7.3 Onverklaarbare zakelijke bestedingen
Een adviseur zal in het algemeen een scherp oog hebben voor de zakelijkheid van kosten die een ondernemer in aftrek wil brengen. Eerder in dit themadossier bespraken we al de situatie dat privékosten ten laste van de winst worden gebracht en dat dit een meldenswaardig feit kan opleveren voor de Wwft.
7.3.1 Bestedingen passen niet bij bedrijfsvoering
Iets anders is de situatie dat onduidelijk is hoe en met welk doel een onderneming bepaalde uitgaven doet. In het algemeen moet een besteding passen bij de bedrijfsvoering. Teruggrijpend op eerdere situaties in dit themadossier, zijn niet bij de bedrijfsvoering passende bestedingen bijvoorbeeld: een taxibedrijf dat aanzienlijke uitgaven doet voor inlening van bouwpersoneel; dit is een voorbeeld uit de praktijk waarin sprake was van toepassing van het Cash Compensatie Model (zie hoofdstuk 5).
Of een autohandel die auto’s inkoopt van een onderneming die zich volgens het handelsregister bezighoudt met bloemenhandel. Dit is een voorbeeld uit de praktijk waarin sprake was van BTW-fraude (zie hoofdstuk 3).
7.3.2 Beleggingsfraude
Een heel ander segment waarin onverklaarbare uitgaven een rol spelen is dat van de beleggingsfraudes. De voorbeelden uit de praktijk zijn legio.
Pyramidespel
buitenlandse vennootschap
Vaak is er sprake van een zogenoemde ‘Ponzi fraude’ of pyramidespel waarin gelden door beleggers worden ingelegd, en de aan die beleggers uitbetaalde rendementen worden gefinancierd met nieuw aangetrokken inleggen. De uitbetaling van deze rendementen roept dan op zichzelf al vragen op. Vaak zullen de inleggen in zo’n spel eerst worden overgemaakt naar een andere (buitenlandse) vennootschap, waarna een deel wordt teruggeboekt om rendementen te kunnen uitbetalen.
ongebruikelijk
Dat bemoeilijkt het zicht op de eventuele ongebruikelijkheid van de uitgaven, maar het kan wel een reden zijn om eens in te zoomen op die andere vennootschap:
- W
- at doet die andere vennootschap nu eigenlijk?
- Wat is de contractuele relatie tussen de ene en de andere vennootschap?
Voorbeeld: Palm Invest
vastgoed
Een illustratief voorbeeld is de Palm Invest-zaak. In deze zaak werden in de periode van 2005 tot begin 2008 beleggers overgehaald om te investeren in obligaties. Met de aangetrokken gelden zou in vastgoed worden belegd, waaronder appartementen en villa’s op de Palmeilanden in Dubai. Er werd een vaste, maandelijks uit te keren rente van 9% per jaar (0,75% per maand) beloofd. Dit trok veel beleggers en de totale inleg bedroeg zo’n € 29 miljoen. Er werd echter nauwelijks vastgoed aangeschaft, en de opbrengsten daarvan, inclusief eventuele verkoopopbrengsten, kwamen niet of nauwelijks bij de beleggers terecht.
Bron: ECLI:NL:RBAMS:2010:BM1907
Privébestedingen
buitensporig
De rechtbank oordeelde over de Palm Invest-zaak: “Het resterende geld is (…) grotendeels opgegaan aan persoonlijke (luxe) uitgaven zoals auto’s, boten, ligplaatsen voor jachten en andere privébestedingen. Anders dan verdachten stellen kan de rechtbank niet als juist aanvaarden dat deze uitgaven kunnen worden aangemerkt als serieuze beleggingen of noodzakelijke kosten om toegang te verkrijgen tot personen die bij de realisering van goede rendementen doorslaggevend zouden zijn. Daartegen verzetten zich de buitensporige aard en omvang van de persoonlijk getinte bestedingen.”
Kritische vragen stellen
daadwerkelijk verband
In deze zaak liepen veel uitgaven via buitenlandse rechtspersonen. Veel, maar niet alles. Welke vragen kan een adviseur zich dan stellen als hij het gevoel krijgt dat een cliënt met een solide klinkend beleggingsproduct daar toch ineens een wel heel goed privéleven van leidt? Bijvoorbeeld:
- Wat is de reden dat de cliënt geld naar Panamese vennootschappen en banken in Monaco overmaakt als het doel is om te investeren in vastgoed in Dubai?
- Welke relatie is er tussen de investering van vastgoed in Dubai en de aankoop of huur van auto’s, boten en jachten?
- Welke uitgaven, gedaan uit de aangetrokken gelden, houden aantoonbaar daadwerkelijk verband met de aankoop van vastgoed (in Dubai)?
Voorbeeld: Italiaanse vakantiewoningen
gebruiks-rechten
vreemd vermogen
Een ander voorbeeld, waar ook een fiscaal geschil nog een rol in speelde, is de zaak waarin gebruiksrechten op Italiaanse vakantiewoningen als belegging werden aangeboden (ECLI:NL:RBROT:2009:BH4114). Het ging om gebruiksrechten op panden van de aanbieder van het product. Die gebruiksrechten werden vervolgens door de investeerders verhuurd aan een vennootschap die gelieerd was aan de aanbieder. De investeerder zou 10% huur ontvangen. Na vijf of tien jaar loopt het huurcontract af en koopt de aanbieder de gebruiksrechten terug. Fiscaal spitste het geschil zich toe op de vraag of de verkoop van de gebruiksrechten voor de aanbieder omzet vormde (stelling van de Belastingdienst) of vreemd vermogen (stelling aanbieder). Hier waren de aanbieder en zijn adviseur(s) in de periode van 2003 tot en met 2009 druk over in gesprek met de Belastingdienst.
Vergunningsplicht
AFM
strafbaar feit
Ondertussen meldde ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zich met de vraag of sprake was van een vergunningsplichtig beleggingsproduct. Ook volgde nog een strafzaak. Zie ECLI:NL:RBAMS:2014:571 voor het vonnis van de rechtbank en ECLI:NL:GHAMS:2020:3959 voor de uiteindelijke uitkomst bij het gerechtshof. Opmerkelijk in deze zaak was dat er lange tijd een fiscale discussie werd gevoerd, terwijl er niet of nauwelijks werd gekeken naar:
- de noodzaak om een vergunning te hebben om het product te mogen aanbieden. Ook het zonder vergunning aanbieden van een beleggingsproduct is een strafbaar feit, en ook geld dat daarmee wordt verdiend kan worden witgewassen;
- daadwerkelijke investeringen en uitgaven door de aanbieder van het beleggingsproduct.
Wat deze zaak laat zien, is dat het voor een adviseur relevant is om te weten of een cliënt met de juiste vergunningen werkt. Als dat niet zo is, kan ook dat op zichzelf al een reden zijn om nader onderzoek te doen en zo nodig een Wwft-melding.
Als het om beleggings(achtige)producten gaat, moet in ieder geval duidelijk zijn dat de aanbieder ook doet wat hij met zijn inleggers heeft afgesproken, en of zijn uitgaven en investeringen daarmee in overeenstemming zijn.