7.2 Cryptovermogen
verborgen vermogen
Aan het begin van dit hoofdstuk noemden wij al het ‘verborgen vermogen’. Sinds de invoering van de Common Reporting Standard (CRS) is het steeds moeilijker om buitenlandse spaar- en beleggingsrekeningen buiten beeld van de Nederlandse fiscus te houden. Vanaf 2026 geldt dat ook voor cryptovermogens. De gegevens daarover moeten voor het eerst in 2027 – over het jaar 2026 – door cryptodienstverleners worden doorgegeven aan de belastingdiensten in Nederland en het buitenland. Dit gebeurt op grond van de Europese richtlijn DAC8 en op grond van het OESO-raamwerk met de naam CARF.
7.2.1 Cryptovermogen in belastingaangifte
waarde vaststellen
De praktijk leert dat veel cryptobeleggers hun cryptobeleggingen lange tijd niet hebben vermeld in hun belastingaangiften. Daarvoor kunnen allerlei redenen zijn geweest. Misschien dachten zij dat dit niet nodig was, of het was moeilijk om de waarde vast te stellen, en soms ging het – zeker in het verdere verleden – om relatief kleine bedragen.
Bewijs
bewijsstukken
Het alsnog vermelden van het cryptovermogen, zeker als de waarde inmiddels significant is, levert veel vragen op van de Belastingdienst. Als de eerste aanschaf of verkrijging van crypto jaren geleden is gebeurd, is het vaak ook moeilijk om nog bewijsstukken te vinden. Nog daargelaten dat er in de tussentijd ook aanbieders van cryptodiensten failliet zijn gegaan, of om andere redenen zijn opgehouden te bestaan. Cryptodienstverleners waren in het verleden bovendien niet verplicht om hun cliëntadministratie langdurig te bewaren.
7.2.2 Onderbouwing van oorsprong cryptovermogen
typologie
box 3
Vanuit witwasperspectief wordt cryptovermogen vaak sceptisch bejegend. In hoofdstuk 2 kon je al lezen over dat als witwas ‘typologie’ geldt dat illegale opbrengsten worden omgezet in cryptovaluta, vaak via contante aankopen en online exchanges. Als belastingadviseur is het daarom essentieel om een zo goed mogelijke onderbouwing van de oorsprong van cryptovermogen te krijgen. Als een cliënt zijn wallets al jarenlang in box 3 vermeldt (ervan uitgaande dat het beleggingsvermogen betreft), levert dat niet zoveel problemen op. Maar het wordt anders als een cliënt, om welke reden ook, dat tot nu toe niet heeft gedaan en de adviseur vraagt om dit alsnog te doen.
Terugwerkende kracht
beheer
gemixt
zakelijke reden
Hoe moeilijk ook, er zal dan zover mogelijk moeten worden teruggegaan om de oorsprong in beeld te krijgen. De adviseur zal zijn cliënt in ieder geval de volgende vragen moeten stellen:
- Op wiens naam staat de wallet? Wallets staan soms op een andere naam omdat het om gedeelde beleggingen gaat, of omdat de belegger de aankoop en het beheer van crypto lastige materie vond.
- Tot wanneer gaat de verkrijging terug? Zijn de crypto’s gemixt waardoor de oorsprong niet meer te herleiden is?
- Hoe zijn de crypto’s verkregen? Gaat het om contante aankopen of om overboeking door een derde?
- Zijn de aankopen verklaarbaar uit het toenmalige inkomen en vermogen?
- Ligt aan de overboekingen door een derde een zakelijke reden ten grondslag?
7.2.3 Aanvullende vragen
aanschaf-moment
reconstrueren
Voor de adviseur is het daarbij van belang om niet alleen te vragen naar de aanschafmomenten, maar ook naar de wijze van aanhouden, eventuele wallet-wissels, gebruik van exchanges en mogelijke conversies naar andere crypto-assets. Documentatie is vaak beperkt, maar iedere vorm van onderbouwing – transactielijsten, screenshots, exchange-overzichten, bankafschriften die verband houden met aankoopmomenten – helpt om het beeld te reconstrueren.
De Belastingdienst beschikt over steeds betere middelen om transacties in beeld te krijgen, waaronder blockchain-analyse. Bij twijfel is het raadzaam hier als adviseur rekening mee te houden.