4.3 Liquidatiewaarde
ordelijke liquidatie
De liquidatiewaarde geeft aan wat er netto overblijft als de onderneming wordt gestaakt: de verwachte opbrengst bij snelle of ordelijke verkoop van activa, minus de schulden en minus de liquidatie en afwikkelingskosten. Bij een ordelijke liquidatie ligt de opbrengst meestal hoger dan bij een noodliquidatie.
Formule: liquidatiewaarde = opbrengst activa bij directe verkoop – schulden – liquidatiekosten
4.3.1 Zo bereken je het
Bepaal eerst de verwachte verkoopopbrengst van alle activa met realistische uitgangspunten. Zet daar de volledige schuldenpositie tegenover en neem de liquidatiekosten mee, zoals advieskosten, beëindigingsvergoedingen, veilingkosten en transport. Corrigeer daarna voor de belasting over de vrijgevallen stille reserves.
4.3.2 Praktijkvoorbeeld
Lotte Vermeer stopt met Vermeer Logistics bv. De verwachte opbrengst van de activa bedraagt € 800.000 (dat is voor de loods, heftrucks, voorraad en debiteuren). De schulden zijn € 500.000 en de liquidatiekosten € 50.000. De liquidatiewaarde is dan € 250.000 (dat is: € 800.000 -/- € 500.000 -/- € 50.000). Dit is de netto ondergrens. Lotte verwerkt de eventueel vrijgevallen stille reserves en de bijbehorende belasting in de afwikkeling.
4.3.3 Voordelen en beperkingen
harde ondergrens
Deze methode geeft een helder en realistisch beeld van de waarde bij staken van de onderneming. Tegelijk is het een harde ondergrens die de continuïteit en de immateriële waarde van de onderneming buiten beeld laat en sterk afhangt van de marktcondities. Gebruik deze methode van de liquidatiewaarde daarom vooral bij liquidaties of als conservatieve referentie.
4.3.4 Hoe kijkt de Belastingdienst hiernaar?
De Belastingdienst beoordeelt of de schatting van de waarde in het economisch verkeer in het liquidatiescenario goed is onderbouwd. Leg daarom alle gemaakte aannames vast, neem de volledige liquidatiekosten voor je onderneming op en reken af over stille reserves die vrijkomen bij verkoop van je onderneming.