U bent hier

Onderneming & Administratie
WWFT6. Welke ongebruikelijke transacties zijn er?6.2 Subjectieve meldindicator

6.2 Subjectieve meldindicator

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier FA Rendement
Publicatiedatum: december 2025

Heb je bij een transactie aanleiding om te veronderstellen dat de transactie verband kan houden met witwassen of terrorismefinanciering, dan is de subjectieve meldindicator van toepassing. Je moet dus door de transactie een vermoeden hebben van witwassen of terrorismefinanciering.

Afweging

Bij dit soort transacties moet je dus steeds een eigen af-
weging maken of je al dan niet een melding moet doen. Het moet steeds gaan om transacties waarbij jouw cliënt betrokken is, en waarvan jij als adviseur of iemand van jouw kantoor kennis draagt.

Leg vermoedens vast in het cliëntendossier

toezicht-houder

laagdrempelig

Het is voor jou als adviseur van belang om de afweging om al dan niet te melden goed vast te leggen in het cliëntendossier. Bij een controle door de toezichthoudende autoriteit kun je dan niet alleen laten zien dat je die afweging hebt gemaakt, maar ook waarom je eventueel niet tot melding bij de FIU-NL bent overgegaan. Uit vaste rechtspraak is af te leiden dat de meldplicht laagdrempelig is en dat een melding bij een ongebruikelijke handeling van een cliënt dus al snel in beeld komt.

Risicoprofiel

Voor het herkennen van ongebruikelijke transacties moet je dus een goed beeld hebben van je cliënt. Daarbij is uiteraard het eerder genoemde risicoprofiel van de cliënt van belang. Op grond van dat profiel heb je al een bepaald beeld van je cliënt, en weet je ook wat voor soort handelingen en transacties je kunt verwachten bij die cliënt.

Als de transacties van jouw cliënt afwijken van het profiel en dus van hetgeen je verwacht, is er een goede reden om dit te monitoren en nader onderzoek te doen naar die afwijkende transacties.

Geen gronddelict

stappenplan

verifieerbaar

In strafrechtelijke rechtspraak over witwassen wordt vaak een stappenplan gevolgd door rechters als er geen gronddelict voor witwassen bekend is. Zie bijvoorbeeld deze uitspraak van Gerechtshof Amsterdam: ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8481). Als degene die van witwassen wordt verdacht een verklaring geeft over de herkomst van de gelden, moet zo’n verklaring volgens de rechter ‘concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn’.

Deze criteria zouden ook moeten gelden voor acceptabele verklaringen van cliënten als er sprake is van een hoog risico op witwassen en de herkomst van de gelden onduidelijk is. Hiermee voorkomt de adviseur dat hij zelf strafrechtelijk (als medeplichtige) hierbij betrokken raakt.

Verschillende factoren

FIU-NL

De toezichthoudende autoriteit BFT heeft een lijst gepubliceerd met voorbeelden van transacties die voor melding op grond van de subjectieve meldindicator bij de FIU-NL in aanmerking komen, als de cliënt geen acceptabele verklaring kan geven voor zijn transactie. Deze voorbeelden zijn ingedeeld in verschillende factoren en worden voor zover relevant voor adviseurs hieronder apart besproken met daarbij een praktijkvoorbeeld.

6.2.1 Factoren met betrekking tot landen en gebieden

UBO

In de eerste categorie vallen factoren met betrekking tot landen en gebieden. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan partijen, vertegenwoordigers, UBO’s of andere betrokkenen die woonachtig zijn of gevestigd in:

  • landen of gebieden die niet (adequaat) voldoen aan de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF). Deze landen staan op de grijze en zwarte lijst van de FATF;
  • landen waar als terroristisch aangemerkte organisaties actief zijn.

Zwarte lijst

Stel de UBO van een cliënt woont in Iran (dit land staat op de zwarte lijst van de FATF). Je hebt jezelf ingespannen om de identiteit van de UBO te controleren, maar het is je niet gelukt om deze controle op een wijze uit te voeren die voldoende zekerheid biedt dat die identiteit ook klopt.

