3. Arbo(kern)deskundigen
De bedrijfsarts, ergonoom, arbeidshygiënist of veiligheidsdeskundige staan paraat om de werkgever en jou een handje te helpen bij de preventie van arbeidsrisico’s. Er zijn echter zo veel arbospecialisten dat het misschien ook voor jou niet meer duidelijk is wie nu eigenlijk waarvoor verantwoordelijk is en wanneer inschakelen verplicht is. In veel gevallen, en zeker als het gaat om preventiebeleid, moet je met je collega-arboprofessionals samenwerken.
eerder
Bij de preventie van arbeidsrisico’s denk je misschien aan bepaalde deskundigen die ervoor gestudeerd hebben. Toch begint preventie bij iemand die geen specialist is, namelijk bij de werkgever zelf. De manier waarop hij met zijn werknemers omgaat, heeft invloed op de motivatie en betrokkenheid van werknemers. Werknemers zijn bijvoorbeeld geneigd zich eerder of langer ziek te melden als de werksfeer slecht is. Maar zelfs als de sfeer in de organisatie wél optimaal is, kan de werkgever nog meer doen om ziekteverzuim van zijn werknemers te voorkomen. Demedicaliseren, de ‘bemoeienis’ van de geneeskunde verminderen, is tegenwoordig het credo van veel werkgevers.
Zaken bespreekbaar maken moet verzuim van de werknemers voorkomen of de duur ervan inperken. In sommige gevallen heb je echter de kennis en kunde van een professional nodig. Schroom dan zeker niet om aan te kloppen bij externe experts.
Soorten
expertise
Organisaties moeten zich laten ondersteunen door een kerndeskundige (ook wel arbodeskundige genoemd). Een kerndeskundige adviseert organisaties over het verbeteren van de arbeidsomstandigheden vanuit zijn eigen expertise. De arboregelgeving onderscheidt vier soorten kerndeskundigen, namelijk de bedrijfsarts, de arbeids- en organisatiedeskundige, de arbeidshygiënist en de veiligheidskundige.
De ergonoom (paragraaf 4.5) is geen arbodeskundige, maar wel een arbo-expert die je kunt inzetten voor het aanpakken van ergonomische risico’s. Ook de bedrijfshulpverlener speelt een rol bij preventie (paragraaf 4.6).