8.2 Veilig werken in de kou
verplicht
Nederland kent een gematigd zeeklimaat met relatief milde winters, milde zomers en neerslag gedurende het hele jaar. Toch is het soms bitterkoud of juist heel heet. Als je organisatie werknemers heeft die in de buitenlucht of in open of onverwarmde ruimtes werken, ben je verplicht ervoor zorg te dragen dat ook zij veilig en gezond kunnen werken.
8.2.1 Temperatuur werkplek
Arbobesluit
schadelijke gevolgen
Het Arbobesluit vermeldt geen exacte temperaturen, maar geeft in artikel 6.1 wel aan dat de temperatuur van de werkplek (of het product dat een werknemer bewerkt) niet nadelig mag zijn voor de gezondheid van de werknemer. De werkgever moet bij het bepalen van de mogelijke schadelijke gevolgen van de temperatuur rekening houden met de aard van de werkzaamheden en de fysieke belasting die daar het gevolg van is.
In de cao of de arbocatalogus kan meer gedetailleerd beschreven staan wanneer sprake is van dusdanige kou dat werknemers risico lopen tijdens hun werk.
8.2.2 Voorlichting over kou
RI&E
Werknemers die buiten werken (of binnen in een koude omgeving) moeten goede uitleg krijgen over de arbeidsrisico’s van werken in de kou. Ze moeten weten hoe ze om moeten gaan met kou en tijdig de symptomen van bevriezing, letsels door kou en onderkoeling kunnen herkennen, bij zichzelf en bij collega’s. De werkgever moet een goed beleid opstellen én uitvoeren. De risico’s van kou en de maatregelen daartegen staan in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
8.2.3 Arbeidshygiënische strategie
bronmaatregel
Volgens de arbeidshygiënische strategie (een stappenplan om risico’s op de werkvloer te beheersen) kijk je eerst of het mogelijk is om de kou helemaal weg te nemen of te verminderen (bronmaatregelen). Je kunt het werk buiten uitstellen tot het weer wat warmer is. Ook kun je het contact met koude vloeren en materialen beperken. Als de situatie het toelaat, kun je wind en tocht beperken, bijvoorbeeld door het gebruik van windschermen of zeilen. Neerslag kun je beperken door – bijvoorbeeld – overkappingen.
8.2.4 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)
Arbowet
Goede kleding en schoeisel kunnen bijdragen aan een goede warmtebalans van werknemers. Je bent op basis van de Arbowet en arboregelgeving verplicht om persoonlijke beschermingsmiddelen te verstrekken als de kou schadelijke gevolgen voor de werknemer kan hebben. Voor ieder weertype, iedere werkplek, werknemer en aard van het werk kan een ander persoonlijk beschermingsmiddel doeltreffend zijn. Te koude kleding is niet goed, maar te warme kleding of kleding die de bewegingsvrijheid te veel beperkt ook niet.
8.2.5 Aanpassen van het werk
opwarmen
Als de PBM’s onvoldoende bescherming bieden, moet je zorgen voor een kortere werkdag of een plek waar werknemers kunnen opwarmen. Maak goede afspraken over de momenten waarop werknemers kunnen opwarmen en hoelang daarvoor nodig is. Voorkom dat ze te warm worden, zodat ze bezweet weer de kou ingaan. Vocht en kou leiden immers tot een sneller verlies van warmte.
Spreek af wanneer werknemers mogen stoppen met werken vanwege de kou, omdat buiten werken niet meer op een verantwoorde manier kan plaatsvinden.