3.3 Slapende dienstverbanden
De compensatie is ook in het leven geroepen om slapende dienstverbanden te beëindigen. Omdat het recht op transitievergoeding pas ontstaat bij een contractbeëindiging op initiatief van de werkgever, hoefde de werkgever bij het slapend houden van de arbeidsovereenkomst geen transitievergoeding te betalen. Veel werkgevers lieten om die reden het dienstverband na twee jaar arbeidsongeschiktheid in stand.
3.3.1 Xella-uitspraak
instemmen
beëindigen
De Hoge Raad heeft in de Xella-uitspraak (8 november 2019, ECLI (verkort): 1734) geoordeeld dat een werkgever bij een slapend dienstverband op basis van goed werkgeverschap moet instemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden en dat hij vervolgens een vergoeding gelijk aan de transitievergoeding moet betalen. Het gaat dan om de transitievergoeding op het moment waarop de werkgever de arbeidsovereenkomst had kunnen beëindigen (normaal gesproken na 104 weken wachttijd).
Deze uitspraak betekent in de praktijk dat als je als werkgever in aanmerking komt voor compensatie, je het dienstverband niet langer slapend mag houden als daarvoor geen gegronde reden aanwezig is. Het bestaan van re-integratiemogelijkheden zou een gegronde reden kunnen zijn om de werknemer niet te ontslaan.
3.3.2 Reikwijdte Xella-voorstel
voorstel
voldragen
Na de Xella-uitspraak speelde de vraag of werkgevers ook verplicht waren om in te stemmen met een voorstel tot beëindiging van het dienstverband als het slapende dienstverband al was ontstaan vóór de datum waarop het recht op de transitievergoeding werd ingevoerd (1 juli 2015). Dit speelde vooral bij werknemers van wie zowel het einde van de wachttijd als de voldragen ontslaggrond (langdurige arbeidsongeschiktheid) was gelegen vóór 1 juli 2015 (de zogenoemde diepslapers). Ook was dit niet duidelijk bij werknemers van wie het einde van de wachttijd was verstreken vóór 1 juli 2015, maar de ontslaggrond was voldragen ná 1 juli 2015 (de zogenoemde semidiepslapers).
Uitspraken
diepslapers
In een tweetal uitspraken op 11 november 2022 (ECLI (verkort): 1575 en 1576) bepaalde de Hoge Raad dat werkgevers ook compensatie voor de transitievergoeding kunnen ontvangen voor slapende dienstverbanden van vóór 1 juli 2015, zowel voor diepslapers als semidiepslapers. Ook verduidelijkte de Hoge Raad vanaf wanneer werkgevers verplicht werden in te stemmen met een beëindigingsvoorstel van de werknemer.
Dat was 20 juli 2018, de datum waarop de compensatieregeling werd gepubliceerd in het Staatsblad. Kortom, de Xella-plicht geldt voor beëindigingsvoorstellen van de werknemer die op of na 20 juli 2018 zijn gedaan.
3.3.3 Xella-voorstellen vóór 20 juli 2018
verzoek
opnieuw
Op 27 september 2024 (ECLI (verkort): 1309) oordeelde de Hoge Raad ook nog over de situatie waarin de werknemer vóór 20 juli 2018 had voorgesteld het dienstverband te beëindigen (de Metafoor-uitspraak). Van belang was dat de werkgever dit verzoek van de werknemer in behandeling had genomen, maar daar verder niets mee had gedaan. Ook in dergelijke gevallen moet je volgens de Hoge Raad als werkgever het voorstel van de werknemer opnieuw in behandeling nemen om het slapende dienstverband te beëindigen, onder betaling van de transitievergoeding.