8. De rol van de OR
Het arbobeleid van de werkgever is gericht op de gezondheid en veiligheid van werknemers. Het is dan ook logisch dat er bij de opzet en uitvoering van dit beleid overleg en afstemming plaatsvindt met werknemers. Dat gebeurt via de medezeggenschap, het formele overlegorgaan waarmee werknemers invloed uit kunnen oefenen op het beleid en de besluitvorming van een organisatie.
vorm
Een organisatie kan de medezeggenschap op verschillende manieren inrichten. De ondernemingsraad (OR) is verplicht vanaf 50 werknemers en daardoor de meest voorkomende vorm van medezeggenschap. In organisaties tot 50 werknemers is er vaak een personeelsvertegenwoordiging (PVT) en in het onderwijs is er een medezeggenschapsraad (MR), waarin ook ouders en leerlingen meepraten.
Voor de leesbaarheid staat in dit hoofdstuk de term OR voor alle vormen van medezeggenschap. Eventuele verschillen in bevoegdheden tussen de OR en PVT staan apart aangegeven.
Rechten
rechten
bevoegdheden
Het belang van de OR als het gaat om arbeidsomstandigheden is verankerd in de Arbowet en de Wet op de ondernemingsraden (WOR). In deze wetten zijn de rechten van de OR vastgelegd, zoals het initiatiefrecht, het adviesrecht en het instemmingsrecht. Deze rechten geven de OR houvast om niet alleen te controleren of het arbobeleid goed wordt uitgevoerd, maar ook om zelf voorstellen te doen voor verbetering van het arbobeleid. Of het nu gaat om de RI&E, de inzet van de bedrijfsarts of de keuze voor de preventiemedewerker, de OR heeft hierover belangrijke wettelijke bevoegdheden, zoals het instemmingsrecht. Dat maakt de OR een belangrijke speler in het veld van de arbeidsomstandigheden. In dit hoofdstuk lees je wat de wettelijke positie van de OR is en hoe de OR zijn invloed kan inzetten voor gezondheid en veiligheid op het werk.