1.2 Financiële voordelen en regelingen
Om te stimuleren dat werkgevers een werknemer met een arbeidsbeperking in dienst nemen, heeft de overheid een aantal financiële voordelen en andere regelingen bedacht.
1.2.1 Loonkostenvoordeel
doelgroep
Op basis van de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) kan je organisatie een loonkostenvoordeel krijgen. Dit LKV is voor werknemers uit één van de volgende doelgroepen:
- arbeidsgehandicapte werknemers;
- de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbeperkten;
- oudere uitkeringsgerechtigden.
Het bedrag en de maximale duur waarvoor het voordeel geldt, verschilt per LKV. Aan het LKV zijn een aantal voorwaarden verbonden. Je leest hierover meer in hoofdstuk 2 (LKV arbeidsgehandicapte werknemers en LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbeperkten) en hoofdstuk 7 (LKV oudere werknemers).
1.2.2 Loonkostensubsidie
minimumloon
Voor werknemers die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen, kan je organisatie onder bepaalde voorwaarden loonkostensubsidie krijgen. Deze subsidie kan oplopen tot 70% van het minimumloon. Daarbovenop krijgt je organisatie nog een vergoeding voor de werkgeverslasten. Over de voorwaarden voor en de hoogte van de loonkostensubsidie lees je meer in hoofdstuk 3. Hier lees je ook hoe je de loonkostensubsidie kunt aanvragen.
Je werkgever kan de verschillende financiële voordelen en regelingen soms ook met elkaar combineren. Zo kan hij soms bijvoorbeeld LKV én loonkostensubsidie voor een werknemer ontvangen.
1.2.3 No-riskpolis
ziekte
Voor een grote groep arbeidsbeperkten geldt de no-riskpolis. Voor hen hoeft je organisatie het loon bij ziekte niet of slechts gedeeltelijk door te betalen. De werknemer komt dan namelijk in aanmerking voor een uitkering van de Ziektewet. Meer over de voorwaarden van de no-riskpolis lees je in hoofdstuk 4.
1.2.4 Proefplaatsing
salaris
Tijdens een proefplaatsing hoeft je organisatie een werknemer geen salaris te betalen, omdat de werknemer zijn uitkering behoudt. Zo kan je werkgever de proefplaatsing gebruiken om in te schatten of de werknemer geschikt is voor de functie.
Een proefplaatsing duurt doorgaans twee maanden, maar kan in sommige situaties verlengd worden. Meer over de voorwaarden van een proefplaatsing lees je in hoofdstuk 4.
1.2.5 Aanpassingen op de werkplek
voorziening
Soms moet je organisatie bepaalde aanpassingen doen voor werknemers met een arbeidsbeperking of heeft een werknemer een bepaald hulpmiddel nodig om zijn werk goed te kunnen doen. Je kunt deze voorzieningen (in bruikleen) krijgen of vergoed krijgen van UWV. Meer hierover lees je in hoofdstuk 5.
1.2.6 Persoonlijke ondersteuning
jobcoach
Wajong
Een werknemer met een arbeidsbeperking kan ook persoonlijke ondersteuning krijgen op de werkvloer. Bijvoorbeeld van een jobcoach, een doventolk of een intermediair. Over de voorwaarden voor deze persoonlijke ondersteuning en de wijze waarop je dit kunt aanvragen, lees je meer in hoofdstuk 5.
1.2.7 Loondispensatie
Voor werknemers met een uitkering op grond van de Wajong kan je organisatie toestemming krijgen om een salaris uit te betalen dat lager is dan het minimumloon. Tijdelijk geldt dit ook voor mensen met een IVA-uitkering. UWV vult het inkomen van de werknemer dan vaak aan met een uitkering.
Om in aanmerking te komen voor loondispensatie moet de werknemer minimaal 25% minder productief zijn dan andere werknemers in dezelfde functie. Meer over de voorwaarden van loondispensatie en de aanvraag hiervan lees je in hoofdstuk 6.
1.2.8 Subsidies voor scholing en opleidingen
arbeidsproces
De overheid verstrekt verschillende subsidies om scholing van werknemers te stimuleren. Voor arbeidsbeperkten, die soms een tijdje uit het arbeidsproces zijn geweest, kan het handig zijn om hiervan gebruik te maken. De werknemer vergroot hiermee zijn kennis of versterkt bepaalde vaardigheden en je organisatie profiteert hiervan. Over de subsidieregelingen voor scholing en opleidingen lees je meer in hoofdstuk 9.