5.1 De zzp’er heeft een eenmanzaak
rechtsvorm
KvK
Wat de zzp’er allemaal moet regelen op het gebied van belastingen hangt af van de rechtsvorm waarin de onderneming wordt gedreven. De eenmanszaak is eenvoudig op te richten en misschien daarom wel zo populair onder startende zzp’ers. Het is in letterlijke zin wat het woord omschrijft: een onderneming met één eigenaar, een economische activiteit van de (natuurlijke) persoon die de onderneming drijft. Oprichtingsgeld is niet nodig: de zzp’er hoeft alleen zijn onderneming in te schrijven in het Handelsregister van de KvK. Hij ontvangt dan een KvK-nummer en zijn gegevens worden automatisch doorgegeven aan de Belastingdienst. Een aparte aanmelding bij de fiscus is dus niet nodig.
5.1.1 Ondernemer voor de IB
belastingplichtig
Als de zzp’er fiscaal als ondernemer wordt aangemerkt en dus winst uit onderneming geniet, mag hij zich ondernemer voor de inkomstenbelasting (IB) noemen. Hij is dan belastingplichtig voor de IB en maakt daarbij onder voorwaarden aanspraak op verschillende fiscale faciliteiten, zoals de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Over de winst van de eenmanszaak moet de zzp’er IB betalen. Hij valt onder de tarieven van box 1.
De zzp’er die aan het urencriterium voldoet (minstens 1.225 uur per jaar besteedt aan zijn onderneming), kan profiteren van de ondernemersaftrek, zoals de zelfstandigenaftrek. Voor het aantonen van die uren moet hij een volledige en gespecificeerde urenregistratie bijhouden.
5.1.2 Ondernemer voor de BTW
winst- verwachting
facturen
In de regel krijgt de zzp’er ook te maken met de BTW. Een zzp’er is ondernemer voor de IB als hij deelneemt aan het economisch verkeer met het doel daarmee winst te behalen. Deze winstverwachting is niet opgenomen in de definitie voor de belastingplicht voor de BTW. Een zzp’er is dus al heel snel BTW-ondernemer. Hij verstuurt conform de afspraken in de overeenkomst van opdracht facturen inclusief BTW naar de opdrachtgever voor de werkzaamheden die hij verricht. De opdrachtgever moet de beloning op zijn beurt binnen de afgesproken betalingstermijn voldoen.
5.1.3 Aansprakelijkheid
faillissement
partner
Bij de eenmanszaak is er geen onderscheid tussen het privé- en zakelijk vermogen. Hierdoor is de zzp’er met zijn gehele vermogen aansprakelijk voor alle schulden van zijn onderneming. Dit betekent dat als zijn onderneming failliet gaat, dit ook privé zijn faillissement betekent. Sinds 1 januari 2018 geldt de Wet beperkte gemeenschap van goederen. Is de zzp’er voor deze datum getrouwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan zonder voorwaarden op te stellen? Dan is alles wat hij en de partner aan bezit of geld hebben van hen samen, dus ook de onderneming. Is de zzp’er getrouwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan na 1 januari 2018, dan blijft alles wat hij daarvoor privé had van hem. Het vermogen dat de zzp’er met de partner daarna opbouwt is van hen allebei.
De zzp’er kan voorkomen dat schuldeisers van zijn eenmanszaak zich kunnen verhalen op het privévermogen van de partner, door te kiezen voor huwelijkse voorwaarden, waarmee het vermogen gescheiden blijft. Hij kan de voorwaarden ook tijdens het huwelijk aanpassen.
5.1.4 Verzekeringen
De zzp’er moet zijn eigen boontjes doppen. Hij moet dus zorgen voor het verzekeren ervan als het gaat om bijvoorbeeld bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid en inkomensverlies bij schade, ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.
De zzp’er kan geen beroep doen op de Ziektewet (ZW), Werkloosheidswet (WW) en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Is de zzp’er elders in loondienst? Dan kan hij voor de dagen waarop hij werkt in loondienst een beroep doen op de ZW, WW en de WIA.
