U bent hier

Onderneming & Administratie
WWFT5. Naar welke gegevens mag je vragen?5.2 Controle op handelingen van de cliënt

5.2 Controle op handelingen van de cliënt

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier FA Rendement
Publicatiedatum: december 2025

transactie-begrip

Tijdens de zakelijke relatie zullen jouw cliënten verschillende handelingen verrichten. We gebruiken het begrip handelingen in deze context, omdat het transactiebegrip, zoals dat in de Wwft wordt gebruikt, uitgaat van een: ‘handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt waarvan de instelling (adviseur) ten behoeve van haar dienstverlening aan die cliënt heeft kennis genomen’.

Daarbij kun je als adviseur vaak slechts zien dat een bepaalde handeling heeft plaatsgevonden, maar krijg je niet direct een onderbouwing voor die handeling te zien. In artikel 1 van de Wwft vind je de begrips- en reikwijdtebepalingen.

5.2.1 Vraag om onderbouwing van handelingen

risicoprofiel

In sommige gevallen, zeker als er sprake is van een cliënt of transactie met een hoger risico op witwassen of terrorismefinanciering, moet je om een nadere onderbouwing vragen over de handelingen. In dat kader speelt het door jou vastgestelde risicoprofiel van de cliënt daar een grote rol in. Bij een cliënt met een hoog risicoprofiel zul je vaker om een onderbouwing van de handelingen moeten vragen dan bij een cliënt met een laag risicoprofiel.

Verzoek om verdachte transacties te blokkeren

bevoegdheden

Europese 
regelgeving

Op 28 oktober 2025 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat de FIU-NL meer bevoegdheden geeft in de strijd tegen witwassen. Met dit voorstel kan de FIU-NL verzoeken tijdelijk verdachte transacties te blokkeren. Dit betekent dat onder meer banken, notarissen, accountants, belastingadviseurs en advocaten op verzoek van de FIU-NL transacties tijdelijk moeten tegenhouden. Hiermee loopt Nederland vooruit op de Europese anti-witwasregelgeving die deze bevoegdheid voor alle 
meldingsplichtigen vanaf medio 2027 verplicht stelt (zie ook hoofdstuk 9). Dit voorstel treedt waarschijnlijk 
1 januari 2026 in werking en is dan uitgewerkt in het nieuwe artikel 17a Wwft.

5.2.2 Nadere onderbouwing bij bron van middelen

Bitcoins

Vaak is een nadere onderbouwing nodig als je niet weet wat de bron van de middelen is die een cliënt gebruikt voor zijn handelingen. Stel dat je cliënt een pand heeft gekocht en de aankoop van dat pand volledig financiert uit eigen middelen. De cliënt geeft aan dat het geld afkomstig is uit speculatie met Bitcoins. In dat geval is het voor jou van belang om een onderbouwing te vragen of het aannemelijk is dat het geld verkregen is met speculatie in Bitcoins.

Cryptobezittingen aangeven in IB-aangifte

rapporteren

Vanaf 1 januari 2026 zijn aanbieders van cryptodiensten verplicht om gegevens over hun gebruikers en hun transacties te verzamelen, verifiëren en jaarlijks te rapporteren aan de Belastingdienst. Dit volgt uit de Europese DAC8-richtlijn, die Nederland nog in de nationale wet moet omzetten. De eerste rapportage over transacties in het jaar 2026 moet uiterlijk 31 januari 2027 bij de Belastingdienst binnen zijn. Cryptovaluta vallen namelijk onder overige bezittingen in box 3 van de inkomstenbelasting IB).

Inkeerregeling

correctie

vergrijpboete

Wellicht is de komende regelgeving reden om alsnog cryptobezittingen aan te geven die eerder niet zijn meegenomen in de aangifte. Een belastingplichtige kan nadat hij een onjuiste aangifte heeft gedaan alsnog een correcte aangifte doen. Bij een succesvol beroep op deze regeling legt de fiscus bij box 3-vermogen in principe geen vergrijpboete op. Deze boete is afhankelijk van de omstandigheden. Zo’n vrijwillige correctie moet de belastingplichtige wel inleveren vóórdat de inspecteur weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat er iets verzwegen is in de aangifte. Die vlieger gaat na 1 januari 2026 niet meer op.

5.2.3 Verscherpt cliëntenonderzoek

koers-
ontwikkeling

In het kader van een verscherpt cliëntenonderzoek moet je documenten en gegevens bij je cliënt opvragen over de herkomst van de initiële inleg in de Bitcoins en de koersontwikkelingen in de periode dat in de Bitcoins is belegd. Uit de door de cliënt overgelegde stukken moet blijken dat:

  • het geld voor de aankoop van de Bitcoins uit een duidelijke en legale bron komt;
  • de koersontwikkeling van de Bitcoin in de periode dat is belegd overeenkomt met de winst die volgens de cliënt zou zijn behaald, en later weer is omgezet in fiduciair geld, waarover de cliënt kon beschikken.

Vervolgstappen

beëindigen

Kan je cliënt deze vragen niet overtuigend onderbouwen, of de door de cliënt overgelegde stukken laten niet zien dat de speculatiewinst kon worden behaald? Dan ben je verplicht verdere actie te ondernemen. Bij onderbouwing met stukken die niet aannemelijk maken dat het geld uit legale bron komt, of speculatiewinst met Bitcoins niet mogelijk was, zou een melding bij de FIU-NL kunnen volstaan. Het kan ook zijn dat je de cliëntrelatie dan moet beëindigen.

Wees ook alert op kleine signalen

gewoonte-
witwassen

winstmarge

Wwft-poortwachters moeten alert zijn op signalen van financieel onverklaarbaar gedrag, ook als deze klein lijken, zoals in de volgende zaak. Het begon met een wijkagent die een Ferrari 430 in een wijk zag staan waar zo’n auto niet gebruikelijk is en eindigde met een veroordeling vanwege gewoontewitwassen van girale gelden van € 1,95 miljoen. Uit een uitgebreid onderzoek bleek dat:

  • de Ferrari op naam stond van een zorgondernemer;
  • de FIU-Nederland meldingen had ontvangen van ongebruikelijke transacties over deze zaak;
  • verschillende banken geldrondes hadden gesignaleerd tussen privé- en zakelijke rekeningen;
  • De Nederlandse Arbeidsinspectie winstmarges tot 66% had ontdekt bij de zorgonderneming, waar de zorgsector gemiddeld rond de 1,4% zit.

Rechtbank Rotterdam, 25 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:
2025:12511