10.3 Sancties en maatregelen
waarschuwing
Het BFT kan verschillende bestuursrechtelijke instrumenten inzetten. Dat hoeven niet direct sancties te zijn. Het BFT kan namelijk ook een schriftelijke waarschuwing geven, een normoverdragend gesprek voeren of een pre-tuchtrechtelijk gesprek voeren. Het doel is niet zozeer straffen, maar het bewerkstelligen van normconform gedrag.
10.3.1 Bestuursrecht
last onder dwangsom
Moet er volgens het BFT toch een sanctie volgen, dan zijn dit de mogelijkheden:
- een bestuurlijke boete;
- een last onder dwangsom bij voortdurende overtreding;
- een aanwijzing om binnen een termijn de naleving te herstellen;
- openbaarmaking van de maatregel.
Boetehoogte
jaaromzet
nalatigheid
De boetehoogte wordt bepaald aan de hand van ernst, duur en omvang van de overtreding. De maximale boete is € 1,25 miljoen of 10% van de jaaromzet, afhankelijk van wat hoger is. Het BFT heeft een boetebeleid waarbij de boete een percentage is van de omzet van de onderneming (de zogenoemde instelling). Het percentage is afhankelijk van de ernst van de overtreding. In de praktijk:
- schommelen boetes voor individuele adviseurs of kleine kantoren tussen de 2% en 5%, meestal tussen de € 5.000 en € 25.000;
- kunnen bij structurele nalatigheid of bij grote ondernemingen bedragen boven de € 100.000 voorkomen.
Voorbeeld: handel in contanten
monitoringsverplichting
Een bedrijf dat gespecialiseerd is in accountancy, belastingadvies en consultancy (A) kreeg onder andere een boete wegens overtreding van de monitoringsverplichting, het nalaten van verscherpt cliëntenonderzoek en het niet doen van een melding.
melden
verscherpt
boetebesluit
Een cliënt van A had een reeks verkopen gedaan waarbij steeds meer dan € 10.000 contant was ontvangen. De cliënt is voor die transacties zelf Wwft-plichtig. Die transacties hadden daarmee ook voor de accountant reden moeten zijn voor extra navraag – onder andere de vraag of de cliënt zelf deze ongebruikelijke transacties had gemeld. Het ging om elf betalingen van één afnemer, waarvan er meerdere meer dan € 10.000 contant waren en twee meer dan € 20.000 contant. Het kantoor had dit dan ook moeten melden als een ongebruikelijke transactie. Daarnaast bleek dat het kassaldo gedurende het jaar bij deze cliënt op een bepaald moment boven de anderhalve ton lag. Dat levert een risico op witwassen op en had aanleiding moeten zijn voor een verscherpt cliëntenonderzoek.
Bron: BFT.nl, waarschuwingen en sancties, 6 februari 2025
Naming & shaming
handhavingsmiddel
Het BFT publiceert boetebesluiten op zijn website met de naam van het kantoor en een samenvatting van de overtreding. Deze publicatie – feitelijk naming & shaming – wordt als effectief handhavingsmiddel beschouwd. Het reputatie-effect is aanzienlijk en heeft vaak meer impact dan de financiële sanctie zelf. Op de website van het BFT is te lezen dat het BFT in 2024 maar liefst 25 keer een sanctie oplegde, waarvan het merendeel aanwijzingen waren en in mindere mate boetes en lasten onder dwangsom werden opgelegd. In 2025 zijn er tot nu toe acht sancties opgelegd.
Bezwaar
beroep
Is de (vermeende) overtreder het niet eens met het oordeel van het BFT, dan kan hij een bezwaar maken bij het BFT. Na een beslissing op bezwaar is er de mogelijkheid beroep in te stellen bij de rechtbank. De eventuele volgende stap is hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Voorbeeld: risicovolle garantiestelling
garantie-stortingen
tegenrekening
Een accountantskantoor kreeg een boete van het BFT omdat het bij de controle van een voetbalclub steken liet vallen. Het ging om drie grote garantiestortingen onder een zogeheten Letter of Credit – circa € 6,2 miljoen – waarbij de herkomst van de gelden onduidelijk was en onvoldoende was nagegaan van wie de tegenrekening was. Bovendien was er sprake van een risicovolle cliëntrelatie. Volgens het BFT had het accountantskantoor deze stortingen moeten melden als ongebruikelijke transactie. De accountant stelde dat hij niet elke transactie diepgaand hoefde te onderzoeken, terwijl de toezichthouder meende dat er sprake was van voldoende aanleiding tot risicogerichte monitoring en melding. Deze zaak loopt momenteel bij de rechter.
Bron: BFT.nl, waarschuwingen en sancties, 1 oktober 2024
Strafrechtelijk onderzoek
coupures
economisch delict
Uit een zeer recente uitspraak bij het CBb blijkt dat je als adviseur ook na een strafrechtelijk onderzoek goed moet opletten (ECLI:NL:CBB:2025:369). In deze zaak was een cliënt van een accountantskantoor, een saunaclub, strafrechtelijk veroordeeld. In het strafarrest van het hof stond dat deze cliënt een bedrag van bijna € 5 miljoen aan contanten had gestort bij de bank, waarvan een deel in grote coupures. De accountant had dat arrest met de cliënt doorgesproken. In samenhang met wat de accountant al bekend was van de cliënt – onder andere dat 80% van diens omzet contant was – had de accountant op dat moment een melding moeten doen van een of meer ongebruikelijke transacties.