Zorgverzekering
Net als iedere Nederlander is de zzp’er wettelijk verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Hij betaalt boven op de ‘gewone’ zorgpremie aan de verzekeraar jaarlijks ook een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) over zijn belastbare winst in een boekjaar. Hij ontvangt daarvoor een aanslag van de Belastingdienst.
Wettelijke aansprakelijkheidsverzekering
schade
bedrijfsauto
De zzp’er zal voor het verrichten van zijn werkzaamheden meestal ook een vervoermiddel nodig hebben. In dat geval is een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA-verzekering) verplicht. De WA-verzekering dekt de schade die de zzp’er aan anderen toebrengt met het voertuig. Dit is de minimale verzekeringsdekking en de goedkoopste optie, maar het dekt geen schade aan de eigen auto. De verplichting hangt samen met de tenaamstelling. Als de auto in de boekhouding van de onderneming staat als bedrijfsauto, moet de zzp’er een zakelijke autoverzekering afsluiten. Hij kan echter ook met een privéauto zakelijk rijden en daarvoor een zakelijke autoverzekering afsluiten.
Aansprakelijkheidsverzekeringen
materiële schade
vermogensschade
Voor schade aan spullen (materiële schade of zaakschade), schade aan personen (verwonding of letselschade) en financiële gevolgschade kan de zzp’er een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering afsluiten. De zzp’er kan ook kiezen voor een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV). Deze verzekering is verplicht voor mensen met een adviserend beroep. Deze dekt de zogenoemde zuivere vermogensschade. Dit houdt in dat een klant (de opdrachtgever) financieel verlies lijdt door een verkeerd advies van de zzp’er.
Rechtsbijstandverzekering
geschil
Daarnaast kan een rechtsbijstandverzekering van pas komen als de zzp’er in een geschil belandt met een leverancier of klant (de opdrachtgever) over de levering van goederen of diensten. Als de laatste weigert te betalen, heeft de zzp’er een probleem. Maar als diezelfde opdrachtgever de zzp’er aansprakelijk stelt voor geleden schade, is de zzp’er zelfs nog verder van huis. Vaak is inschakeling van een advocaat noodzakelijk om voor zijn rechten op te komen.
Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV)
werknemersverzekering
wachttijd
De zzp’er is niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid en heeft bij ziekte daarom geen recht op een uitkering op grond van de Ziektewet. Hij betaalt immers geen premie voor deze werknemersverzekering. De zzp’er kan het risico ondervangen met een AOV. De premie is afhankelijk van de leeftijd, het verzekerd bedrag, de acceptatienormen, een eventueel verhoogd eigen risico of een langere wachttijd (bijvoorbeeld 90 dagen). De uitkering is vaak gebonden aan het percentage van de arbeidsongeschiktheid.
Binnenkort verplichte AOV voor zzp’ers?
particuliere verzekering
Het conceptvoorstel voor de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid verplicht IB-ondernemers (zoals zzp’ers en vennoten in een vof) om een AOV af te sluiten. Zzp’ers kunnen zich publiek laten verzekeren, maar een particuliere verzekering mag ook. De particuliere verzekering moet wel minimaal dezelfde dekking hebben als de publieke verzekering. Het conceptwetsvoorstel treedt op zijn vroegst in 2027 in werking. Gezien het feit dat de kosten van de meeste zzp’ers door de verplichte AOV omhooggaan, is het niet ondenkbaar dat opdrachtgevers straks duurder uit zijn als zij een zzp’er inhuren.
