U bent hier

Onderneming & Arbo
Arbokerndeskundigen6. De arbeids- en ­organisatiedeskundige6.1. Kwaliteit van arbeid

6.1. Kwaliteit van arbeid

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Arbo Rendement
Publicatiedatum: juli 2026

Toen het werkveld van de A&O-deskundige in 1994 werd gedefinieerd, is het thema kwaliteit van arbeid aan de A&O-deskundige gekoppeld.

Vier A’s

Alle adviezen en verbeteracties van de A&O-deskundige moeten gericht zijn op het vergroten van de kwaliteit van arbeid. Kwaliteit van arbeid is een veelomvattend begrip. In de praktijk is het uitgewerkt in de zogenoemde vier A’s:

  • Arbeidsinhoud: bijvoorbeeld
  • autonomie, afwisseling, ontwikkelingsmogelijkheden.
  • Arbeidsomstandigheden: fysieke en mentale belasting, gezonde en veilige werkomgeving.
  • Arbeidsvoorwaarden: salaris, werkzekerheid en secundaire arbeidsvoorwaarden.
  • Arbeidsverhoudingen: steun van collega’s en leidinggevenden, zeggenschap en organisatiecultuur.

Soms wordt er nog een vijfde A verbonden aan de kwaliteit van arbeid, namelijk de A van arbeidsorganisatie. Deze vijfde A gaat over het beleid, wat er is geregeld en hoe het werk is georganiseerd.

Kern

De kwaliteit van arbeid is een breed terrein. Het gaat erom dat werknemers hun werk op een zodanige manier kunnen uitvoeren dat ze gezond en met plezier aan het werk kunnen blijven, zodat zowel de organisatie als de werknemer er beter van wordt. Dit vormt de kern van het werk van de A&O-deskundige, of het nu gaat om het ontwikkelen van beleid, het doen van organisatieonderzoek of het geven van training en voorlichting.

Veranderingen

Belangrijk om hieraan toe te voegen, is dat de A&O-deskundige is opgeleid om vanuit een veranderkundig perspectief naar organisaties te kijken. In het werk van de A&O-deskundige gaat het er dan ook om te analyseren welke veranderingen in de organisatie nodig zijn om de kwaliteit van arbeid te verbeteren en om ook te adviseren hoe dat voor elkaar te krijgen.