioneren.
4.5.2 Praktijkvoorbeeld
gevoeligheid
Rahman & Visser Techniek bv levert onderhoud en kleine installaties. Na normalisatie komt de EBITDA uit op € 1,2 miljoen. Vergelijkbare installatiebedrijven met langlopende servicecontracten wisselden recent van eigenaar voor een EBITDA multiple van 5,0 tot 5,5. Dat geeft een ondernemingswaarde van € 6,0 tot € 6,6 miljoen. Met € 500.000 overtollige cash, € 1,8 miljoen bankschuld en € 600.000 aan verplichtingen die als schuld functioneren, komt de aandelenwaarde uit op € 4,1 tot € 4,7 miljoen.
4.5.3 Voordelen en beperkingen
Een beperking van deze methode is de gevoeligheid voor slechte vergelijkingen en voor niet-genormaliseerde cijfers. Werk daarom met bandbreedtes, leg bronnen en keuzes vast en zet de uitkomst naast een kasstroombenadering.
4.5.4 Hoe kijkt de Belastingdienst hiernaar?
representatief
De Belastingdienst eist bij deze methode dat vergelijkingen representatief zijn en dat de cijfers opgeschoond zijn. Bij overdrachten binnen de familie of andere gevoelige dossiers vraagt de Belastingdienst vaak om een extra onderbouwing van de kasstromen en om een duidelijke stap van ondernemingswaarde naar aandelenwaarde.