U bent hier

Onderneming & Personeel
Invloed leefstijl9. Beleid voor duurzame ­inzetbaarheid9.4 Samenwerken met anderen

9.4 Samenwerken met anderen

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier HR Rendement
Publicatiedatum: mei 2026

Werk bij het opstellen en opvolgen van een beleid voor duurzame inzetbaarheid samen met de leidinggevenden, arboprofessionals en ondernemingsraad (OR).

9.4.1 Samenwerking arboprofessional

ondersteuning

De leidinggevende heeft meestal het beste zicht op wat er bij werknemers speelt. Hij ziet het vaak het eerste als een werknemer extra ondersteuning nodig heeft bij het verbeteren van zijn duurzame inzetbaarheid. Jij en de arboprofessional (bijvoorbeeld de arbeids- en organisatiedeskundige of de preventiemedewerker) hebben vaak beter zicht op hoe het organisatiebreed met de duurzame inzetbaarheid is gesteld. De arbeids- en organisatiedeskundige beschikt over specifieke kennis over gezond en vitaal werken, en duurzame inzetbaarheid. Meer informatie over deze arboprofessional en duurzame inzetbaarheid vind je op rendement.nl/hrdossier.

Samenhang met andere HR- of arbothema’s

planning

Samenwerken met de arboprofessional(s) kan ook op andere gebieden die een samenhang hebben met duurzame inzetbaarheid of waarin duurzame inzetbaarheid geïntegreerd kan worden, al is het maar om het door te spreken. Denk bijvoorbeeld aan een MTO dat op de planning staat en waarin gezondheid en vitaliteit belangrijke onderdelen kunnen zijn. Of door duurzame inzetbaarheid een vast onderdeel te laten zijn van de functioneringsgesprekken – of varianten daarop – die de leidinggevende met de werknemers voert.

Rol van de bedrijfsarts

delen

opstellen

Vanzelfsprekend werk je ook samen met de bedrijfsarts. De bedrijfsarts beschikt vaak over veel informatie over de gezondheid van de werknemers. Hoewel de bedrijfsarts dit niet per werknemer met je mag delen, kan hij bijvoorbeeld wel aangeven of er veel werknemers bij hem zijn geweest met stressgerelateerde klachten. Daarnaast kan de bedrijfsarts ook waardevolle adviezen geven op het gebied van duurzame inzetbaarheid.

9.4.2 Samenwerking met de OR

scholing

Werk bij het opstellen van beleid voor duurzame inzetbaarheid ook met de OR samen. De OR heeft op grond van artikel 27, lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) instemmingsrecht bij regelingen rondom onder meer:

  • arbeidsomstandigheden (veilig en gezond werken, maar ook de zorg voor de psychosociale arbeidsomstandigheden);
  • scholing voor werknemers (een belangrijk onderdeel van duurzame inzetbaarheid);
  • het bevorderingsbeleid (regelingen die het ontwikkelen van de mogelijkheden van de werknemers binnen de organisatie bevorderen);
  • de werktijd- of vakantieregelingen (gezond roosteren);
  • de invoering van een generatiepact (maatregelen waardoor ouderen minder uren kunnen werken en er werk vrijkomt voor jongere werknemers).

verplicht

Raakt het beleid dus aan één van de hiervoor genoemde regelingen, dan ben je verplicht de OR erbij te betrekken. De OR kan invloed uitoefenen door bijvoorbeeld aanvullende eisen te stellen aan de invoering of wijziging van regelingen voordat de raad instemming verleent.

Dankzij het informatierecht heeft de OR recht op bepaalde gegevens, zoals de personeelsopbouw van je organisatie en de verzuimcijfers. Een goede analyse hiervan biedt inzicht in de (toekomstige) knelpunten in de organisatie.

Vertegenwoordiger

gedragen

Niet alleen vanwege hun wettelijke rechten is het verstandig om de OR mee te nemen in je plannen. De OR is de vertegenwoordiger van de werknemers en weet dus goed wat er bij hen speelt. Het helpt natuurlijk als het beleid voor duurzame inzetbaarheid daar goed op aansluit. Zo krijg je beleid dat niet alleen wordt gedragen door het management, maar ook door de werknemers. Dat vergroot de kans dat veranderingen rond duurzame inzetbaarheid en leefstijl niet alleen opgepikt worden, maar ook daadwerkelijk standhouden.