5.1.5 Pensioenopbouw
derde pijler
oudedags-reserve
lijfrente
De zzp’er moet als ondernemer (net als de dga van een bv) ook zelf sparen om na de pensionering over een inkomen te beschikken. Er zijn vele manieren om aan de pensioenopbouw te werken. Het Nederlandse pensioen is opgebouwd uit drie pijlers: de AOW, het werknemerspensioen en het pensioen dat iemand privé kan opbouwen. Omdat bij zzp’ers en dga’s de tweede pijler wegvalt, blijft de derde pijler over: zelf aan de slag gaan. De derde pijler in het pensioenstelsel betreft individueel aanvullend pensioen. Tot 2023 hadden IB-ondernemers nog de mogelijkheid om een oudedagsreserve op te bouwen door winst in die reserve te stoppen. Sinds 2023 is er echter een streep gezet door de verdere opbouw van de oudedagsreserve. Dit betekent dat IB-ondernemers al snel uitkomen bij een lijfrente voor het opbouwen van een pensioenvoorziening. Met een lijfrente zet de zzp’er (maandelijks) fiscaal voordelig geld opzij voor een aanvullende pensioenuitkering naast de AOW-uitkering.
Jaarruimte benutten
onbelast
lijfrentepremie
De betaalde lijfrentepremie is onder voorwaarden aftrekbaar van de winst en dus onbelast. Als de uitkeringen van de lijfrente gaan lopen, zijn die wél belast. Maar wel vaak tegen een lager IB-tarief dan op dit moment. Wil een lijfrentepremie aftrekbaar zijn van de winst, dan moet de premie wel betaald zijn. Daarbij komt dan wel de jaarruimte om de hoek kijken. Dit is het maximumbedrag dat een ondernemer jaarlijks mag inleggen in een lijfrente. De jaarruimte is voor iedereen anders, want die hangt onder meer af van de winst.
Wet toekomst pensioenen
premie- grondslag
dga
Wel is het zo dat de ruimte voor ondernemers dankzij de Wet toekomst pensioenen (WTP) is vergroot. Eerder rekende de Belastingdienst met 13,3% van de premiegrondslag – die van belang is voor de berekening van de jaarrruimte – maar door de WTP is dat opgetrokken naar 30%. Deze wijziging heeft bovendien terugwerkende kracht gekregen tot 1 januari 2023. Dit betekent dat ondernemers – dus ook de dga – in het algemeen meer financiële ruimte hebben gekregen voor pensioenopbouw (zie ook paragraaf 5.3).
Reserveringsruimte
inhalen
Naast de jaarruimte is ook de reserveringsruimte verruimd. Als een ondernemer in een jaar niet de volledige jaarruimte benut, valt het restant in de reserveringsruimte. Eerder konden lijfrentehouders hiervoor zeven jaar terugkijken en het niet-benutte bedrag alsnog inhalen. Deze periode is verlengd naar tien jaar met terugwerkende kracht tot 2023.
Het solidariteitsprincipe: ‘geen premie, wel recht’
schijn- zelfstandige
achterstallige premies
bijdrage verhalen
Voor verplichtgestelde pensioenfondsen geldt het beginsel ‘geen premie, wel recht’. Hierdoor bouwt ook een zzp’er die later schijnzelfstandige blijkt te zijn, waar de werkgever dus geen premies voor betaald heeft, terwijl hij wel premieplichtig was, pensioen op. Pensioenfondsen zullen zich altijd actief inzetten om die achterstallige premies te verhalen en zullen als eerste bij de werkgever aankloppen voor de niet betaalde premies. Als het pensioenfonds de volledige premie op de werkgever verhaalt, kan de werkgever een eventuele werknemersbijdrage onder voorwaarden verhalen op de schijnzelfstandige.
Beperkingen
Uit de verkennende gesprekken van het kabinet met sociale partners en de Pensioenfederatie blijkt dat een verduidelijking van de reikwijdte van het solidariteitsprincipe met betrekking tot schijnzelfstandigen wenselijk is. De strekking hiervan is dat ‘geen premie, wel recht’ niet van toepassing is als de schijnzelfstandige zelf de keuze heeft gemaakt om als zzp’er het werk te verrichten. Een passage van die strekking is opgenomen in de memorie van toelichting van het voorstel voor de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (zie hoofdstuk 7).