3.3 Intracommunautaire transacties
nultarief
Het nultarief voor intracommunautaire transacties is een verdienmodel gebleken voor fraudeurs. Stel dat een Nederlandse onderneming auto’s levert aan een Italiaanse onderneming. De Nederlandse onderneming past hierop het 0%-tarief toe. De Italiaanse onderneming hoeft over de inkoop per saldo geen BTW af te dragen. Bij verkoop van de auto moet zij dat wel doen. En daar gaat het bij zo’n fraude mis. De Italiaanse onderneming draagt de BTW niet af en verdwijnt met de noorderzon.
3.3.1 Toepassing nultarief
Dit klinkt theoretisch begrijpelijk maar ook hier is weer de vraag: waar moet de adviseur bij zijn cliënt, de Nederlandse onderneming, op letten? Allereerst of aan de voorwaarden voor toepassing van het 0%-tarief is voldaan, zoals:
- Is de afnemer inwoner van of gevestigd in een andere EU- lidstaat?
- Als het een levering betreft: worden de goederen daadwerkelijk naar een andere EU-lidstaat overgebracht?
3.3.2 Controle
BTW-nummer
KvK-uittreksel
steekproef
Het voldoen aan de voorwaarden is meestal voor een belastingadviseur wel te controleren op basis van de volgende documenten:
- de factuur met controle van het BTW-nummer van de afnemer in het VIES-systeem;
- een KvK-uittreksel van de afnemer met ID-bewijs van de bestuurder (vaak steekproefsgewijs);
- de vervoersdocumenten (vaak steekproefsgewijs).
3.3.3 Fraude in de leveringsketen
Het venijn zit ‘m echter in de staart. Immers als aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan het recht op toepassing van het 0%-tarief nog op de helling komen te staan als sprake is van fraude in de leveringsketen, en de Nederlandse leverancier zelf deelnam aan die fraude, of wist of had moeten weten van de fraude. Dient een adviseur hierop ook bedacht te zijn? Tot op zekere hoogte wel.
Twijfelgevallen
activiteiten-omschrijving
vervoers- documenten
Er kunnen namelijk omstandigheden zijn die twijfel veroorzaken over de financiële soliditeit van de afnemer of over het vervoer naar het buitenland. In de praktijk zien die twijfelveroorzakers er vaak als volgt uit:
- De activiteitenomschrijving op het KvK-uittreksel laat andere activiteiten zien dan die blijken uit de levering.
- De afnemer bestaat nog maar net of heeft een bestuurder uit een ander land dan waar de afnemer is gevestigd.
- De vervoersdocumenten zijn niet compleet of niet compleet ingevuld.
- Transacties worden geheel of grotendeels in contanten betaald.
Nader onderzoek
doorvragen
Dit vereist een kritische blik, allereerst op de documenten die bedoeld zijn om de terechte toepassing van het nultarief te onderbouwen.
Hoe ver moet je als adviseur nu gaan met verder onderzoeken en doorvragen aan de cliënt? Dit hangt natuurlijk af van hoe sterk de aanwijzingen voor twijfel zijn en het antwoord van de cliënt op bevindingen hierover. In principe mag je vertrouwen op de informatie die je van een cliënt krijgt. Maar twijfel oproepende informatie behoeft wel nader onderzoek.
Verscherpt cliëntenonderzoek
risicobeleid
Ook relevant hierbij is of een cliënt voor een verscherpt cliëntenonderzoek in aanmerking komt. Richtsnoeren voor risicobeleid bieden daarbij uitkomst. Een hoog risico is bijvoorbeeld aanwezig in sectoren waar veel contant geld wordt of werd gebruikt. In het verleden was dat de autohandel, maar ook de handel in autobanden, schroot, computeronderdelen of mobiele telefoons wordt als hoog-risico voor BTW-carrouselfraude gezien. Extra alertheid is dan ook geboden.
Signalen
VIES-controle
afwijkende activiteiten
verhoogd risico
Signalen om op te letten zijn in ieder geval:
- toepassing van het 0%-tarief zonder sluitende documentatie (zoals factuur, VIES-controle en vervoersdocumenten);
- afnemer bestaat nog maar kort, heeft een bestuurder in een ander land of afwijkende activiteiten volgens het KvK-uittreksel;
- onvolledige of inconsistent ingevulde vervoersdocumenten;
- transacties in sectoren met verhoogd risico (zoals handel in auto’s, banden, schroot, elektronica en mobiele telefoons);
- contante betalingen bij intracommunautaire leveringen.