7.1 Samenwerking bij de RI&E
adviseren
Bij de uitvoering van de RI&E komt de samenwerking van de arbokerndeskundigen het duidelijkst naar voren. Of het nu gaat om het in kaart brengen van de risico’s, het adviseren over maatregelen of om het toetsen van de RI&E, elke arbokerndeskundige heeft zijn onderwerpen om over te adviseren. De bedrijfsarts mag in principe over alle risico’s een oordeel geven, maar zoekt in de praktijk bij het toetsen van de RI&E de samenwerking met andere arbokerndeskundigen.
7.1.1 Scopetoets
rolverdeling
uitspraak
taken
###
###
###
###
###
De rolverdeling tussen de arbokerndeskundigen is bij de voorschriften voor het toetsen van de RI&E uitgewerkt in de zogenoemde scopetoets. Waar het systeemgedeelte van de RI&E-toets door alle arbokerndeskundigen kan worden uitgevoerd, is bij de scopetoets een koppeling gemaakt tussen de aard van de risico’s en de expertise van de arbokerndeskundige. Onderstaande tabel uit de Staatscourant geeft weer welke arbokerndeskundige (arbeids- en organisatiekunde = A&O, arbeidshygiëne = AH, hogere veiligheidskunde = HVK) waarover een uitspraak mag doen als het gaat om de manier waarop risico’s in kaart zijn gebracht, hoe de grootte van die risico’s zijn beoordeeld en de risicobeperkende maatregelen die zijn opgenomen in het plan van aanpak.
| Expertise | A&O | AH | HVK |
|---|---|---|---|
| Hoofd- en deelrisico’s (aard, mate, duur blootstelling, risicobeperkende maatregelen, grenswaarden en relevante normen). De hoofdrisico’s zijn aangegeven met een cijfer, de deelrisico’s met een letter. | ja/nee (X= ja) | ja/nee (X= ja) | ja/nee (X= ja) |
| 1. Psychosociale arbeidsbelasting, waaronder: | |||
| a. Werkdruk | X | ||
| b. Pesten, seksuele intimidatie, agressie en geweld | X | ||
| c. Discriminatie | X | ||
| d. Inhoud en organisatie van de arbeid | X | ||
| 2. Gevaarlijke stoffen, waaronder: | |||
| a. Gezondheidsrisico’s (o.a. carcinogene, mutagene, reprotoxische en sensibiliserende stoffen, procesemissies) | X | ||
| b. Veiligheidsrisico’s (brand, explosie en zware ongevallen, opslag) | X | ||
| 3. Biologische agentia, waaronder: | |||
| a. Micro-organismen (bacteriën, schimmels, virussen, parasieten, infectieuze agentia, toxinen, allergenen) | X | ||
| 4. Fysische factoren, waaronder: | |||
| a. Klimaat (hoge en lage temperaturen, luchtverversing, luchtvochtigheid, tocht) | X | ||
| b. Straling (niet-ioniserende straling, uv-straling, kunstmatige optische straling) | X | ||
| c. Verlichting, daglicht | X | X | |
| d. Schadelijk/hinderlijk geluid | X | X | |
| e. Trillingen en schokken | X | X | |
| f. Werken onder overdruk | X | X | |
| 5. Werk- en rusttijden, waaronder: | |||
| a. Werk- en rusttijden | X | ||
| b. Ploegendienst | X | ||
| c. Nachtarbeid | X | ||
| 6. Arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen, waaronder: | |||
| a. Arbeidsmiddelen: geschiktheid, beschikbaarheid, bevoegd gebruik, keuringen en onderhoud | X | ||
| b. Inrichting arbeidsplaatsen, zoals eisen voor werkruimtes, orde en netheid, beveiligingen, veiligheids- en gezondheidssignalering, bewegingsruimte en werken op hoogte. Voorzieningen in noodsituaties, zoals noodstopvoorzieningen, blusmiddelen, vluchtwegen en nooduitgangen | X | ||
| c. Persoonlijke beschermingsmiddelen: noodzaak, geschiktheid, keuringen en onderhoud | X | X | |
| 7. Fysieke belasting, waaronder: | |||
| a. Fysieke onderbelasting (weinig beweging, lang zitten of staan) | X | ||
| b. Fysieke overbelasting (tillen, dragen, duwen, trekken, repeterende bewegingen, ongunstige houdingen) | X | ||
| c. Beeldschermwerk | X | ||
| 8. Bijzondere categorieën werknemers die mogelijk extra risico lopen, waaronder: | |||
| a. Uitzendkrachten, stagiairs, vrijwilligers, anderstaligen, andere personen/derden (zoals bezoekers en voorbijgangers) | X | X | X |
| b. Zwangeren, jeugdigen, werknemers met een beperking/gedeeltelijk arbeidsongeschikt | X | X | X |
| c. Werkers die plaats- en tijdonafhankelijk werken | X | X | X |
7.1.2 Praktijkvoorbeeld
actualiseren
Een farmaceutisch productiebedrijf benadert de arbodienst voor het actualiseren van de RI&E. Het gaat om een vestiging met 150 werknemers. Op de locatie zijn er kantoor- en vergaderruimtes, een magazijn (vijfhoog), en productieruimtes voor onder andere de bereiding van medicijnen, het vullen van flessen en potjes, en het labelen en inpakken van de producten. Verder is er een ruimte waar sprake is van een verhoogd risico op explosies door de aanwezigheid van brandbare gassen (ATEX-ruimte), een laboratorium voor microbiële analyses en een werkplaats.
Focus
vakgebied
Voor deze RI&E zet de arbodienst een arbeidshygiënist, een hoger veiligheidskundige en een arbeids- en organisatiedeskundige in. Elke arbokerndeskundige neemt de onderwerpen op zijn eigen vakgebied onder de loep. De arbeidshygiënist focust op de werkzaamheden in de laboratoria, de veiligheidskundige neemt het magazijn, de productieruimtes en de ATEX-ruimte voor zijn rekening. De arbeids- en organisatiedeskundige brengt de organisatie van de arbozorg in kaart, schakelt met de bedrijfsarts over verzuimbegeleiding en gezondheidskundige monitoring van de werknemers, en inventariseert de mate waarin de werknemers werkdruk ervaren en last hebben van ongewenst gedrag.
Afstemmen
afstemmen
Uiteindelijk komen de bevindingen samen in één rapportage en plan van aanpak. Voordat het zover is, stemmen de arbokerndeskundigen met elkaar af wat ze hebben gezien. Ze bespreken hun indrukken over hoe de zaken zijn georganiseerd, en hoe het management en de werknemers ermee omgaan.
Afstemming tussen de arbokerndeskundigen is nodig om te zorgen dat de geadviseerde maatregelen op elkaar aansluiten en passend zijn voor de organisatie om ermee aan de slag te gaan.