8.3 Strafrechtelijke vervolging
vermoeden
Het BFT kan naast of in plaats van de inzet van bovengenoemde handhavingsinstrumenten bij het vermoeden van een strafbaar feit aangifte doen bij het Openbaar Ministerie (OM). Bij overtreding van de Wwft is dat gebaseerd op de Wet op de economische delicten (WED).
Factoren
complexiteit
impact
Bij de afweging voor het doen van aangifte spelen in ieder geval de volgende aspecten een rol:
- de complexiteit van de (strafrechtelijke) normschending;
- de noodzaak tot inzet van strafrechtelijke (dwang-)middelen;
- de samenloop met commune delicten;
- de verwijtbaarheid, maatschappelijke onrust of impact;
- het te verwachten effect van tucht-, bestuursrechtelijke dan wel strafrechtelijke afdoening.
Openbaar Ministerie
officier van justitie
verbod
Over gedragingen waarvoor een bestuurlijke boete opgelegd kan worden en die een strafbaar feit zijn, vindt door het BFT afstemming plaats met de officier van justitie. Bij aangifte van een strafbaar feit kan het OM in ernstige gevallen strafrechtelijk vervolging inzetten en bij een bewezen schuldigverklaring door de strafrechter kan dit resulteren in een geldboete of gevangenisstraf. Daarnaast kan de rechter aanvullende sancties opleggen, zoals een beroepsverbod.