6.2.2 Factoren met betrekking tot de cliënt

handels-register

Er kan ook sprake zijn van personen die formeel geen in het handelsregister geregistreerde functie bekleden, terwijl die persoon de facto de dienst uitmaakt in de onderneming.

Voorbeeld

personeels-bestand

Een andere persoon dan de eigenaar of bestuurder speelt een grote rol bij één van jouw cliënten. De naam van deze persoon komt steeds naar voren bij verschillende transacties van jouw cliënt. Uit het handelsregister en het personeelsbestand blijkt echter niet dat deze persoon een rol vervult binnen de onderneming van je cliënt. Maar deze persoon neemt wel steeds beslissingen over relevante zaken binnen de onderneming.

stroman

Je zou hieruit de conclusie kunnen trekken dat de formeel geregistreerde eigenaar of bestuurder slechts wordt ingezet als instrument voor degene die feitelijk de dienst uit maakt, maar kennelijk niet direct in beeld wil komen. Dit kan duiden op een stroman- of verhullende constructie.

6.2.3 Relatie adviseur en cliënt

terughoudend

In de derde categorie vallen factoren met betrekking tot de relatie tussen de adviseur en zijn cliënt. Denk aan een cliënt die terughoudend is in het verstrekken van informatie, onjuiste informatie geeft of weigert informatie te verstrekken die voor de transactie of dienstverlening noodzakelijk is.

Informatieverstrekking

belasting-aangifte

Stel je ziet steeds betalingen binnenkomen bij een cliënt, maar je kunt niet achterhalen op welke transacties de betalingen betrekking hebben. Deze cliënt is daarbij steeds terughoudend met het verstrekken van informatie en documenten. Soms wordt die informatie niet eens gegeven. Daardoor wordt het steeds lastiger om de benodigde belastingaangiften voor de cliënt te doen. Hoewel je de cliënt meerdere keren hierop hebt aangesproken en de cliënt na een sommatie verbetering heeft toegezegd, blijft het probleem voortduren.

6.2.4 Factoren met betrekking tot dienstverlening

ongebruikelijk

Het kan ook zijn dat met name de cliënt betrokken is bij – al dan niet eenmalige – transacties, die ongebruikelijk zijn, doordat deze niet passen in de normale beroeps- of bedrijfsuitoefening van de cliënt.

klantbeeld

Stel een cliënt verricht transacties die niet passen in het klantbeeld dat je van hem hebt. Jouw cliënt is een Nederlandse zorginstelling, maar is ook gaan investeren in vastgoed in het buitenland. Volgens de cliënt zou de financiering voor dat vastgoed ook in het buitenland zijn verkregen via een in dat land bevriende ondernemer.

6.2.5 Factoren met betrekking tot het financiële verkeer

cryptovaluta

Het kan ook zijn dat een cliënt voorkeur heeft voor activa die geen sporen achterlaten, zoals:

  • contant geld;
  • cryptovaluta (bitcoin of soortgelijke betaalmiddelen);
  • toonderpapieren (waardepapieren zoals een aandeel of obligatie).

Betaalverkeer

BFT

Hetzelfde geldt voor een betaalverkeer dat een ongebruikelijk patroon vertoont. Denk hierbij aan een cliënt die over gelden beschikt die afkomstig zijn uit onduidelijke bronnen, of de door de cliënt aangegeven bronnen zijn onwaarschijnlijk of onvoldoende gedocumenteerd. Niet alleen deze factoren vallen volgens het BFT onder subjectieve meldindicatoren, maar bijvoorbeeld ook aan- of verkopen tegen prijzen die beduidend afwijken van marktprijzen. Hieronder valt ook de WOZ-waarde.

Voorbeeld

privébank-rekening

Een man van 35 jaar is zowel voor zijn onderneming als in privé cliënt bij jou. Hij heeft in privé een vrijstaand huis gekocht voor ruim € 800.000. Het bedrag voor de aankoop heeft hij betaald vanaf zijn privébankrekening. Hij had dus geen hypotheek nodig bij de aankoop.

