2. Wettelijk kader
De Arbowet gaat uit van één centrale gedachte: werk mag geen schade aan gezondheid en veiligheid bij werknemers veroorzaken en de werkgever is primair verantwoordelijk om die mogelijke schade te voorkomen. Die verantwoordelijkheid is breed en vraagt om aantoonbare deskundigheid. Daarom verankert de wet deskundige bijstand in de arbozorg. Dat is niet alleen handig, het is ook nodig om risico’s systematisch te herkennen, te beheersen en te evalueren.
kwaliteit
De Arbowet regelt de deskundige bijstand in de artikelen 13, 14 en 14a, in samenhang met artikelen 2.5d, 2.7, en 2.14a en b uit het Arbeidsomstandighedenbesluit over de certificering en kwaliteit van kerndeskundigen. Artikel 2.14b gaat specifiek over certificering voor het toetsen van de RI&E. In de wet staat niet alleen dát de werkgever deskundige ondersteuning moet regelen, maar ook hóé die ondersteuning inhoudelijk en organisatorisch moet zijn vormgegeven.
Het wettelijk kader gaat niet alleen over het hebben van een contract, maar ook over aantoonbare kwaliteit van de ondersteuning, de toegankelijkheid van de bedrijfsarts, de positie en ruimte van deskundigen, en de handhaafbaarheid door de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Stelsel
zorgplicht
Het wettelijke stelsel in Nederland over arbeidsomstandigheden bestaat grofweg uit drie lagen: