5.2 Ontploffingsgevaar
rampzalig
brandbaar
exploderen
Al is de kans op een ontploffing in bedrijfspanden en in kantoorgebouwen meestal tamelijk klein, áls het gebeurt zijn de gevolgen vaak rampzalig. Een explosie is een mengsel van lucht en een brandbare stof in een bepaalde verhouding dat in contact komt met een ontstekingsbron. Gevaar voor explosie is aanwezig als er in een organisatie wordt gewerkt met brandbare vloeistoffen – bijvoorbeeld alcohol, terpentine of aceton – of brandbare gassen, zoals waterstof of biogas. Ook minder voor de hand liggende stoffen, zoals meel, veevoeder, houtstof en zelfs suiker zijn brandbaar: de zogenoemde ‘brandbare vaste stoffen’. Verschillende brandbare stoffen veroorzaken verschillende soorten explosies:
- Een gasexplosie ontstaat, doordat er gas of damp ontsnapt en zich mengt met zuurstof. Komt het ontsnapte gas in contact met een ontstekingsbron, dan kan het exploderen.
- Stofexplosies ontstaan, doordat bijvoorbeeld meel of zaagsel door de ruimte wervelt – door ventilatie of turbulentie – en daarbij in contact komt met een ontstekingsbron. Dit is bijvoorbeeld een open vuur, maar ook een mechanische of elektrische vonk, een heet oppervlak of statische elektriciteit kan fungeren als ontstekingsbron.
Verantwoordelijkheid
complexiteit
De werkgever is verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden in zijn bedrijf. Het is dan ook in eerste instantie zijn taak – en dus ook die van jou als arboprofessional! – om het risico op explosies te verkleinen. Daarbij moet je je houden aan diverse door de overheid vastgelegde regels. De Arbeidsinspectie is de toezichthouder als het gaat om naleving van de regelgeving over explosiegevaar. Gezien de complexiteit van de materie is het meestal nodig om op dit terrein een expert in te schakelen, bijvoorbeeld een veiligheidsdeskundige (zie hoofdstuk 4) of zelfs een gespecialiseerd bedrijf.