Documentatie

wallet

eigen beheer

De cliënt laat aan jou weten dat hij het geld afgelopen jaren heeft verdiend met het speculeren in Bitcoins. Hij kan echter niet laten zien welk bedrag hij in Bitcoins heeft geïnvesteerd, en ook niet dat hij de Bitcoins weer met winst heeft verkocht. Hij zou de betreffende bankrekening hebben opgezegd nadat hij het geld voor de aankoop had gestort bij de notaris. Ook kan deze cliënt niet de Bitcoin-transacties laten zien, omdat hij een zogenoemde ‘non custodial Bitcoin wallet’ had, en de code voor toegang tot die wallet is kwijtgeraakt, en dus niet meer bij de informatie kan. Een ‘non custodial Bitcoin wallet’ is een Bitcoinwallet waarbij de eigenaar de private keys van de Bitcoins in eigen beheer heeft.

6.2.6 Juridische entiteiten en structuren

Het BFT heeft ook een speciale categorie voor gevallen waarbij een cliënt (in korte tijd) één of meerdere (buitenlandse) rechtspersonen of vennootschappen wenst op te richten voor zichzelf of een andere persoon, zonder dat daarvoor legitieme fiscale, juridische of commerciële redenen aanwezig (lijken te) zijn.

Offshore

holding

STAK

Stel een cliënt wil door een zogenaamde bedrijvenaanbieder een holding op laten richten voor zijn werkmaatschappij en deze vestigen in het buitenland (offshore). Maar deze constructie lijkt geen fiscale, commerciële of juridische voordelen te bieden. Het is dus de vraag wat de cliënt hiermee denkt te bereiken. Je vraagt de cliënt naar de echte reden voor deze constructie. Hij geeft aan dat hij zichzelf meer wil beschermen door te voorkomen dat derden kunnen zien wie de eigenaar is van de onderneming. Je vertelt aan de cliënt dat hij ook gewoon in Nederland de eigendom van zijn onderneming kan afschermen, door bijvoorbeeld gebruik te maken van een stichting administratiekantoor (STAK) die dan de aandelen houdt voor de holding en certificaten van aandelen uitgeeft. Zo kunnen derden niet zien wie die certificaten houdt. Toch houdt de cliënt voet bij stuk.

6.2.7 Vastgoed en overige registergoederen

ABC-transactie

Er is ook een categorie voor:

  • vastgoedtransacties zonder financiering uit eigen middelen, waarbij de herkomst van de gelden ofwel de bron van de middelen onduidelijk is;
  • registergoederen die in korte periode (bijvoorbeeld via ABC-transacties) meerdere keren verhandeld worden met een ongebruikelijke hoge winstmarge.

Voorbeeld

hypothecaire financiering

Je cliënt, een horecaondernemer, koopt in privé een pand voor € 180.000 (met hypothecaire financiering via een bank) om samen met zijn vriendin in te gaan wonen. Hij laat het pand verbouwen en besluit ná de verbouwing om er niet in te gaan wonen, maar verkoopt het pand binnen één half jaar voor een bedrag van € 250.000.

Privévermogenspositie

De verbouwing die volgens je cliënt € 60.000 heeft gekost, heeft hij uit eigen middelen voldaan. Uit de privévermogenspositie van je cliënt blijkt echter niet dat hij over het geld kon beschikken om de verbouwing uit eigen middelen te kunnen financieren.

6.2.8 Factoren voor notarissen

schuldig 
blijven

Vooral notarissen moeten goed opletten bij de volgende vastgoedtransacties:

  • de aankoopsom of waarborgsom wordt gefinancierd door een ander dan de cliënt niet zijnde een reguliere hypothecaire financier;
  • de koopsom wordt door de koper geheel of gedeeltelijk schuldig gebleven aan de verkoper, waarbij de verkoper al dan niet optreedt als hypotheekhouder;
  • de koopsom is onderling voldaan of verrekend (dus buiten de notaris om) tussen koper en verkoper.

