U bent hier

OR & Medezeggenschap
Werken met zzp'ers7. Ontwikkelingen rond schijnzelfstandigheid 7.4 Zachte landing bij handhaving

7.4 Zachte landing bij handhaving

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier HR Rendement
Publicatiedatum: maart 2026

Deliveroo-arrest

Na de afschaffing van de VAR in mei 2016 ontstonden er veel uitvoeringsproblemen en handhaafde de fiscus in de praktijk niet, tenzij sprake was van misbruik van de regeling. In dat geval kon de Belastingdienst correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen (met boetes) opleggen. Sinds 2025 is het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid opgeheven en controleert de Belastingdienst actief op de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties. Dit doet de Belastingdienst aan de hand van de gezichtpunten uit het Deliveroo-arrest.

Op de site van de Belastingdienst vind je een vragenlijst die een aantal mogelijke vragen bevat om de feiten en omstandigheden die een rol kunnen spelen bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie in beeld te brengen. De vragen zijn gebaseerd op de gezichtpunten uit het Deliveroo-arrest.

Verlenging

Om de overgang soepel te laten verlopen, voerde het kabinet een ‘zachte landing’ in die oorspronkelijk eind 2025 zou aflopen. Op het laatste moment besloot het demissionaire kabinet deze zachte landing in 2026 gedeeltelijk te verlengen.

7.4.1 Bedrijfs- en boekenonderzoeken

waarschuwing

In 2026 begint de Belastingdienst controles op schijnzelfstandigheid in principe met een bedrijfsbezoek. Dit is meestal een laagdrempelig, oriënterend gesprek waarbij de fiscus bijvoorbeeld een waarschuwing kan geven. Na zo’n bezoek kan een intensievere controle volgen in de vorm van een boekenonderzoek.

Administratie

model-
overeenkomst

Waar bij een bedrijfsbezoek de (loon)administratie niet inhoudelijk wordt gecontroleerd, gebeurt dit wel bij een boekenonderzoek. Tijdens het boekenonderzoek zal de inspecteur onder meer willen weten:

  • welke werkwijze de opdrachtgever hanteert richting zijn opdrachtnemers en hoe de documentatie daarvan eruitziet;
  • hoe de opdrachtgever ervoor zorgt dat arbeidsrelaties op de juiste manier worden verwerkt;
  • welke afspraken de opdrachtgever met de opdrachtnemers heeft gemaakt;
  • in wat voor soort (model)overeenkomsten de werkafspraken zijn opgenomen;
  • hoe de opdrachtgever ervoor zorgt dat er overeenkomstig de gebruikte overeenkomst(en) wordt gewerkt.

Aangiftetijdvak

Bij een boekenonderzoek kan de Belastingdienst kiezen voor onderzoek over een volledig kalenderjaar of een recent aangiftetijdvak. Het uitgangspunt uit 2025 om alleen het meest recente aangiftetijdvak te onderzoeken is vervallen, waardoor de fiscus meer vrijheid heeft gekregen.

In 2025 is de ‘Handleiding bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken’ voor de beoordeling van arbeidsrelaties uitgebracht. Een kijkje nemen in deze handleiding en de vragen bekijken op de website van de Belastingdienst kan geen kwaad bij twijfel over een arbeidsrelatie.

Correctieverplichting

onderlinge samenhang

verzuimboete

opzet

Bij de beoordeling van de dienstbetrekking zijn alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien van belang. Als uit een boekenonderzoek blijkt dat arbeidsrelaties verkeerd zijn gekwalificeerd, volgt een correctieverplichting of naheffingsaanslag. Net als in 2025 legt de inspecteur geen verzuimboetes op, wat tot € 6.709 kan schelen. Maar een belangrijk verschil met 2025 is dat de Belastingdienst nu wel een vergrijpboete kan opleggen bij opzet of grove schuld. Bij vergrijpboetes bedraagt de boete 50% van de belasting die opzettelijk is verzwegen, bij grove schuld is dit 25%. Het blijft daarom belangrijk om bij het inhuren van zzp’ers het proces goed in te richten en kritisch te zijn op de arbeidsrelatie.

