U bent hier

Onderneming & Fiscus
Fraude en Belastingdienst10. Als het misgaat: straffen en maatregelen10.4 Handhavingspraktijk

10.4 Handhavingspraktijk

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Fiscaal Rendement
Publicatiedatum: december 2025

risicobeleid

De jaarverslagen van het BFT laten zien dat de meeste maatregelen worden opgelegd wegens onvoldoende cliëntenonderzoek en het niet (tijdig) melden van ongebruikelijke transacties. Daarbij ziet het BFT het ontbreken van een actueel risicobeleid als een structureel probleem. Het toezicht is de afgelopen jaren intensiever geworden: meer gerichte onderzoeken, vaker boetes en een duidelijke trend richting openbaarmaking.

Aan de hand van het stappenplan op rendement.nl/ fiscaaldossier kun je de risico’s die je onderneming loopt in kaart brengen, zodat je er beter rekening mee kunt houden bij het nemen van beslissingen.

10.4.1 Boetetoemetingsbeleid

categorieën

Het BFT heeft recent het boetetoemetingsbeleid geactualiseerd. Het beleid stelt dat boetes voor overtredingen van de Wwft worden gebaseerd op een wettelijk vastgelegd basisbedrag, ingedeeld in drie categorieën:

  • categorie 1: € 10.000;
  • categorie 2: € 500.000;
  • categorie 3: € 2.000.000.

Deze bedragen vormen het uitgangspunt, maar de uiteindelijke boete wordt vervolgens bepaald als percentage (1-5%) van de meest recente jaaromzet van de overtreder, mede afhankelijk van factoren zoals de ernst, duur en verwijtbaarheid van de overtreding.

Passendheidstoets

onevenredig zwaar

Daarnaast bevat het beleid een passendheidstoets en een draagkrachttoets. Het BFT kan het boetebedrag verlagen als:

  • het resultaat onevenredig zwaar is voor de overtreder;
  • de overtreder goed meewerkt, herstelmaatregelen treft of als hem niet veel te verwijten valt.

Draagkrachttoets

cumulatie-beoordeling

Bij meerdere overtredingen geldt een cumulatiebeoordeling. Er wordt dan per overtreding vastgesteld wat passend is, waarna het BFT bekijkt of de totale boete gerechtvaardigd is of matiging vereist is.

In vrijwel alle gevallen volgt publicatie van het boetebesluit, dit is namelijk voorgeschreven in de Wwft. De reputatie-impact is groot: de vermelding op de website van het BFT blijft zichtbaar, en de boetebesluiten worden regelmatig overgenomen door vakmedia.

Het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties van adviseurs is beperkt tot enkele honderden per jaar – waarschijnlijk vinden het BFT en de FIU-Nederland dit te weinig op basis van wat zij aan overige informatie hebben.

10.4.2 Strafrechtelijke vervolging

opzet

Opvallend, en gelukkig, is dat strafrechtelijke vervolging beperkt blijft. Het Openbaar Ministerie (OM) grijpt alleen in bij evidente opzet, bijvoorbeeld bij constructies waarbij adviseurs actief helpen vermogen buiten beeld te houden. Toch is het risico latent aanwezig. Wie bewust niet meldt of constructies faciliteert, begeeft zich potentieel op strafrechtelijk terrein.