U bent hier

Onderneming & Arbo
Arbokerndeskundigen8. De rol van de OR8.1 De wettelijke positie van de OR bij het arbobeleid

8.1 De wettelijke positie van de OR bij het arbobeleid

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Arbo Rendement
Publicatiedatum: juli 2026

WOR

De bevoegdheden van de OR met betrekking tot de arbeidsomstandigheden staan in de WOR. Deze bevoegdheden geven de OR, als vertegenwoordiging van de werknemers, de gelegenheid om mee te praten over besluiten van de werkgever die van invloed zijn op hun veiligheid en gezondheid.

8.1.1 Instemmingsrecht

uitvoeren

Eén van de belangrijkste bevoegdheden van de OR is het instemmingsrecht. Dit betekent dat de werkgever de OR moet vragen om in te stemmen met bepaalde regelingen vóórdat hij deze kan uitvoeren. Regelingen op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het re-integratiebeleid vallen onder het instemmingsrecht.

Akkoord

opstellen

keuze

De werkgever kan niet zonder overleg besluiten nemen over bijvoorbeeld het verzuimprotocol en het re-integratiebeleid, of over het basiscontract met de arbodienst. Hij moet dit met de OR bespreken en de OR moet akkoord gaan voordat de werkgever een en ander kan doorvoeren. Meer specifiek heeft de OR instemmingsrecht bij onder meer:

  • het opstellen of wijzigingen van de RI&E;
  • het plan van aanpak dat volgt uit de RI&E;
  • beleid rond de bedrijfshulpverlening;
  • beleid rond PAGO/PMO;
  • beleid rond werkdruk en psychosociale arbeidsbelasting;
  • de keuze voor een arbodienst of bedrijfsarts, inclusief de inhoud van het basiscontract;
  • de aanstelling van een preventiemedewerker.

De OR heeft ook het overeenstemmingsrecht. Dit recht staat niet in de WOR, maar wel in andere wet- en regelgeving. Het overeenstemmingsrecht geldt bij de keuze van een maatwerkregeling.

8.1.2 Informatierecht

verschaffen

Een ander belangrijk recht van de OR is het informatierecht. Dit recht houdt in dat de werkgever alle informatie moet verschaffen die de OR nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Op het gebied van de arbozorg gaat dit bijvoorbeeld om:

  • cijfers over het ziekteverzuim;
  • rapportages van ongevallen en incidenten;
  • de uitkomsten van de RI&E (risico’s, aandachtspunten en wat goed geregeld is) en eventuele nadere onderzoeken;
  • de rapportage van de toetsing van de RI&E.

Oordeel

effectiviteit

Naar aanleiding van deze informatie kan de OR een oordeel vormen over de effectiviteit van het arbobeleid en daarover met de werkgever in gesprek gaan. Het informatierecht geldt ook voor de PVT, maar de werkgever is niet verplicht om de informatie schriftelijk aan de PVT te geven.

8.1.3 Initiatiefrecht

voorstel

Naast het instemmingsrecht en het informatierecht heeft de OR het zogenoemde initiatiefrecht. Op grond van dit recht kan de OR zelf voorstellen doen aan de werkgever om signalen te onderzoeken en verbetermaatregelen te nemen. Denk aan klachten van werknemers over werkdruk of onveilige situaties in het magazijn.

De PVT heeft geen initiatiefrecht, maar kan wel vragen stellen en voorstellen doen. De werkgever is niet verplicht om hierop te reageren. Bij de OR is de werkgever wel verplicht om te reageren.

8.1.4 Bevorderende taak

stimuleren

Als laatste heeft de OR de bevorderende taak. In artikel 28 WOR is vastgelegd dat de OR de werkgever actief moet stimuleren om te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. De OR kan dit doen door het onderwerp arbo als vast agendapunt te bespreken tijdens de overlegvergaderingen. Maar ook door zelf actief bij werknemers op te vragen hoe zij de werkomstandigheden ervaren en welke aandachtspunten zij zien. Als de OR constateert dat het arbobeleid tekortschiet, moet hij de werkgever daarop aanspreken.

Het adviesrecht is op arbogebied meestal minder relevant, omdat arboregelingen doorgaans onder het instemmingsrecht vallen. Wel kan het adviesrecht spelen bij reorganisaties of andere grote organisatiewijzigingen die gevolgen hebben voor de arbeidsomstandigheden.