10.1 RI&E als basis
branche
Het belangrijkste basiswerk voor preventiebeleid is meteen ook hét kerninstrument van het arbobeleid van de organisatie: de RI&E. In artikel 5 van de Arbowet staat de algemene verplichting voor iedere werkgever om een RI&E op te stellen. Jij bent natuurlijk dé interne deskundige om de RI&E in de organisatie op te stellen. Je mag de RI&E ook uitbesteden aan een externe arbodeskundige. Zijn er door de aard van de bedrijfsactiviteiten erg complexe risico’s, dan is dat ook verstandig. Ook kan de werkgever gebruikmaken van een branche RI&E-instrument, als die er is voor jouw branche.
10.1.1 Risico’s
specifiek
In de RI&E beschrijf je alle risico’s die het werk voor de werknemers met zich meebrengt:
- algemene risico’s waaraan alle werknemers in de organisatie blootstaan, zoals stress door een te hoge werkdruk;
- specifieke risico’s gekoppeld aan specifieke functies, zoals RSI/KANS bij een data-entrymedewerker;
- specifieke risico’s voor specifieke groepen werknemers, zoals jongeren, ouderen, zwangere vrouwen, thuiswerkers, mindervaliden en werknemers die geen Nederlands spreken.
gecertificeerd
Het doel van deze beschrijving is om inzicht te krijgen in de risico’s waaraan werknemers blootstaan, zodat je hierop preventiebeleid kunt ontwikkelen. Meestal moet de RI&E worden getoetst door minstens één gecertificeerde arbodeskundige die beoordeelt of de risico’s volledig en juist zijn geïnventariseerd en of de voorgestelde maatregelen passend zijn. Op rendement.nl/arbodossier vind je een beslisboom om te achterhalen of dit voor jouw organisatie ook geldt.
10.1.2 Verzuimoverzicht
inzicht
In de RI&E moet je een overzicht opnemen van de arbeidsongevallen die zich in de organisatie voordoen. Het gaat dan om de ongelukken die tot verzuim hebben geleid. Zo krijg je inzicht in de aard van de ongelukken. Blijkt dat zich regelmatig vergelijkbare ongelukken voordoen, dan is het zaak om het ontwikkelen van preventiebeleid op dit punt bovenaan je prioriteitenlijstje te zetten.
Werkgever kan zelf onderzoek doen
Na melding van een meldingsplichtig arbeidsongeval bij de Arbeidsinspectie en een feitenonderzoek door de Arbeidsinspectie op locatie, wordt de werkgever meestal gevraagd om zelf onderzoek te doen naar de oorzaken. Hij moet hierover een rapportage en verbeterplan maken en deze indienen bij de Arbeidsinspectie. Bij dodelijke ongevallen of een ongeval met een kind jonger dan 18 jaar voert de Arbeidsinspectie het onderzoek zelf uit.
10.1.3 Plan van aanpak
overzicht
herhaling
Een overzicht van de risico’s en daaruit voortvloeiende ongelukken is uiteraard belangrijk, maar het gaat er uiteindelijk om dat je echt met dit overzicht aan de slag gaat. Het is dan ook niet voor niets dat elke werkgever verplicht is op basis van de RI&E een zogenoemd plan van aanpak op te stellen. Dit is een meerjarenplan, waarin je aangeeft welke maatregelen je de komende jaren neemt om de eerder geconstateerde risico’s in te perken, zodat ongevallen geen herhaling krijgen. Met het opstellen van het plan van aanpak geef je dus vorm aan het preventiebeleid van de organisatie.
Globaal plan
knelpunt
Het plan van aanpak kan diverse vormen aannemen. Een eerste vorm is een zogenoemd globaal plan. Hierin voldoe je precies aan de wet, maar ook niet meer dan dat. Uit de RI&E zijn risico’s en eventuele andere knelpunten naar voren gekomen. Je geeft vervolgens aan binnen welke termijn je deze problemen gaat oplossen. Je kunt tenslotte niet alles tegelijk aanpakken. Daarom stel je een prioriteitenlijst op, verdeeld over drie tot vier jaar. Een dusdanig globaal plan van aanpak werkt in de praktijk echter vaak niet. Er ontbreken essentiële elementen. Zo blijft onduidelijk wie er per maatregel verantwoordelijk is, welk budget er beschikbaar is en wat precies de tijdsplanning is.
Gedetailleerd plan
streefdatum
Het is beter om te kiezen voor een meer gedetailleerd plan van aanpak. Ook hier spreid je de aanpak van de knelpunten en risico’s over de komende jaren. In dit geval vermeld je wel per maatregel wie verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan. Ook stel je de concrete streefdatum voor implementatie vast, evenals het budget dat ervoor beschikbaar is.
Het probleem met een gedetailleerd plan is dat het vaak niet reëel is om zo veel details vooruit te plannen. In de praktijk lopen plannen vaak anders en dan moet je het na korte tijd weer bijstellen. Het is raadzaam om bij een gedetailleerd plan niet langer dan een jaar vooruit te kijken.
Combinatie
arbojaarplan
budget
lastig
Wat je ook kunt doen, is je meerjarige plan van aanpak koppelen aan een arbojaarplan. In deze variant verdeel je alleen de knelpunten en risico’s over de komende jaren. Op grond daarvan maak je vervolgens voor het begin van elk kalenderjaar een gedetailleerd arbojaarplan, dat maar één jaar vooruit plant. Hierin staat bij alle geplande arbomaatregelen van dat jaar wie verantwoordelijk is, wat het budget is en wat de tijdsplanning is. Voordeel van deze variant is dat je steeds nieuwe, actuele onderwerpen kunt toevoegen die nog niet in de RI&E stonden. Ook punten die wel waren opgenomen, maar die het jaar ervoor niet zijn gerealiseerd, kun je opnieuw meenemen. Deze variant biedt dus de mogelijkheid om flexibel om te gaan met de actualiteit.
Arbojaarplan solo
Voor sommige organisaties is het lastig om een meerjarenplan op te stellen, laat staan uit te voeren. Kies er dan voor om alleen een arbojaarplan op te stellen.
Besef wel dat door steeds maar één jaar vooruit te plannen, grote, ingrijpende en dure maatregelen de neiging hebben om keer op keer naar voren te schuiven. Er is immers geen deadline op langere termijn.