1.1 Het pand als privé-eigendom
eigen woning
eigenaar
hoofdverblijf
Als je een woning koopt wordt deze fiscaal aangemerkt als eigen woning. De woning maakt deel dan ook uit van je privévermogen. Het fiscale begrip ‘eigen woning’ is scherp afgebakend door de wetgever (zie hoofdstuk 2). Van een eigen woning in box 1 van de inkomstenbelasting is sprake als je aan de volgende twee voorwaarden voldoet:
- jij, je fiscaal partner, of jullie beiden zijn eigenaar van de woning;
- de woning is jouw/jullie hoofdverblijf. Het gaat hier om een woning die bewoonbaar en beschikbaar is. Een huis in aanbouw is dan ook geen ‘permanent’ hoofdverblijf.
Fiscaal partnerschap in de IB
zelfde adres
samenlevingscontract
Er is sprake van fiscaal partnerschap als je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt. Staat iemand op hetzelfde adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen, dan moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo moeten ongehuwd samenwonenden een notarieel samenlevingscontract zijn aangegaan, of aangewezen elkaars partner zijn voor een pensioenregeling, of er moet een kind uit de relatie geboren zijn.
echtscheiding
Jouw fiscaal partnerschap eindigt zodra je niet meer samen op hetzelfde adres ingeschreven staat. Ben je gehuwd of geregistreerde partners? Dan eindigt het fiscaal partnerschap pas op het moment dat een formeel verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend, respectievelijk het geregistreerd partnerschapscontract is ontbonden. Kijk voor een compleet overzicht van alle voorwaarden op rendement.nl/fiscaaldossier.
1.1.1 Hoofdverblijf
hypotheekrente
box 3
Je kunt maar één woning als hoofdverblijf aanwijzen. Als jij en je fiscaal partner beiden een eigen woning hebben, moet je kiezen welke woning je aanmerkt als de woning die jullie hoofdverblijf is. Van die woning kun je de hypotheekrente aftrekken en tel je het eigenwoningforfait op bij de inkomsten. In hoofdstuk 2 lees je welke hypotheekvormen recht geven op volledige renteaftrek in box 1. De waarde en de eventuele schuld van de andere woning vallen in box 3 (zie hoofdstuk 11).
Woonboot, erfpacht, opstal
erfpacht
vruchtgebruik
Als je er zelf in woont en zelf de kosten en lasten ervan betaalt, is in deze situaties ook sprake van een eigen woning:
- een woonboot met een vaste ligplaats;
- een woonwagen met een vaste standplaats;
- een woning waarvan je of je fiscale partner het recht van erfpacht voor de grond of het recht van opstal hebt/heeft;
- een woning op basis van een lidmaatschap van een coöperatieve flatvereniging;
- een woning waarvan jij of je fiscaal partner het vruchtgebruik, recht van bewoning of recht van gebruik hebt/heeft geërfd.
Bij een huurwoning, een vakantiewoning, een woning die je verhuurt, een woning die tot het ondernemingsvermogen of resultaatvermogen behoort gelden heel andere regels. Deze woningen komen aan bod in hoofdstukken 4 tot en met 7.
1.1.2 Tweede woning
vakantie- woning
verhuur
Als je naast je hoofdverblijf privé nog andere woningen of panden bezit, bijvoorbeeld een vakantiewoning, een ‘pied-à-terre’ of een appartement dat je verhuurt, wordt dit bezit aangemerkt als een tweede woning. De waarde en de eventuele schuld van deze woning vallen onder de bezittingen in box 3. Je leest meer hierover in hoofdstuk 11. Er gelden speciale regels als je tijdelijk twee woningen hebt. Je kunt de (hypotheek)rente in dat geval voor de tweede woning maximaal drie jaar aftrekken. Verhuur je je (te koop staande) woning tijdelijk, dan is je lening gedurende de verhuur een schuld in box 3 en je woning een bezit in box 3. De ontvangen huur hoef je niet op te geven als inkomsten.