10.3.2 Strafrecht
gevangenisstraf
beroepsverbod
Schending van de Wwft is een economisch delict (Wet op de economische delicten). Dit kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De mogelijke straffen zijn dan, als sprake is van opzettelijke overtreding, maximaal twee jaar gevangenisstraf, een geldboete van de vierde categorie (in principe € 25.750, maar onder omstandigheden verhoogd tot maximaal € 103.000, en voor rechtspersonen kan dit nog veel hoger zijn) of een taakstraf. Een combinatie hiervan is ook mogelijk. Als sprake is van ‘een gewoonte’ van overtreding van de Wwft is de maximale gevangenisstraf vier jaar.
Overige sancties
strafrechtelijke vervolging
Bijkomende straffen kunnen zijn een beroepsverbod, verbeurdverklaring en openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Soms wordt ook een vordering tot ontneming van wederrechtelijke verkregen voordeel ingesteld. In de praktijk komt strafrechtelijke vervolging van adviseurs nauwelijks voor, en zijn het vooral banken en accountantskantoren die worden vervolgd voor dit feit. Inmiddels zijn alle grote banken in Nederland wel vervolgd voor overtreding van de Wwft-regels, en de meeste hebben hun strafzaak met het Openbaar Ministerie (OM) afgedaan buiten de rechter om (geschikt).
Voorbeeld: te laat melden en omkoping
verhulde structuren
licentie
overheids-functionaris
In 2022 werd een accountantskantoor veroordeeld tot een geldboete van € 240.000 wegens het niet direct melden van meerdere ongebruikelijke transacties bij een Nederlandse cliënt (ECLI:NL:RBAMS:2022:7570). De cliënt had grote bedragen (circa 50 miljoen dollar) betaald aan een entiteit in Oezbekistan via verhulde structuren. Daarbij was er sprake van ‘red flags’, zoals onverklaarbare diensten. Zo werd er betaald voor advies voor het verkrijgen van een licentie, terwijl voor de licentie niet betaald hoefde te worden. Er was verder sprake van betrokkenheid van familie van een overheidsfunctionaris (de dochter van de president van Oezbekistan) en onverwacht snelle licentieverlening.
Onverwijld
direct
De betrokken cliënt werd overigens verdacht van omkoping en had zijn eigen strafzaak al buiten de rechter om afgedaan met een hoge transactie met het OM. De controles van het accountantskantoor vonden plaats vóórdat het strafrechtelijk onderzoek aanving. De transacties waren gemeld door de accountant, maar pas drie jaar na de eerste beoordeling. De transacties waren dus al lang bekend bij en beoordeeld door de accountant. De rechter oordeelde dat ten aanzien van de meldplicht onverwijld betekent: direct na het ontstaan van het vermoeden, niet pas nadat extra informatie is ingewonnen.
Mediaberichten
trustkantoor
Zeer recent publiceerde het OM over een strafbeschikking die werd opgelegd aan een trustkantoor (om.nl/actueel/nieuws/2025/11/13). Daaruit blijkt dat het kantoor ongebruikelijke transacties had moeten melden nadat het bekend raakte met negatieve mediaberichten rondom lopende rechtszaken in verband met vermoedelijke fraude door zijn cliënt. Dit onderstreept nog eens dat adviseurs ook informatie uit de media moeten meewegen bij de beoordeling van de cliëntrelatie en transacties.
10.3.3 Tuchtrecht
beroepsregels
reputatieschade
(Belasting)adviseurs en accountants die zijn aangesloten bij een beroepsorganisatie – zoals de NOB, RB of de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) – kunnen ook tuchtrechtelijk worden aangesproken. De tuchtrechter toetst of het handelen in strijd is met de beroepsregels, waaronder de verplichting tot integere dienstverlening. Bij overtreding van de Wwft kan de tuchtrechter verschillende maatregelen opleggen, zoals een:
- waarschuwing;
- berisping;
- schorsing;
- schrapping uit het register.
Gevolgen
werkgever
De gevolgen van een tuchtrechtelijke maatregel zijn in de praktijk vooral reputatieschade en mogelijk het tijdelijk verlies van het lidmaatschap, wat kan leiden tot het niet meer mogen voeren van bijvoorbeeld de titel NOB- of RB-lid. De feitelijke beroepsuitoefening kan echter in principe worden voortgezet buiten de vereniging. Dit ligt anders voor accountants. Adviseurs in loondienst lopen iets minder risico: bij het niet naleven van de regels wordt in eerste instantie de werkgever verantwoordelijk gehouden. De werkgever is immers ‘de instelling’ die onderworpen is aan de Wwft. Dat neemt niet weg dat een lid van de RB in loondienst wel degelijk de regels van de Wwft moet naleven, én bij het zien van een ongebruikelijke transactie die intern moet melden aan de verantwoordelijke persoon.