U bent hier

Onderneming & Fiscus
Eigen woning en bedrijfswoning9. Bedrijfs(woning) en BTW9.3 Werkkamer in woning

9.3 Werkkamer in woning

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Fiscaal Rendement
Publicatiedatum: februari 2026

BTW op energiekosten, onderhoud of inrichting van een werkruimte in de woning is aftrekbaar voor zover deze kosten toerekenbaar zijn aan het zakelijke gebruik en je BTW‑belaste omzet behaalt.​ Vanaf het moment van zakelijk gebruik van (een deel van) de woning moet je jaarlijks nagaan of het gebruik wijzigt. Meer of minder privégebruik kan tot herziening van eerder afgetrokken BTW leiden binnen de herzieningstermijn van tien jaar.

Reële vergoeding

economische activiteit

Voor de aftrek van de voorbelasting bij verhuur van een werk-
ruimte, moet er sprake zijn van een economische activiteit. Hiervan kan alleen sprake zijn als je als dga kunt aantonen dat jouw bv de werkkamer duurzaam huurt en gebruikt (een huurperiode van vijf jaar lijkt maatgevend) tegen een reële vergoeding. Hof Amsterdam heeft dit benadrukt in de volgende zaak.

Duurzame verhuur tegen vergoeding

geen 
voorzieningen

privé-
doeleinden

belaste 
handeling

Een echtpaar verhuurde een werkkamer in hun eigen woning aan hun eigen bv voor € 600 per kwartaal exclusief BTW. De verhuur was voor vijf jaar overeengekomen. De werkkamer was 9,8 m2, kon alleen via de hal worden bereikt en had geen eigen sanitaire voorzieningen. Het stel trok 7,15% van de voorbelasting op de bouw van de woning af. Het hof verwierp het standpunt van de inspecteur dat de verhuur niet op een markt plaatsvond en dat de werkkamer voor privédoeleinden was gebruikt. Ook vond het hof dat het echtpaar zelfstandig optrad bij de verhuur, ondanks dat één van hen directeur was van de bv. Verder stelde de belastingrechter dat er een direct verband was tussen de kosten van de woning en de verhuur van de werkkamer. De verhuur beperkte daarbij het privégebruik van de woning en dus was er sprake van een belaste handeling voor de BTW. De inspecteur kreeg dus ongelijk en moest een aanvullende teruggaaf van BTW verlenen.

Bron: Hof Amsterdam, 21 januari 2025 (gepubliceerd 12 maart 2025), ECLI:NL:GHAMS:2025:586.