8.2 Werkruimte in een huurwoning
Over de fiscale behandeling van een werkruimte in een huurwoning is al jaren veel te doen. Hoewel de voorwaarden in principe dezelfde zijn als voor een ondernemer met een werkruimte in een koopwoning, waren de aftrekmogelijkheden bij een huurwoning meestal beperkter. Een arrest van de Hoge Raad uit 2016 bracht hier verandering in.
8.2.1 Huurrecht als ondernemingsvermogen
huurrecht
In het arrest oordeelde de Hoge Raad dat een IB-ondernemer het huurrecht van zijn woning kan aanmerken als ondernemingsvermogen, waarna hij alle huurkosten volledig mag aftrekken van de winst. Zoals je al in paragraaf 8.1 kon lezen kun je een (huur)woning uitsluitend tot het ondernemingsvermogen rekenen als je meer dan 10% van de woning daadwerkelijk gebruikt voor je onderneming.
Correctie
Doordat een deel van de woning ook privé wordt gebruikt, moet wel een correctie plaatsvinden ter grootte van het eigenwoningforfait voor een bedrijfswoning. Dit forfait is in 2026 gesteld op 1,10% van de WOZ-waarde van de woning (zie paragraaf 5.4).
De keuze om het huurrecht aan te merken als ondernemingsvermogen kun je uitsluitend maken bij het starten van een onderneming of als je later een werkruimte in jouw huurwoning in gebruik neemt (zie paragraaf 6.5.2).
8.2.2 Splitsen naar gebruik
woon- en werkgedeelte
huurtoeslag
Je kunt als IB-ondernemer ook ervoor kiezen de huurwoning te splitsen in een woon- en werkgedeelte. Je verdeelt de huurkosten in dat geval naar rato van een privégedeelte en een ondernemingsgedeelte (werkruimte). De kosten die je maakt voor het ondernemingsgedeelte zijn aftrekbaar van de winst. Als je huurtoeslag ontvangt, moet je een evenredig deel toerekenen aan het gebruik van de werkruimte. Je telt dit deel op bij de winst. Wil je de gehele huur aanmerken als ondernemingskosten, dan moet je de huurtoeslag volledig optellen bij de winst.