U bent hier

Onderneming & Personeel
Vergoedingen bij uitdiensttreding1. Inleiding1.5 Ontbinding via de rechter

1.5 Ontbinding via de rechter

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier HR Rendement
Publicatiedatum: mei 2025

kantonrechter

verwijtbaar

Wil je om andere redenen dan bedrijfseconomische of langdurige ziekte de arbeidsrelatie beëindigen, dan is daarvoor het indienen van een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter de aangewezen weg. De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst alleen ontbinden als één van de volgende gronden zich voordoen (artikel 7:669 lid 3 BW):

  • regelmatig ziekteverzuim met onaanvaardbare gevolgen voor de organisatie;
  • disfunctioneren;
  • verwijtbaar handelen of nalaten;
  • weigeren van het werk wegens ernstig gewetensbezwaar;
  • verstoorde arbeidsverhouding;
  • bijzondere omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen, zoals detentie van de werknemer.

Behalve bij verwijtbaar gedrag van de werknemer (e-grond) geldt voor alle ontslaggronden dat je moet aantonen dat herplaatsing van de werknemer binnen de organisatie niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

1.5.1 Cumulatiegrond

voldoende

Het is ook mogelijk een combinatie van bovengenoemde gronden aan te voeren. Deze gronden hoeven dan niet voldragen te zijn, maar moeten bij elkaar genomen wel zodanig zijn dat deze het ontslag op zich voldoende kunnen dragen.

Cumulatievergoeding

Wordt de werknemer ontslagen op basis van deze cumulatiegrond, dan kan de rechter aan hem een cumulatievergoeding toekennen (bovenop de transitievergoeding). In hoofdstuk 7 lees je hier meer over.

1.5.2 Toewijzing ontbindingsverzoek

datum

Als het verzoek wordt toegewezen, bepaalt de kantonrechter in de uitspraak de datum waarop het dienstverband eindigt. Ook vermeldt de kantonrechter of de werknemer recht heeft op een transitievergoeding en mogelijk ook een billijke vergoeding. In hoofdstuk 5 staat de billijke vergoeding centraal.