1. Inleiding
In Nederland bestaan er verschillende vergoedingen bij ontslag. Zodra het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd, ontvangt de werknemer meestal één vergoeding, en soms meerdere vergoedingen. Welke vergoeding(en) je als werkgever moet betalen, hangt af van de manier waarop je afscheid neemt van de werknemer.
beëindiging
Het meest bekend is de transitievergoeding: de ‘standaard’ ontslagvergoeding, die in veel gevallen bij een beëindiging op initiatief van de werkgever aan de werknemer moet worden betaald. In bepaalde specifieke situaties kan een rechter een billijke vergoeding aan de werknemer toekennen.
Andere vergoedingen voor werknemers
aanzegvergoeding
Met de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid op 1 juli 2015 is de aanzegvergoeding geïntroduceerd. De cumulatievergoeding is op 1 januari 2020 met de Wet arbeidsmarkt in balans ingevoerd, als compensatie voor een ontslag op de i-grond, ook wel de cumulatiegrond genoemd. De gefixeerde schadevergoeding en de (immateriële) schadevergoeding zijn al langere tijd in de wet verankerd.
Prijskaartje
financiële gevolgen
Al met al is er in de loop der tijd een hele wirwar aan vergoedingen ontstaan en hangt er dus in veel gevallen een prijskaartje aan een ontslag. Dit maakt het voor werkgevers soms erg lastig een inschatting te maken van de financiële gevolgen van een voorgenomen ontslag. Dit themadossier biedt handvatten aan jou als werkgever voor een goede beoordeling van alle mogelijke aanspraken van werknemers op een vergoeding, gekoppeld aan de verschillende manieren om een dienstverband te beëindigen.