Terugkijktermijn

overgangs-regeling

Normaal gesproken kan de Belastingdienst tot vijf jaar terug naheffingen opleggen, verhoogd met rente en boetes. Tot 2030 geldt echter een overgangsregeling, waarbij de fiscus niet verder terugkijkt dan 1 januari 2025. Uitzonderingen hierop zijn situaties met kwaadwillendheid of als een organisatie eerdere aanwijzingen onvoldoende heeft opgevolgd. Vanaf 2030 wordt weer de normale vijfjarige naheffingstermijn gehanteerd.

7.4.2 Bv-contructie biedt geen bescherming

rechtsvorm

De KvK merkt dat steeds meer startende zelfstandigen kiezen voor een bv in plaats van een eenmanszaak, in de veronderstelling dat deze rechtsvorm hen enigszins beschermt tegen handhaving op schijnzelfstandigheid. De verschuiving naar de bv blijkt duidelijk uit de cijfers. In het tweede kwartaal van 2025 daalde het aantal nieuwe eenmanszaken met 16% ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Tegelijkertijd steeg het aantal nieuwe bv’s met 21%. Deze rechtsvorm is echter geen vrijbrief tegen schijnzelfstandigheid. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de onderstaande zaak.

Opdrachtsovereenkomst

toestemming

aanwezigheidsplicht

Het ging om een accountant die via zijn eigen bv bij een accountantskantoor werkte. Hij werkte op basis van een overeenkomst van opdracht fulltime bij het kantoor, had een aanwezigheidsplicht van minimaal drie dagen per week en begeleidde twee medewerkers. Verder mocht de accountant geen andere opdrachten aannemen zonder toestemming van het kantoor. Toen het kantoor na een half jaar de samenwerking beëindigde, stapte de accountant naar de rechter. Hij stelde dat de overeenkomst van opdracht in feite een arbeidsovereenkomst betrof en dat de opzegging van die overeenkomst daarom onregelmatig was.

Holistische toets

Hoewel er formeel sprake was van een opdrachtovereenkomst tussen twee bv’s, oordeelde de rechtbank dat de feitelijke verhouding de doorslag gaf. De rechter paste daarbij de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest toe voor het vaststellen van het wel of niet aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst:

  • De accountant liep geen ondernemersrisico.
  • Hij had een aanwezigheidsplicht.
  • Hij mocht geen vervanger inschakelen.
  • De werkzaamheden waren volledig ingebed in de organisatie van het accountantskantoor:
    • De accountant moest zijn uren schrijven, die wekelijks werden gecontroleerd.
    • Hij stond op het intranet.
    • Hij had een toestemmingsverklaring ondertekend voor foto’s voor bedrijfsfoto’s en teamactiviteiten.

Rechtbank Midden-Nederland, 20 oktober 2025, ECLI (verkort): 5440

Onregelmatige opzegging

schade-
vergoeding

De rechter oordeelde op basis van de feiten en omstandigheden dat de partijen puur vanuit fiscale redenen bewust een constructie hadden opgezet waarbij niet de accountant, maar zijn bv als contractpartij was aangeduid. Dit stond de kwalificatie als arbeidsovereenkomst echter niet in de weg. Omdat het kantoor de overeenkomst zonder toestemming van UWV of de werknemer opzegde, was er sprake van een onregelmatige opzegging. De accountant had recht op drie maanden loon (gefixeerde schadevergoeding), een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Daarnaast moest het accountantskantoor ook nog de proceskosten betalen.

Bij het inschrijfproces kijkt de KvK mee welke rechtsvorm het beste past bij de situatie van de ondernemer. Daarbij kan een adviseur ook wijzen op de risico’s van een bv als ‘beschermingsconstructie’. Toch ligt de uiteindelijke keuze bij de ondernemer zelf.