2.5 Casus: hoe bedoel je witwassen?
lening
Een klant komt bij jou met de vraag hoe hij een lening aan zijn bv van € 150.000 kan verklaren, zonder dat daar formeel een overeenkomst voor is. Hij beweert het contant te hebben gespaard uit ‘oude handel’. Je vraagt niet door. Je stelt een leenovereenkomst op en boekt het bedrag in als lening van de directeur-grootaandeelhouder (dga).
Meewerken
Later blijkt dat de bedragen afkomstig zijn uit contante inkomsten die nooit in de administratie zijn opgenomen en waarover geen belasting is betaald. Dat geld is zwart, en jij hebt het juridische vehikel gemaakt waarmee het wordt gelegaliseerd. Dit is witwassen en jij hebt daaraan meegewerkt. Misschien niet met opzet, maar je had moeten weten dat het verhaal niet klopte en had moeten doorvragen.
Verschuiven
opzet- witwassen
Juridisch gezien kan het verwijt van schuldwitwassen zelfs nog verschuiven naar opzetwitwassen, als er aanwijzingen zijn dat je bepaalde kennis had waardoor je had moeten weten dat het verhaal niet klopte. Bijvoorbeeld omdat je wist dat er wel eens contante verkoop was, terwijl jij nooit facturen inboekte die contant waren betaald.
Als de aanwijzingen voor witwassen zo in het oog springen (omdat sprake is van een typologie) dat je zonder bewijs van het tegendeel wel van witwassen moet uitgaan, kan sprake zijn van opzetwitwassen.
2.5.1 Witwassen en de Wwft
cliënten-onderzoek
De Wwft verplicht adviseurs onder meer om:
Risicodenken
signalen
De link tussen de strafrechtelijke norm die hiervoor aan de orde kwam en de Wwft-verplichting zit in het risicodenken. Als adviseur hoef je niet zeker te weten dát er wordt witgewassen. Het gaat erom dat je tijdig signalen herkent die erop duiden dat er een risico bestaat dat wordt witgewassen. Het vermoeden dat iets onverklaarbaar of niet pluis is, kan al leiden tot een meldplicht. De meldgrens is dus laag. Vanaf 10 juli 2027 wordt deze iets hoger, maar alertheid op risico’s blijft ook dan het uitgangspunt.
categorieën
Als een klant onverklaarbaar vermogen bezit, zonder duidelijke legale herkomst, en je daar een advies over opstelt (denk aan structurering, aangifte of schuldconstructies) of een manier bedenkt om dat op te nemen in de administratie is dat een bijdrage aan het witwasproces.
2.5.2 Waar gaat het mis?
Adviseurs die in de fout gaan, vallen grofweg in drie categorieën:
- De naïeve adviseur: die gelooft alles wat de klant zegt, stelt geen vragen, en denkt dat het niet zijn pakkie-an is.
- De goedbedoelende adviseur: die signalen wel ziet, maar denkt dat hij de klant een plezier doet door niet te moeilijk te doen.
- De betrokken adviseur: die actief meedenkt over hoe geldstromen verdoezeld kunnen worden en daarmee zelf dader wordt.
Actie
afwijken
Je bent als adviseur geen opsporingsambtenaar. Maar je moet wel weten wat je ziet en wat je zelf doet. Als iets afwijkt van de norm, en je kunt het niet goed verklaren, moet je handelen. Dat betekent:
- Stel gerichte vragen.
- Leg antwoorden vast.
- Doe een melding bij de FIU-Nederland als er sprake is van een ongebruikelijke transactie.
- Verantwoord voor jezelf wat je vindt van een transactie.