U bent hier

Onderneming & Fiscus
Fraude en Belastingdienst3. BTW-fraude3.4 E-commerce en verleggingsregelingen

3.4 E-commerce en verleggingsregelingen

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Fiscaal Rendement
Publicatiedatum: december 2025

handels-platform

De opkomst van online handelsplatformen heeft ook gevolgen voor de heffing van BTW en invoerrechten. Als het platform buiten de EU is gevestigd kunnen extra complicaties optreden. Ook adviseurs kunnen hierbij, ondanks goede advisering, ongewild in de problemen komen, zo laat een zaak uit 2023 zien (ECLI:NL:RBOVE:2023:4792). Deze zaak vormt een goed voorbeeld van de rol van een adviseur en de controles die hij moet uitvoeren.

3.4.1 Voorbeeld uit de jurisprudentie

vertegen-woordiger

In deze zaak wilde een handelsplatform de verleggingsregeling gebruiken voor Chinese resellers die hun goederen aan klanten in de EU verkochten. Het platform wilde voorkomen dat de resellers allemaal zelf een fiscaal vertegenwoordiger in Nederland moesten aanstellen.

Advisering

import

Daarom stelde de adviseur een structuur voor waarbij een Nederlandse bv de goederen centraal inkocht van de resellers. Er kwamen twee van die inkoopvennootschappen, één in Polen en één in Hongarije. Beide vennootschappen importeerden de goederen naar Nederland, althans op papier. De adviseur deed hiervoor de Nederlandse aangiften. Dit gebeurde op basis van:

  • de invoeroverzichten;
  • de in- en verkoopfacturen;
  • een Excel-bestand met een overzicht van alle voor de betreffende aangifte relevante in- en verkopen.

3.4.2 Controletaken

factuur-
vereisten

invoerlijsten

De adviseur controleerde of de ontvangen facturen voldeden aan de factuurvereisten. Ook controleerde hij de BTW-nummers in het VIES-systeem. Steekproefsgewijs vroeg hij de CMR-vervoersbewijzen op. Na enkele maanden ging het mis in die controle. De adviseur zag in de stukken:

  • Beide vennootschappen hadden dezelfde klanten.
  • De facturen van beide vennootschappen hadden nagenoeg hetzelfde format.
  • Er zaten verschillen tussen de invoerlijsten.
  • De CMR-documentatie leek incompleet.
  • Een afnemer van één van de inkoopvennootschappen kocht volgens de facturen vrouwenkleding en make-up, terwijl deze afnemer volgens zijn eigen website niet daarin handelde.

Kort daarna bleek ook nog eens het Poolse BTW-nummer van de aldaar gevestigde inkoopvennootschap te zijn ingetrokken.

3.4.3 Wat doe je dan als adviseur?

BTW-aangifte

De adviseur in deze zaak stelde aan zijn cliënt vragen over zijn constateringen. Hij liet zijn cliënt weten dat hij de werkzaamheden voor de Poolse onderneming zou uitstellen tot hij antwoord hierop had. Voor de Hongaarse onderneming werd nog wel tijdig de BTW-aangifte ingediend.

De rechtbank vond dat de adviseur hiermee juist had gehandeld. Hij had de juiste controles uitgevoerd, op het juiste moment aan de bel getrokken en op het juiste moment zijn werkzaamheden beëindigd. Maar het kwam wel eerst tot een strafzaak die maar liefst vijf jaar duurde, omdat de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) en het Openbaar Ministerie (OM) vonden dat de adviseur onvoldoende zorgvuldig had gehandeld.

Signalen om op te letten

complexe 
constructies

klanten-bestand

Adviseurs moeten in ieder geval kritische vragen stellen bij:

  • complexe constructies met tussen-bv’s of buitenlandse platforms zonder duidelijk economisch doel;
  • inconsistente gegevens in invoer- en verkooplijsten;
  • klantenbestanden die grotendeels overlappen tussen verschillende entiteiten;
  • CMR- of transportdocumenten zijn onvolledig of niet te verifiëren;
  • handel in goederen die niet overeenkomen met de opgegeven bedrijfsactiviteiten.