8.1 Werkruimte in de eigen woning
zelfstandigheidscriterium
inkomens-criterium
Als je in het bezit bent van een eigen woning, gelden voor de aftrekbaarheid van de kosten de volgende voorwaarden:
- Zelfstandigheidscriterium. Dit houdt in dat de werkruimte in ieder geval over een eigen opgang en eigen sanitair moet beschikken en je moet de werkruimte zelfstandig kunnen verhuren aan een derde.
- Het inkomenscriterium schrijft voor dat je 70% van jouw inkomen vanuit de werkruimte moet verdienen, waarbij je 30% van het inkomen fysiek in de werkruimte verdient. Heb je ook nog een werkruimte elders (bijvoorbeeld een kantoorpand), dan moet je minimaal 70% van jouw inkomen fysiek in de werkruimte verdienen.
bewijslast
facturen
De bewijslast ligt bij jou. Geef je in je IB-aangifte aan dat je 70% van de winst hebt verdiend in jouw werkruimte, dan moet je dit kunnen bewijzen. Dat blijkt uit onder meer uit een uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 maart 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:1752). Houd naast facturen en bonnetjes dan ook bij hoeveel uren je werkt in de ruimte en welke werkzaamheden je daar verricht.
Zelfstandige werkruimte
balans
rentekosten
Als je aan de eisen voor een zelfstandige werkruimte voldoet, zal er vaak sprake zijn van verplicht ondernemingsvermogen. De werkruimte is dan voor de IB geen onderdeel meer van de eigen woning, maar moet je tot het ondernemingsvermogen in box 1 rekenen. De werkruimte zul je dan voor de werkelijke waarde op de balans moeten zetten. De kosten die je maakt voor deze ruimte mag je dan aftrekken, zoals onderhoudskosten, water, energie en eventueel rentekosten (vanwege hypotheekschuld). Met behulp van het hulpmiddel op de site van de Belastingdienst kun je bepalen of je de kosten voor de werkruimte mag aftrekken en welke kosten aftrekbaar zijn.
Werk- en studeerkamer
studeerkamer
De kosten voor de werkplek thuis zijn niet aftrekbaar als de ruimte naar verkeersopvattingen geen zelfstandig gedeelte van de eigen woning vormt. Dit betekent dat een ruimte in de woning die je gebruikt als studeerkamer of atelier deel uitmaakt van de eigen woning, tenzij de ruimte aan het zelfstandigheidscriterium voldoet. Als je de kosten van de werk-ruimte niet van de winst kunt aftrekken, is op deze werkruimte gewoon de eigenwoningregeling van toepassing.
Niet-zelfstandige werkruimte
Als de werkruimte niet voldoet aan de criteria voor zelfstandige werkruimte, kun je op grond van de zogenoemde vermogensetikettering (zie hoofdstuk 6) bepalen tot welk vermogen je het pand rekent. Gebruik je de hele woning tenminste voor 10% voor je onderneming, dan kun je ervoor kiezen om de gehele woning als ondernemingsvermogen aan te merken. Alle eigenaarslasten (zoals de hypotheekrente, onderhoudskosten en de opstalverzekering) zijn dan aftrekbaar. Voor het privégebruik moet je echter een forfaitaire correctie maken op basis van de woningwaarde (zie paragraaf 5.4). Het is ook mogelijk om de woning administratief te splitsen in een privédeel en een ondernemingsdeel.
De werkruimte moet je voor de werkelijke waarde op de balans zetten, met de eventuele eigenwoningschuld. De kosten voor de werkruimte zijn dan aftrekbaar. Als je de woning echter verkoopt of stopt met de onderneming (staking), is een waardevermeerdering wel belast.
8.1.1 Waardebepaling aangifte
eigenwoningforfait
Als de werkruimte voldoet aan het zelfstandigheids- en inkomenscriterium behoort de werkruimte niet langer tot de eigen woning. Dit betekent dat je de werkruimte niet meetelt voor de bepaling van het eigenwoningforfait: de waarde van de werkruimte en het deel van de (hypothecaire) geld- lening dat daarbij hoort, moet je in box 3 aangeven als bezitting en schuld.
Box 3-bezitting
oppervlakte
kostenaftrek
De oppervlakte van het deel van de woning dat als werk- ruimte in gebruik is, deel je door de totale oppervlakte van de eigen woning. Dit percentage gebruik je om de waarde van de zelfstandige werkruimte en (van het privégedeelte van) de woning voor de IB-aangifte te bepalen. Stel dat je een woning hebt met een oppervlak van 150 m2. De werk-ruimte in de woning is 30 m2 groot en je voldoet aan de criteria voor kostenaftrek. In dat geval kun je 30/150 deel (20%) van de lasten als ondernemingskosten opvoeren. Een rekenvoorbeeld laat zien wat het effect is op de IB-aangifte.
Aangifte waarde woning en hypotheekschuld
kwalificerende werkruimte
hypotheekrente
hypotheekschuld
Jouw eigen woning heeft een WOZ-waarde van € 450.000 en hierop rust een hypotheek van € 300.000. Eén vijfde van de oppervlakte is als kwalificerende werkruimte in gebruik. Dit verwerk je als volgt bij de IB-aangifte:
- De waarde van de woning voor het woningforfait vermindert met € 90.000 (20%), en komt uit op € 360.000.
- Ook de hypotheek voor de aftrek eigen woning moet je met 20% verminderen. De hypotheekschuld komt hierdoor € 60.000 lager uit en bedraagt € 240.000. De hypotheekrente die aftrekbaar is, vermindert eveneens met 20%. Bij een rentepercentage van 4% kun je nog maar € 9.600 rente in plaats van € 12.000 opvoeren.
- De waarde van de werkruimte geef je als bezit aan in box 3. Dit is 20% van de WOZ-waarde, ofwel € 90.000.
- De hypotheekschuld die betrekking heeft op de werk-ruimte, € 60.000 (20% van € 300.000), kun je als box 3-schuld opvoeren. Je bent dan vermogensrendementsheffing verschuldigd over € 30.000 (verschil WOZ-waarde werkruimte minus de hypotheekschuld).
8.1.2 Aftrek kosten zelfstandige werkruimte
WOZ-waarde
OZB
De kosten van de werkruimte in je eigen woning mag je van jouw winst aftrekken. Deze aftrekpost is gemaximeerd tot het in box 3 belaste bedrag, te weten 4% van de WOZ-waarde van de werkruimte. In het hierboven gebruikte voorbeeld is dit € 90.000 x 4% = € 3.600. Daarbovenop mag je de huurderslasten (zoals de energiekosten, het gebruikersdeel van de OZB en kosten van klein onderhoud) in aftrek brengen.