3.3 Competenties en kwaliteiten
boodschap
ongezond
balans
Wil je inzetten op vitaal leiderschap, dan moet de leidinggevende bewust zijn van de manier waarop lichaam en perceptie doorsijpelen in de boodschap die hij afgeeft. Daarnaast moet een leidinggevende bekwaam zijn in het:
- stimuleren van gezond gedrag;
- signaleren van ongezond gedrag;
- op passende wijze (niet-sturend) interveniëren, waarbij hij coachvaardigheden toepast;
- op een coachende manier werknemers – zowel fysiek als mentaal – in beweging laten komen;
- werken aan behoud en verbetering van de inzetbaarheid;
- zoeken van de balans tussen hulp aanbieden, motiveren en interveniëren.
Een bekende valkuil is de reparatiereflex: het (te) graag willen helpen en oplossen. Om bewustzijn en bewustwording te creëren, moet de leidinggevende werknemers aan het denken zetten en zelf met oplossingen laten komen. Gedragsverandering kost tijd!
Passief
ruimte
intentie
Een leidinggevende kan de passieve houding van een werknemer doorbreken door vertrouwen en ruimte te geven voor eigen inbreng. Leren van en met elkaar is niet voor niets inspirerend, leerzaam, uitdagend en motiverend. Hij kan aansturen op eigen verantwoordelijkheid. Vanuit die fundering valt samen te werken aan gezondheid, vitaliteit en leefstijl. Een leidinggevende kan zijn kwaliteiten inzetten voor:
- kennisoverdracht van leefstijlgebieden (zie ook hoofdstuk 1) en gezondheidsrisico’s;
- het begrijpen en verbinden van werknemers;
- aandacht voor fysiek, mentaal en emotioneel (werkgerelateerd) welbevinden;
- loopbaanwensen;
- kernkwaliteiten;
- behoeften en intentie;
- het bewerkstelligen van effect en rendement;
- het managen van veranderingsprocessen;
- het sturen op zelfontwikkeling.