10.1 Een belaste overdracht
vier elementen
verkrijging
Overdrachtsbelasting – de naam zegt het al – wordt geheven bij de overdracht van een onroerende zaak. De Wet op de Belastingen van Rechtsverkeer (WBRV) onderscheidt vier elementen die van belang zijn voor een belaste overdracht:
- het moet gaan om een overdracht;
- het moet gaan om een verkrijging;
- de zaak moet in Nederland zijn gelegen;
- het moet gaan om een onroerende zaak of om zakelijke rechten die daarop rusten.
Grondgebied
Uit de genoemde elementen blijkt dat pas belasting kan worden geheven als sprake is van een overdracht en daarmee van een verkrijging. Als er niets gebeurt, kan er ook niets worden belast. Bovendien kan de Belastingdienst alleen belasting heffen over onroerende zaken in Nederland.
onzakelijk
Van invloed op buitenlands grondgebied is geen sprake. De overdrachtsbelasting bemoeit zich niet met bijvoorbeeld de verkoop van je vakantiehuis in het buitenland.
Prijs
verkoopwaarde
WOZ-waarde
Het komt regelmatig voor dat een koopsom onzakelijk is, bijvoorbeeld bij transacties tussen vrienden of in de familiesfeer. De overdrachtsbelasting wordt dan berekend over de overeengekomen prijs of de verkoopwaarde (als deze hoger is) op het moment van de overdracht. De Belastingdienst kijkt voor de overdrachtsbelasting namelijk naar de waarde in het economisch verkeer op het moment van overdracht. Deze waarde is de waarde die met de beste voorbereiding, op de beste markt tegen de beste prijs aan een ander kan worden verkocht en geleverd. De WOZ-waarde kan daarvoor een indicatie zijn.