6.1 Sanctiemaatregelen
integriteit
Het doel van de sanctiemaatregelen is om de integriteit van het financiële systeem te waarborgen en criminele activiteiten effectief tegen te gaan. Hierna staan we stil bij de verschillende sancties die opgelegd kunnen worden bij overtreding, waaronder financiële sancties, handels- en economische sancties en persoonsgerichte sancties.
6.1.1 Financiële sancties
vermogen bevriezen
buitenlandse rekeningen
Om te beginnen zijn er financiële sancties. Deze houden meestal in dat het vermogen van gesanctioneerde personen moet worden bevroren en dat betalingen aan of van hen niet mogen plaatsvinden. Banken controleren hier standaard op. Soms proberen cliënten deze beperkingen te omzeilen door betalingen via buitenlandse rekeningen, cryptovaluta of tussenpersonen te laten lopen. Als zulke betalingen vervolgens als gewone omzet of kostenpost in de administratie of aangifte opduiken, kan dat wijzen op pogingen om financiële sancties te ontwijken.
6.1.2 Handels- en economische sancties
Sanctiewet
vergunning
De Sanctiewet 1977 biedt de grondslag voor handelsbeperkingen ten aanzien van specifieke landen of sectoren. Het kan gaan om uitvoer- of invoerverboden voor bepaalde goederen of technologieën, of om een verbod op investeringen in gesanctioneerde industrieën. Zo geldt bijvoorbeeld een verbod op de levering van luchtvaartonderdelen aan Rusland. En aan Iran mogen bijvoorbeeld zonder vergunning geen dual use goederen (te gebruiken voor civiele en militaire doeleinden) worden geleverd.
6.1.3 Persoonsgerichte sancties
transactie-verbod
Op Europees niveau worden lijsten vastgesteld met personen en ondernemingen waarop een transactieverbod van toepassing is. Een gesanctioneerde persoon of entiteit mag geen geld ontvangen, geen goederen geleverd krijgen en geen diensten afnemen. Dat geldt ook voor fiscale of administratieve dienstverlening, al ligt het risico voor advieskantoren meestal meer – en dus indirect – bij cliënten die zelf zakendoen met gesanctioneerde partijen.
6.1.4 Juridische basis en relevantie voor adviseur
strafrechtelijk handhaafbaar
Leidraad Wwft
De Sanctiewet bepaalt dat het verboden is om in strijd met sanctieregels geld of middelen ter beschikking te stellen aan gesanctioneerde personen of entiteiten. Dit verbod is strafrechtelijk handhaafbaar. Een adviseur die administratief toch bijdraagt aan het verhullen van betalingen richting gesanctioneerde personen of entiteiten, kan in theorie medeplichtig zijn. Die strafrechtelijke lat ligt behoorlijk hoog. De Wwft werkt echter met een lagere drempel: niet de overtreding zelf is bepalend, maar de aanwezigheid van signalen die daarop kunnen duiden.
Sanctieontwijking
De Leidraad Wwft vermeldt dat transacties die kunnen wijzen op sanctieontwijking als verhoogd risico moeten worden beschouwd. Banken gebruiken daarvoor geautomatiseerde screening, maar van adviseurs wordt slechts verwacht dat zij – op basis van hun kennis van hun cliënt – herkennen wanneer sprake kan zijn van handel met gesanctioneerde landen of entiteiten.
Aanwijzingen
risicogebieden
De adviseur hoeft geen sanctierechtjurist te zijn, maar moet wel alert blijven op wezenlijke aanwijzingen zoals:
- leveringen richting risicogebieden;
- transacties via onbekende buitenlandse rekeningen;
- gebruik van ongewone betaalmethoden.
Als zulke aanwijzingen zich voordoen, is nader onderzoek aangewezen en kan een melding op grond van de Wwft noodzakelijk zijn.