Voorbeeld

vakantie-woning

notariële akte

rente

Een ondernemer koopt een beheerderswoning op een jachthaven, met het idee om later de gehele jachthaven (die enigszins in verval is) over te kunnen nemen en daar vakantiewoningen op te kunnen bouwen. Voor de financiering van de aankoop van het pand verkrijgt hij een hypothecaire lening van een andere ondernemer. De twee ondernemers hebben geen (zakelijke) relatie met elkaar en hoe ze elkaar kennen is onbekend. In de notariële akte moet volgens de geldleningsovereenkomst worden opgenomen dat de geldgever de helft van de overwaarde van het pand krijgt als het pand binnen een jaar wordt doorverkocht met winst. Daarnaast wordt er niet een marktconform rentepercentage van 12% overeengekomen.

6.2.9 Adviseurs, externe accountants en administrateurs

discrepantie

Er zijn ook factoren die vooral een bel moeten doen rinkelen bij belastingadviseurs, externe accountants en administratiekantoren. Deze factoren spelen als de bedrijfsactiviteiten van de cliënt vragen oproepen. Denk hierbij aan een afwijkende factuur, transactie of geldlening, een onverklaarbare discrepantie tussen geld- en goederenstroom, voorkeur voor betalingen via de kas en mogelijke corruptie/omkoping.

Voorbeeld

Stel Je cliënt is een detailhandel in exclusieve meubels. In één jaar tijd realiseert jouw cliënt een omzet van € 1,2 miljoen. Bij twee derde van de omzet (dus € 800.000) vindt de verkoop in contanten plaats. Eén of twee keer per week stort de cliënt contant geld af bij de bank. Het valt op dat de bedragen die worden gestort altijd onder de € 10.000 blijven. Tussen de contante transacties blijkt één klant te zitten die in totaal € 250.000 aan meubels heeft gekocht. De contante betalingen die daarvoor bij de meubelzaak zijn gedaan blijven in soms dagelijkse deelbedragen steeds onder de € 10.000.

6.2.10 Factoren voor salarisadministratiekantoren

salaris-
transactie

Tot slot is er een categorie met factoren die onder meer van toepassing zijn bij salaristransacties. Het betreft salaristransacties die door hun omvang, aard, frequentie of uitvoering ongebruikelijk zijn of een vermoeden wekken van arbeidsuitbuiting. Denk hierbij aan een zogenoemde ‘spookwerknemer’. Dit is iemand die als werknemer wordt opgevoerd in de salarisadministratie, maar die feitelijk geen werkzaamheden verricht.

Arbeidsuitbuiting

lange 
werkdagen

vermoeden

Er is in ieder geval een vermoeden van arbeidsuitbuiting als er bijvoorbeeld:

  • structureel lange werkdagen moeten worden gemaakt;
  • werknemers te weinig betaald krijgen;
  • werknemers niet worden betaald of de betaling wordt uitgesteld;
  • meerdere werknemers van de cliënt op hetzelfde adres woonachtig zijn of zijn ingeschreven.

nettoloon

leidraden

Daarnaast kan er ook sprake zijn van een vermoeden dat werkuren op papier zijn uitgebreid, zodat een hoger salaris volgt, terwijl die uren niet worden gewerkt. Er zijn ook gevallen waarbij het nettoloon wordt overgemaakt op een bankrekening die niet op naam van de ‘werknemer’ staat. Stel, bij een cliënt die werkzaam is als zorgkantoor staat een persoon op de loonlijst die elke maand een maandsalaris krijgt uitbetaald. Op werklijsten van die cliënt komt echter nooit naar voren dat die persoon zorguren maakt of heeft gemaakt voor de onderneming van jouw cliënt.

Leidraden

In Bijlage 1 van de Specifieke leidraden, die te downloaden is via de website van het BFT, vind je veel meer voorbeelden. Gebruik dit document ook bij de afweging of je op basis van de subjectieve indicator een melding van een ongebruikelijke transactie moet doen bij de FIU-NL.