6.2 Hoe ontstaat het recht op de vergoeding?
onregelmatig
Als je een dienstverband voortijdig beëindigt zonder de juiste of volledige opzegtermijn in acht te nemen, is er sprake van een ‘onregelmatige opzegging’. Degene die de arbeidsovereenkomst onregelmatig opzegt, is op grond van de wet schadeplichtig.
Zowel de werknemer als de werkgever kan zich schuldig maken aan onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst en kan in dat geval veroordeeld worden tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding aan de andere partij. In het kader van dit themadossier over vergoedingen die je als werkgever verschuldigd bent, lees je in dit hoofdstuk alleen over de gefixeerde schadevergoeding die je als werkgever moet betalen.
6.2.1 Voorschriften opzegging
opzegtermijn
In de wet is in artikel 7:672 BW bepaald aan welke voorschriften je je als werkgever moet houden als je de arbeidsovereenkomst met de werknemer wilt opzeggen. Zo moet je opzeggen tegen het einde van de maand. Je mag als werkgever wel eerder opzeggen, maar de regel is dan dat de opzegtermijn begint te lopen na die maand van opzegging. Je mag hiervan afwijken, maar dan moet dat wel schriftelijk zijn overeengekomen.
Opzegtermijn
één maand
De opzegtermijn die je als werkgever moet hanteren, bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die:
- korter dan vijf jaar heeft geduurd: één maand;
- vijf jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee maanden;
- tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd: drie maanden;
- vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden.
standaard
Als de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, geldt standaard een opzegtermijn van één maand. Bij een (rechtsgeldig) ontslag op staande voet en proeftijdontslag geldt er geen opzegtermijn.
Afwijken
afwijken
tijdelijk
Via de cao of een beding in de arbeidsovereenkomst mag je van deze wettelijke opzegtermijnen afwijken. Een afwijkende opzegbepaling in het arbeidscontract is alleen rechtsgeldig als de opzegtermijn voor de werknemer niet langer is dan zes maanden én de termijn voor de werkgever ten minste twee keer zo lang is. Zo is bijvoorbeeld een vaste opzegtermijn van twee maanden voor de werknemer en vier maanden voor de werkgever, ongeacht de lengte van het dienstverband, een rechtsgeldige afspraak.
6.2.2 Tussentijds opzegbeding
Tijdelijke arbeidsovereenkomsten zijn niet zonder meer op te zeggen, ook niet als je de hiervoor genoemde opzegvoorschriften naleeft. In artikel 7:667 lid 3 BW is bepaald dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd alleen tussentijds kan worden opgezegd als dit schriftelijk is overeengekomen.
Controleer of in de overeenkomst voor bepaalde tijd een tussentijds opzegbeding is opgenomen en of dit beding goed is geformuleerd. Dat kan door het woordje ‘tussentijds’ te gebruiken in de tekst van het beding.
6.2.3 Onregelmatige opzegging
te kort
Op grond van artikel 7:672 lid 11 BW ben je als werkgever de gefixeerde schadevergoeding verschuldigd als je de arbeidsovereenkomst niet volgens de voorschriften hebt opgezegd. Dat kan dus het geval zijn als je een te korte opzegtermijn of in het geheel geen opzegtermijn hanteert, of als je een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd opzegt zonder dat er een tussentijds opzegbeding is overeengekomen. Je spreekt in dat geval van een ‘onregelmatige opzegging’.
6.2.4 Ontslag op staande voet
instemmen
ontslag
Heb je een werknemer op staande voet ontslagen en vecht hij dit ontslag bij de rechter aan, dan heeft de werknemer de keuze om herstel van het dienstverband te vragen of te berusten in het einde van de arbeidsovereenkomst. Stemt de werknemer in met het einde van het dienstverband, dan ben je een gefixeerde schadevergoeding aan de werknemer verschuldigd als de rechter oordeelt dat het ontslag niet rechtsgeldig was. Je hebt in dat geval als werkgever immers ten onrechte geen opzegtermijn in acht genomen. Dit is bepaald in artikel 7:677 lid 2, 3 en 4 BW.
Rechtsgeldig
Ook als de werknemer zelf ontslag op staande voet heeft genomen, kan hij de rechter vragen een gefixeerde schadevergoeding aan hem toe te wijzen. Hiervoor moet vaststaan dat de werknemer rechtsgeldig een ontslag op staande voet heeft genomen.
Voor de rechter moet dan onder meer vaststaan dat aan de werkgever een dringende reden kan worden toegerekend voor het door de werknemer ingediende ontslag.
6.2.5 Vervaltermijn
vervaltermijn
De werknemer kan zijn recht op de gefixeerde schadevergoeding niet meer afdwingen als hij niet binnen twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter is gestart. Er geldt een vervaltermijn van twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.