U bent hier

Onderneming & Fiscus
Fraude en Belastingdienst3. BTW-fraude

3. BTW-fraude

Dit hoofdstuk is eerder verschenen in Themadossier Fiscaal Rendement
Publicatiedatum: december 2025

De BTW is een aangiftebelasting waarbij veel vertrouwen wordt gesteld in de ondernemer die de BTW moet afdragen. Dat maakt deze belasting ook kwetsbaar voor fraude en daarmee voor witwassen.

carrouselfraude

Vooral de regeling voor intracommunautaire transacties – transacties tussen ondernemingen in verschillende EU-landen – is kwetsbaar gebleken voor fraude. Het gaat daarbij vaak om carrouselfraude, waarbij grote hoeveelheden goederen via verschillende vennootschappen in verschillende EU-landen telkens opnieuw aan elkaar worden verkocht en de BTW niet wordt afgedragen.

Mede om deze vorm van BTW-fraude te bestrijden is in 2017 het Europees Openbaar Ministerie (EOM) opgericht. De onderzoeken die sindsdien zijn uitgevoerd maken duidelijk dat deze vorm van fraude nog steeds actueel is en dat het om grote bedragen gaat.

BTW-regelingen

e-commerce

valse facturen

Maar ook op andere BTW-gebieden is alertheid op fraude geboden. Zo gelden er bijzondere regelingen voor e-commerce diensten, zoals dropshipping en levering van digitale diensten. Ook deze regelingen blijken fraudegevoelig. Het is daarom de taak van de adviseur om in te zoomen op dergelijke bijzondere regelingen, en te kijken of deze goed worden toegepast door de cliënt. Tegelijkertijd moet ook niet vergeten worden dat veel BTW-fraudes plaatsvinden door privékosten zakelijk te boeken (eufemistisch: verschrijvingen), suppletieaangiften eenvoudigweg niet in te dienen en af te dragen, of door valse facturen in de administratie op te nemen. Het is overigens niet zo dat de verantwoordelijkheid van de adviseur voor mogelijke BTW-fraude stopt zodra de BTW-aangiften door de cliënt zelf worden opgesteld en ingezonden.

Advisering over BTW en inzage in de aangiften in het kader van de opstelling van aangiften inkomsten- en vennootschapsbelasting vragen ook om een kritische blik op de BTW-aangiften.

Iedere adviseur zal bij een eenmanszaak of een situatie van een directeur-grootaandeelhouder (dga) alert moeten zijn op de zakelijkheid van kosten die worden afgetrokken. Dat speelt niet alleen voor de BTW, maar ook voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Over sommige kosten is namelijk vaak discussie mogelijk. Pleitbaar standpunt Zolang de...
Op grond van artikel 10a Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 15 en 15a van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 moet een ondernemer een suppletieaangifte doen als hij constateert dat hij te weinig belasting heeft afgedragen. Maar ook in de aangifte over het laatste tijdvak moet de belastingplichtige bepaalde zaken meenemen. Denk...
Het nultarief voor intracommunautaire transacties is een verdienmodel gebleken voor fraudeurs. Stel dat een Nederlandse onderneming auto’s levert aan een Italiaanse onderneming. De Nederlandse onderneming past hierop het 0%-tarief toe. De Italiaanse onderneming hoeft over de inkoop per saldo geen BTW af te dragen. Bij verkoop van de auto moet zij...
De opkomst van online handelsplatformen heeft ook gevolgen voor de heffing van BTW en invoerrechten. Als het platform buiten de EU is gevestigd kunnen extra complicaties optreden. Ook adviseurs kunnen hierbij, ondanks goede advisering, ongewild in de problemen komen, zo laat een zaak uit 2023 zien (ECLI:NL:RBOVE:2023:4792). Deze zaak vormt een...
In de inleiding kon je lezen dat het huidige Europese BTW-systeem met vooraftrek en intracommunautaire transacties inherent fraudegevoelig is. Ook goedwillende ondernemers en adviseurs kunnen ongewild in fraude worden betrokken. De Nederlandse en de Europese rechter verwachten een (zeer) kritische blik. Deze zaak uit 2023 laat duidelijk zien dat...